Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

ZW-uitkering terecht geweigerd omdat de medische beperkingen niet waren toegenomen ten opzichte van de WIA-beoordeling

Weigering ZW-uitkering toe te kennen. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:805Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
10 juni 2026

In het kort

  • Appellante meldde zich op 19 juni 2023 vanuit de WW opnieuw ziek en vroeg per 19 oktober 2023 een ZW-uitkering aan, die het Uwv weigerde.
  • Het toepasselijke toetsingskader vereist dat ten minste drie WIA-functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen geschikt zijn gebleven én dat nog steeds sprak
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep betrok brieven van MDL-arts Kuiper van 1 mei 2023 en 4 december 2023 en van neuroloog Moll van 24 juni 2022 bij de beoorde
  • De urenbeperking is aan de hand van de Standaard duurbelastbaarheid in arbeid beoordeeld; de Raad ziet geen aanleiding te twijfelen aan het oordeel dat geen ure
  • Het feit dat appellante per 1 april 2025 een ANW-nabestaandenuitkering ontvangt wegens ten minste 45% arbeidsongeschiktheid leidt niet tot een ander oordeel ove

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante was werkzaam als schoonmaakster voor gemiddeld 15,21 uur per week. Zij meldde zich in juni 2020 ziek en werd bij de WIA-beoordeling per 6 juni 2022 minder dan 35% arbeidsongeschikt bevonden. Zij werd niet meer geschikt geacht voor haar eigen werk, maar wel voor diverse andere functies. Vervolgens ontving zij een WW-uitkering. Op 19 juni 2023 meldde zij zich vanuit de WW opnieuw ziek met pijnklachten en psychische klachten. Het Uwv weigerde per 19 oktober 2023 een ZW-uitkering toe te kennen.

Het geschil draait om de vraag of appellante per 19 oktober 2023 ongeschikt was voor de in het kader van de Wet WIA geselecteerde functies. Appellante stelde dat haar medische situatie was verslechterd door fibromyalgie en ernstige psychische klachten, dat een urenbeperking ten onrechte niet was aangenomen, en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de aanvullende medische informatie van behandelend specialisten onvoldoende had betrokken bij de beoordeling.

De Raad past het toetsingskader toe dat geldt wanneer eerder een WIA-beoordeling heeft plaatsgevonden en betrokkene zich daarna opnieuw ziekmeldt zonder tussentijdse werkhervatting. Dit kader vereist dat ten minste drie van de oorspronkelijk bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen geschikt zijn gebleven, en dat op basis daarvan nog steeds sprake is van arbeidsgeschiktheid van ten minste 65%. Aan deze voorwaarden is in ieder geval voldaan als de verzekeringsarts vaststelt dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen.

De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dossierstudie en eigen medisch onderzoek verricht en informatie van de huisarts, MDL-arts Kuiper en neuroloog Moll betrokken. Ten aanzien van de urenbeperking heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan de hand van de Standaard duurbelastbaarheid in arbeid nader toegelicht waarom geen aanleiding bestaat voor een urenbeperking. Appellante heeft haar stelling dat zij meer beperkingen heeft niet onderbouwd met objectief medische gegevens; de subjectief ervaren toename van beperkingen is daarvoor onvoldoende. Het hoger beroep slaagt niet.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De ZW-uitkering is terecht geweigerd omdat de medische beperkingen per 19 oktober 2023 niet waren toegenomen ten opzichte van de WIA-beoordeling. Om met succes te betogen dat de beperkingen wél zijn toegenomen, is onderbouwing met objectief medische gegevens nodig; de subjectief ervaren verslechtering volstaat niet. De omstandigheid dat later een ANW-nabestaandenuitkering is toegekend, heeft geen gevolgen voor dit oordeel over de ZW-aanspraken op de datum in geding.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer mag het Uwv een ZW-uitkering weigeren als iemand eerder een WIA-beoordeling heeft gehad?

Het Uwv mag weigeren als ten minste drie van de oorspronkelijk bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen geschikt zijn gebleven én op basis daarvan nog steeds sprake is van arbeidsgeschiktheid van ten minste 65%. Als de verzekeringsarts vaststelt dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen, is aan deze voorwaarden in ieder geval voldaan.

Is een subjectief ervaren verslechtering van klachten voldoende om meer beperkingen in de FML te laten opnemen?

Nee. De Raad oordeelt dat het feit dat appellante subjectief een toename van haar medische beperkingen ervaart onvoldoende is om aan de medische beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te twijfelen. Objectief medische gegevens zijn nodig om die stelling te onderbouwen.

Moet de verzekeringsarts bezwaar en beroep apart motiveren waarom er geen urenbeperking geldt?

Ja. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar rapport van 20 september 2024 aan de hand van de Standaard duurbelastbaarheid in arbeid nader toegelicht waarom er geen aanleiding bestaat voor een urenbeperking. De Raad acht deze motivering voldoende.

Heeft een ANW-nabestaandenuitkering gevolgen voor de beoordeling van het recht op ZW?

Nee, niet in dit geding. De Raad stelt vast dat de omstandigheid dat appellante per 1 april 2025 een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet ontvangt niet kan leiden tot een ander oordeel, omdat het hier gaat om aanspraken op een ZW-uitkering per 19 oktober 2023.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket