Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,61% blijft in stand ondanks beroep op meer beperkingen in FML

Toekenning WGA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 37,61%. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1829Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
11 december 2025

In het kort

  • Het Uwv stelde de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 4 oktober 2022 vast op 37,61% en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe.
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde een gewijzigde FML van 16 maart 2023 vast, waarbij appellante aanvullend beperkt werd geacht op item 1.8.1 vanwege
  • De Raad volgt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat er geen medisch objectiveerbare stoornissen zijn op basis waarvan beperkingen wegens overgevoeligheid vo
  • Een urenbeperking is niet aangewezen; dat in 2014 bij de Wajong-beoordeling wel een urenbeperking gold, verplicht het Uwv niet tot hetzelfde oordeel bij de WIA-
  • De arbeidskundige gronden ten aanzien van functies productiemedewerker textiel (SBC-code 272043) en assemblagemedewerker elektrotechnische producten (SBC-code 2

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante, voorheen werkzaam als secretaresse voor 34,71 uur per week, meldde zich op 6 oktober 2020 ziek vanuit werkloosheid met fysieke en mentale klachten. Het Uwv stelde haar arbeidsongeschiktheid per 4 oktober 2022 vast op 37,61% en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellante bestreed dit en stelde dat zij meer beperkingen heeft dan in de FML zijn opgenomen, waardoor de geduide functies voor haar niet passend zijn.

In hoger beroep voerde appellante vier medische gronden aan. Ten eerste dat zij beperkt moet worden geacht op item 1.6 (zelfstandig handelen), mede verwijzend naar een Wajong-beoordeling uit 2014. Ten tweede dat preventief een beperking op item 1.8.6 (persoonlijk risico) aangenomen had moeten worden vanwege gebruik van Tramadol. Ten derde dat de beperking op item 1.8.1 ook betrekking had moeten hebben op visuele prikkels en niet alleen op auditieve prikkels, waardoor de functies productiemedewerker textiel en assemblagemedewerker elektrotechnische producten ongeschikt zouden zijn. Ten vierde dat een beperking op item 4.8 (frequent reiken) aangewezen was vanwege haar schouderklachten, en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen.

De Raad verwerpt alle gronden. Voor zelfstandig handelen ontbreekt medische onderbouwing dat appellante op de datum in geding beperkt was; de verzekeringsarts bezwaar en beroep wees op feitelijke activiteiten. Voor het Tramadolgebruik geldt dat appellante geen bijwerkingen heeft gemeld en auto rijdt; beroepsmatig chauffeurswerk is al uitgesloten. Voor de prikkelgevoeligheid volgt de Raad de verzekeringsarts bezwaar en beroep, die geen medisch objectiveerbare stoornissen zag voor overgevoeligheid voor visuele prikkels. De beperking op item 1.8.1 dekt de door appellante beschreven drukte voldoende. Voor frequent reiken (item 4.8) geldt dat op het spreekuur geen bewegingsbeperkingen zijn vastgesteld in het linkerschoudergewricht, buiten adductie, en ook de orthopeed vond geen ernstige afwijkingen. De urenbeperking uit de Wajong-beoordeling van 2014 verplicht het Uwv niet tot eenzelfde oordeel in 2022.

De arbeidskundige gronden falen eveneens, omdat zij enkel steunen op de stelling dat meer medische beperkingen gelden, en die stelling is verworpen. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 december 2024 voor zover aangevochten. Het arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,61% blijft in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De WGA-uitkering van appellante blijft gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,61%, zoals vastgesteld per 4 oktober 2022. De Raad heeft geoordeeld dat de FML van 16 maart 2023 de medische beperkingen juist weergeeft en dat de geduide functies passend zijn. Wie aanvullende beperkingen wil laten opnemen, moet die onderbouwen met objectieve medische stukken die afwijken van wat de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld.

Vragen over deze uitspraak

Waarom wordt er geen beperking aangenomen voor visuele prikkels terwijl de beperking op item 1.8.1 drukte rondom appellante al uitsluit?

De Raad oordeelt dat de beperking op item 1.8.1 voldoende rekening houdt met de medisch onderbouwde klachten, omdat er geen medisch objectiveerbare stoornissen zijn op basis waarvan beperkingen wegens overgevoeligheid voor visuele prikkels moeten worden aangenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep betrok daarbij informatie van de psycholoog en de eigen beschrijving van klachten door appellante.

Telt een eerdere Wajong-beoordeling mee bij een nieuwe WIA-beoordeling?

Een eerdere Wajong-beoordeling verplicht het Uwv niet tot hetzelfde oordeel bij een latere WIA-beoordeling. De Raad stelt dat het feit dat in 2014 bij de Wajong-beoordeling een urenbeperking is aangenomen, niet betekent dat de verzekeringsartsen bij de WIA-beoordeling per 4 oktober 2022 niet tot een ander oordeel konden komen.

Wanneer moet bij Tramadolgebruik een beperking op persoonlijk risico (item 1.8.6) worden opgenomen in de FML?

Alleen als de betrokkene daadwerkelijk bijwerkingen heeft die een extra beperking rechtvaardigen. De Raad oordeelt dat appellante niet te kort is gedaan, nu zij geen bijwerkingen heeft gemeld en auto rijdt; beroepsmatig chauffeurswerk is bovendien al uitgesloten.

Zijn de functies productiemedewerker textiel en assemblagemedewerker elektrotechnische producten nog steeds passend?

Ja, uitgaande van de vastgestelde FML van 16 maart 2023 zijn beide functies in medisch opzicht geschikt. De arbeidskundige gronden die appellante aanvoerde, steunen uitsluitend op de stelling dat meer medische beperkingen gelden, en die stelling is door de Raad verworpen.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket