Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Beëindiging ZW-uitkering per 19 januari 2022 blijft in stand ondanks psychiatrisch deskundigenoordeel over forse beperking in persoonlijk functioneren

Beëindiging ZW-uitkering. Na inschakeling van een deskundige volgt de Raad niet het standpunt van appellant dat hij door zijn medische beperkingen niet in…

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:433Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
8 april 2026

In het kort

  • De ZW-uitkering van appellant is per 19 januari 2022 beëindigd omdat het Uwv hem geschikt achtte voor de eerder in het kader van de WIA geselecteerde functies w
  • De Raad benoemde psychiater dr. J.A. Bouwens als deskundige; deze rapporteerde op 15 december 2024 dat appellant op de datum in geding fors beperkt was in zijn
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde op 29 juli 2025 dat de door de deskundige vastgestelde beperkingen reeds voldoende zijn verdisconteerd in de
  • Aanvullende beperkingen voor tempodruk, stresstolerantie, prikkelbaarheid en een urenbeperking zijn niet aangenomen; de Raad bevestigt de aangevallen uitspraak

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant, voormalig magazijnmedewerker/heftruckchauffeur, meldde zich per 5 november 2021 vanuit werkloosheid opnieuw ziek in verband met gewenning aan nieuwe medicatie. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 19 januari 2022 omdat de verzekeringsarts hem weer geschikt achtte voor de eerder in het kader van de WIA geselecteerde functies. In bezwaar en beroep bleef dit standpunt overeind. Appellant stelde in hoger beroep dat hij meer beperkt was dan het Uwv had aangenomen, mede vanwege een door psychiater Mulder bijgestelde diagnose.

De Raad twijfelde aan de juistheid van de vastgestelde beperkingen in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren van de FML en benoemde psychiater dr. J.A. Bouwens als deskundige. De deskundige stelde in zijn rapport van 15 december 2024 vast dat er sprake was van depressiviteit gesuperponeerd op een onderliggende kwetsbare persoonlijkheid, het beste te omschrijven als complexe traumatisering. Hij achtte het aannemelijk dat dit beeld ook aanwezig was op de datum in geding en concludeerde dat appellant op de datum in geding fors beperkt was in zijn persoonlijk functioneren. Over de ernst kon hij geen objectiveerbare uitspraak doen.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep reageerde op het deskundigenrapport met een rapport van 29 juli 2025. Hij stelde dat de door de deskundige vastgestelde beperkingen niet één op één vergelijkbaar zijn met de items in de FML vanwege een andere systematiek. De door de deskundige benoemde beperkingen in cognitieve flexibiliteit, affectieve functies en conatieve functies zijn naar zijn oordeel reeds voldoende gedekt door bestaande beperkingen in de FML, met name beoordelingspunt 1.8.2 (aangewezen op een voorspelbare werksituatie, structuur en regelmaat). Het adequaat uiten van gevoelens speelt geen relevante rol in de WIA-functies.

De Raad volgde het deskundigenrapport als uitgangspunt, maar oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd had toegelicht waarom appellant met inachtneming van de bevindingen van de deskundige, vertaald naar de systematiek van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem, geschikt te achten is voor de geselecteerde functies. Aanvullende beperkingen voor tempodruk, stresstolerantie, prikkelbaarheid en een urenbeperking werden niet aangenomen, mede omdat appellant geen medische informatie inzond die dat standpunt onderbouwt. Het hoger beroep slaagt niet en de beëindiging van de ZW-uitkering per 19 januari 2022 blijft in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De ZW-uitkering van appellant blijft beëindigd per 19 januari 2022; het hoger beroep heeft niets veranderd aan dat rechtsgevolg. Hoewel de door de Raad benoemde psychiater vaststelde dat appellant op de datum in geding fors beperkt was in zijn persoonlijk functioneren, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd toegelicht dat die beperkingen reeds zijn verdisconteerd in de bestaande FML. Appellant ontvangt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht, omdat het hoger beroep niet slaagt.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer is het voldoende bewezen dat een ZW-uitkering na een nieuwe ziekmelding vanuit werkloosheid terecht wordt beëindigd?

Het is voldoende als de verzekeringsarts vaststelt dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen ten opzichte van de WIA-beoordeling. Daarnaast moeten nog ten minste drie van de oorspronkelijk geselecteerde functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen geschikt zijn gebleven, en moet op basis van die functies nog steeds sprake zijn van arbeidsgeschiktheid van ten minste 65 procent.

Welk toetsingskader geldt als iemand zich ziek meldt vanuit werkloosheid na een eerdere WIA-beoordeling?

Er geldt een uitzondering op de hoofdregel dat getoetst wordt aan het laatst verrichte werk. De Raad past het toetsingskader toe dat is uiteengezet in de uitspraak van 23 december 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:2672): een beëindiging kan niet worden gebaseerd op slechts één van de eerder geselecteerde functies, maar vereist dat aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan.

Wat doet de Raad als een onafhankelijke deskundige andere beperkingen vaststelt dan het Uwv?

De Raad volgt als uitgangspunt het oordeel van de door hem ingeschakelde deskundige, maar beoordeelt ook of de verzekeringsarts bezwaar en beroep de bevindingen van de deskundige afdoende heeft vertaald naar de systematiek van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem. Als die vertaling gemotiveerd is en de appellant geen medische informatie instuurt die het tegendeel onderbouwt, hoeft dat niet tot aanvullende beperkingen te leiden.

Leidt een zwaardere of bijgestelde psychiatrische diagnose automatisch tot zwaardere beperkingen in de FML?

Nee. In de systematiek van de ZW-beoordeling zijn niet de diagnose of de ervaren klachten doorslaggevend, maar de mate waarin beperkingen ten aanzien van het verrichten van arbeid objectief medisch kunnen worden onderbouwd. De rechtbank en de Raad stelden beide vast dat de bijgestelde diagnose van psychiater Mulder op zichzelf geen reden gaf voor andere of zwaardere beperkingen.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket