Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Weigering WIA- en ZW-uitkering blijft in stand ondanks Wmo-begeleiding en afwijkende bedrijfsarts-FML

Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:867Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
1 juli 2026

In het kort

  • Het Uwv weigerde appellant per 8 augustus 2023 een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
  • De ZW-uitkering werd per 31 oktober 2023 geweigerd; appellant had zelf aangegeven geen toename van medische klachten te ervaren en meldde zich op advies van de
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveerde in zijn rapport van 15 januari 2024 dat geen verdergaande urenbeperking op grond van een medisch objectiveerbar
  • De bedrijfsarts-FML heeft een ander doel dan de WIA-beoordeling; de verzekeringsarts hoeft niet bijzonder te motiveren waarom hij ervan afwijkt.
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigt op 1 juli 2026 beide aangevallen uitspraken van de rechtbank Limburg en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant meldde zich op 10 augustus 2020 ziek bij zijn werkgever, waar hij als assemblagemedewerker werkte voor 40 uur per week. Na het doorlopen van de wachttijd weigerde het Uwv hem per 8 augustus 2023 een WIA-uitkering, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Op 31 oktober 2023 meldde appellant zich opnieuw ziek vanuit een WW-situatie; ook de ZW-uitkering werd geweigerd. De rechtbank Limburg verklaarde beide beroepen ongegrond. De Raad bevestigt die uitspraken.

Het medisch onderzoek is naar het oordeel van de Raad zorgvuldig uitgevoerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 15 januari 2024 overtuigend gemotiveerd dat geen sprake is van geen benutbare mogelijkheden of van zwaardere beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek. Ook heeft hij aan de hand van de criteria uit de Standaard Duurbelastbaarheid in arbeid overtuigend onderbouwd dat geen aanleiding bestaat voor een verdergaande urenbeperking op grond van een medisch objectiveerbare aandoening.

Appellant voerde aan dat de omvang van zijn Wmo-begeleiding en de afwijkende FML van de bedrijfsarts aantonen dat hij zwaarder beperkt is. De Raad volgt dit niet. Een medische onderbouwing en concretisering van de geclaimde beperkingen ontbreekt. Uit de informatie van Mens GGZ van 30 augustus 2023 blijkt verdergaande medische problematiek niet. Wat de bedrijfsarts betreft herhaalt de Raad vaste rechtspraak: de bedrijfsarts stelt beperkingen op in het kader van re-integratie, een ander soort beoordeling met een ander doel dan de WIA-beoordeling, zodat de verzekeringsarts niet gehouden is tot een bijzondere motivering als zijn FML afwijkt van die van de bedrijfsarts.

Voor de ZW-weigering gelden de voorwaarden uit de uitspraak van de Raad van 23 december 2022: de eerder geselecteerde functies moeten nog steeds geschikt zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft overtuigend gemotiveerd dat op 31 oktober 2023 geen toename van beperkingen aan de orde is ten opzichte van de WIA-beoordeling per 8 augustus 2023. Een verhoging van het aantal Wmo-begeleidingsuren leidt niet zonder meer tot het aannemen van meer beperkingen, ook niet omdat onderliggende medische stukken ontbreken. Aan de opmerking van de werkcoach over lage belastbaarheid komt geen doorslaggevende waarde toe; een werkcoach is geen arts die een beoordeling op grond van de ZW verricht. Appellant had zelf aangegeven geen toename van medische klachten te ervaren en zich op advies van de werkcoach ziek te hebben gemeld.

De arbeidskundige beoordeling is evenmin aangetast. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het Uwv voldoende en inzichtelijk heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellant. Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente wordt afgewezen.

Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?

De uitspraak bevestigt dat de bedrijfsarts-FML, ook als die zwaarder beperkt, geen bijzondere motiveringsplicht oplevert voor de verzekeringsarts van het Uwv bij de WIA-beoordeling. Een werkgever die een registerarbeidsdeskundige heeft ingeschakeld voor het tweede spoor, kan er niet van uitgaan dat de daarbij gehanteerde beperkingen doorwerken in de WIA-claimbeoordeling.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De weigering van zowel de WIA-uitkering als de ZW-uitkering blijft in stand. Wmo-begeleiding en verklaringen van een werkcoach, burgemeester of journaliste zijn onvoldoende om zwaardere beperkingen aan te nemen als een medische onderbouwing ontbreekt. Wie meent zwaarder beperkt te zijn dan het Uwv vaststelt, zal dat met medische gegevens moeten onderbouwen.

Vragen over deze uitspraak

Waarom telt de FML van de bedrijfsarts niet mee bij de WIA-beoordeling?

De bedrijfsarts stelt beperkingen op in het kader van re-integratie, wat een ander soort beoordeling is met een ander doel dan de WIA-beoordeling. De verzekeringsarts is daarom niet gehouden tot een bijzondere motivering als zijn FML een andere uitkomst heeft dan die van de bedrijfsarts. Dat de bedrijfsarts in zijn FML van 6 januari 2022 zelf vermeldde dat die is opgesteld in het kader van het opbouwen van uren, bevestigt

Wanneer mag het Uwv een ZW-uitkering weigeren na een eerdere WIA-beoordeling?

Het Uwv mag weigeren als ten minste drie van de oorspronkelijk bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen nog steeds geschikt zijn én de loonwaarde van die functies nog steeds neerkomt op een arbeidsgeschiktheid van ten minste 65 procent. Als de verzekeringsarts vaststelt dat de beperkingen niet zijn toegenomen ten opzichte van de WIA-beoordeling, is daarmee in ieder geval aan die voorwaarden voldaan.

Betekent meer Wmo-begeleiding automatisch meer beperkingen in de WIA of ZW?

Nee. Een verhoging van het aantal uren begeleiding op grond van de Wmo leidt niet zonder meer tot het aannemen van meer beperkingen. De Raad stelt dat ook in dit geval onderliggende medische stukken ontbraken en dat de Wmo-ondersteuning ziet op zelfredzaamheid en zelfzorg, niet op werk.

Kan een werkcoach met zijn oordeel over belastbaarheid de ZW-beoordeling beïnvloeden?

Nee. Aan de opmerking van een werkcoach dat de fysieke en mentale belastbaarheid erg laag is, kan niet de waarde worden gehecht die appellant daaraan wil zien, omdat een werkcoach geen arts is die een beoordeling op grond van de ZW verricht.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket