Centrale Raad van Beroep
ZW-uitkering terecht geweigerd omdat de beperkingen van appellante niet zijn toegenomen ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling
Weigering ZW-uitkering toe te kennen. Terecht geoordeeld dat appellante in staat is de eerder in het kader van de WIA-beoordeling geselecteerde functies te…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:559Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 7 mei 2026
In het kort
- Appellante meldde zich op 20 maart 2023 ziek vanuit een WW-uitkering; het Uwv weigerde de ZW-uitkering per die datum.
- Het Uwv achtte appellante geschikt voor de WIA-functies productiemedewerker industrie, textielproductenmaker en wikkelaar.
- Het toetsingskader uit CRvB 23 december 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:2672) vereist dat ten minste drie functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen geschikt blij
- De Raad zag geen reden te twijfelen aan de conclusie dat de beperkingen op de datum in geding niet zodanig waren toegenomen dat dit leidt tot een hoger arbeidso
- Het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen omdat noodzakelijke twijfel aan de medische beoordeling ontbreekt.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, voormalig schoonmaakster, meldde zich op 20 maart 2023 ziek vanuit een WW-uitkering met meervoudige gezondheidsklachten. Het Uwv weigerde de ZW-uitkering per die datum, omdat een Uwv-arts haar geschikt achtte voor de in het kader van de WIA-beoordeling geselecteerde functies van productiemedewerker industrie, textielproductenmaker en wikkelaar, alsmede voor de reservefuncties. Na bezwaar en beroep bevestigde de rechtbank Noord-Holland op 12 september 2024 dat besluit. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische en fysieke beperkingen waren toegenomen en dat het Uwv meer en zwaardere beperkingen had moeten aannemen voor persoonlijk en sociaal functioneren, de heupen en de rechterschouder. Zij verzocht de Raad een onafhankelijke deskundige te benoemen.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde het geschil aan de hand van het toetsingskader uit zijn uitspraak van 23 december 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:2672). In dat kader gelden twee cumulatieve voorwaarden voor een rechtsgeldige weigering van de ZW-uitkering: ten minste drie van de oorspronkelijk geselecteerde WIA-functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen moeten nog steeds geschikt zijn, en op basis van die functies moet nog steeds sprake zijn van arbeidsgeschiktheid van ten minste 65 procent. De Raad stelt vast dat aan deze voorwaarden in elk geval is voldaan als de verzekeringsarts vaststelt dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen.
De Raad oordeelde dat de beroepsgronden in hoger beroep een herhaling zijn van wat in beroep was aangevoerd en dat de rechtbank deze afdoende had besproken en gemotiveerd verworpen. Er zijn geen nieuwe medische stukken ingediend. De Raad zag geen reden te twijfelen aan de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de psychische en fysieke beperkingen op de datum in geding niet zodanig zijn toegenomen dat dit leidt tot een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage. Voor zover er sprake is van enige toegenomen beperkingen door hielspoor, achtte de Raad de toelichting van de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend dat de geselecteerde functies passend blijven omdat daarin slechts kleine stukjes moet worden gelopen. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige te benoemen werd afgewezen bij gebrek aan noodzakelijke twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De ZW-uitkering van appellante blijft per 20 maart 2023 geweigerd, omdat de Raad heeft geoordeeld dat haar psychische en fysieke beperkingen op die datum niet zodanig zijn toegenomen ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling dat dit leidt tot een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage. Wie in een vergelijkbare situatie een nieuwe beoordeling wil afdwingen, moet concrete medische stukken overleggen die twijfel oproepen aan de beoordeling van het Uwv; het herhalen van eerder aangevoerde gronden zonder nieuwe onderbouwing is daarvoor onvoldoende.
Vragen over deze uitspraak
Wanneer mag het Uwv een ZW-uitkering weigeren na een eerdere WIA-beoordeling?
Het Uwv mag weigeren als ten minste drie van de oorspronkelijk geselecteerde WIA-functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen nog steeds geschikt zijn én als op basis van die functies de arbeidsgeschiktheid nog ten minste 65 procent bedraagt. Als de verzekeringsarts vaststelt dat de beperkingen niet zijn toegenomen, is daarmee aan beide voorwaarden voldaan.
Wat moet een werknemer aanvoeren om een nieuwe medische beoordeling af te dwingen?
Er moet noodzakelijke twijfel bestaan aan de juistheid van de medische beoordeling van het Uwv. De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af omdat appellante in hoger beroep geen nieuwe medische stukken had ingediend en die twijfel ontbrak.
Telt hielspoor als reden om de geselecteerde WIA-functies ongeschikt te verklaren?
Niet in dit geval. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep overtuigend had toegelicht dat de geselecteerde functies passend blijven omdat daarin slechts kleine stukjes moet worden gelopen.
Mag het Uwv een ZW-weigering baseren op slechts één van de geselecteerde WIA-functies?
Nee. Uit de uitspraak van de Raad van 23 december 2022 blijkt dat een weigering van een ZW-uitkering niet kan worden gebaseerd op slechts één van de in het kader van de Wet WIA geselecteerde functies.
Verwante uitspraken
- Beëindiging ZW-uitkering terecht omdat appellante ondanks toegenomen beperkingen geschikt bleef voor drie WIA-functies15 oktober 2025
- Beëindiging ZW-uitkering per 19 januari 2022 blijft in stand ondanks psychiatrisch deskundigenoordeel over forse beperking in persoonlijk functioneren8 april 2026
- ZW-uitkering terecht geweigerd omdat de medische beperkingen niet waren toegenomen ten opzichte van de WIA-beoordeling10 juni 2026


