Centrale Raad van Beroep
Beëindiging ZW-uitkering terecht omdat appellante ondanks toegenomen beperkingen geschikt bleef voor drie WIA-functies
Beëindiging ZW-uitkering. Minder dan 35% arbeidsongeschikt. Terecht geoordeeld dat appellante in staat is de in het kader van de WIA-beoordeling geselecteerde…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1509Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 15 oktober 2025
In het kort
- Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellante per 29 oktober 2021 omdat zij geschikt werd geacht voor drie eerder bij de WIA-beoordeling geduide functies.
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde na fysiek spreekuur op 10 mei 2023 lichte beperkingen vast op traplopen, staan, tillen, dragen en frequent buigen.
- De Raad paste het toetsingskader van zijn uitspraak van 23 december 2022 toe: bij hernieuwde ziekmelding na een WIA-beoordeling moeten ten minste drie functies
- Het motiveringsgebrek in het bestreden besluit werd gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb; de nadere onderbouwing volgde via een rapport van 27 februari 2025
- Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten tot een totaalbedrag van € 4.081,50 en moet het griffierecht van € 188,- vergoeden.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, voormalig tandartsassistente, meldde zich in maart 2020 ziek vanuit een WW-situatie met toegenomen psychische klachten. Na een maagverkleining in augustus 2020 kwamen daar lichamelijke klachten bij, waaronder het Prikkelbare Darm Syndroom. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 29 oktober 2021 op basis van een eerstejaars ZW-beoordeling. Het uitgangspunt daarbij was de FML uit de eerdere WIA-beoordeling van 26 september 2019.
De Raad paste het toetsingskader toe dat volgt uit zijn uitspraak van 23 december 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:2672). Bij een hernieuwde ziekmelding na een WIA-beoordeling moet zijn voldaan aan twee cumulatieve voorwaarden: ten minste drie van de oorspronkelijk geduide functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen moeten geschikt zijn gebleven, én de resterende loonwaarde moet nog steeds een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35 procent opleveren. Indien beperkingen zijn toegenomen, moet per item worden beoordeeld of de functies nog steeds passend zijn.
Niet in geschil was dat de beperkingen van appellante waren toegenomen ten opzichte van de WIA-FML. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde na een fysiek spreekuur lichte beperkingen vast op de items traplopen, staan, tillen, dragen en frequent ver buigen. De Raad oordeelde dat er geen grond was voor twijfel aan dit medisch oordeel, mede omdat appellante haar standpunt niet met medische gegevens had onderbouwd.
De Raad constateerde wel een gebrek: het rapport van 17 mei 2023 bevatte geen beoordeling van de geschiktheid van de functies op de items traplopen, staan, dragen en frequent buigen. Na heropening van het onderzoek vulde de verzekeringsarts bezwaar en beroep dit aan in een rapport van 27 februari 2025. De Raad oordeelde dat de drie functies productiemedewerker industrie (SBC-code 111180), commercieel administratief medewerker (SBC-code 516110) en wikkelaar (nieuw en revisie) (SBC-code 267053) op alle belaste items binnen de toegestane belastbaarheid van appellante bleven. Het motiveringsgebrek werd gepasseerd op grond van artikel 6:22 van de Awb, omdat appellante hierdoor niet was benadeeld. Het hoger beroep slaagde niet.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
Een ZW-uitkering kan worden beëindigd ook als de beperkingen zijn toegenomen ten opzichte van de eerdere WIA-FML, zolang de verzekeringsarts per functie en per belast item motiveert dat de belastbaarheid niet wordt overschreden. Wie van mening is dat de beperkingen zijn onderschat, moet dat standpunt met medische gegevens onderbouwen; een niet-onderbouwde stelling is onvoldoende om twijfel te zaaien of een deskundige te laten benoemen.
Vragen over deze uitspraak
Wanneer mag het Uwv een ZW-uitkering beëindigen als er al eerder een WIA-beoordeling heeft plaatsgevonden?
Beëindiging is mogelijk als van de oorspronkelijk bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies ten minste drie functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen geschikt zijn gebleven, én de loonwaarde van die functies nog steeds een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35 procent oplevert. Dit volgt uit het toetsingskader van de Raad van 23 december 2022.
Moet de verzekeringsarts alle toegenomen beperkingen langs de geduide functies leggen?
Ja. Als de medische beperkingen op één of meer punten van de FML zijn toegenomen, moet worden beoordeeld in hoeverre dit consequenties heeft voor de geschiktheid van de oorspronkelijk geselecteerde functies. De Raad heropende het onderzoek juist omdat het rapport van 17 mei 2023 de items traplopen, staan, dragen en frequent buigen niet had beoordeeld.
Wat gebeurt er als een motiveringsgebrek in het bestreden besluit pas in hoger beroep wordt hersteld?
De Raad kan het gebrek passeren op grond van artikel 6:22 van de Awb als aannemelijk is dat de betrokkene hierdoor niet is benadeeld. In dit geval leidde het passeren er wel toe dat het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep tot een totaal van € 4.081,50.
Is het voldoende als appellante stelt dat haar beperkingen zijn onderschat, zonder medische stukken over te leggen?
Nee. De Raad oordeelde dat er geen aanleiding is voor het benoemen van een deskundige als er geen grond is voor twijfel aan de juistheid van de vaststelling van de medische belastbaarheid. Appellante had haar standpunt niet met medische gegevens onderbouwd.
Verwante uitspraken
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- ZW-uitkering terecht geweigerd omdat de beperkingen van appellante niet zijn toegenomen ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling7 mei 2026
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026


