Centrale Raad van Beroep
Verzoek om terug te komen van weigering ZW-uitkering per 13 februari 2017 afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten
Afwijzing verzoek om terug te komen van weigering om een ZW-uitkering toe te kennen vanaf 13 februari 2017 terecht.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1765Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 3 december 2025
In het kort
- Het Uwv weigerde per besluit van 1 december 2017 een ZW-uitkering aan appellante per 13 februari 2017; dat besluit overleefde eerder bezwaar en beroep.
- Het Uwv vorderde € 7.746,86 aan verstrekte voorschotten terug van appellante.
- De interne e-mails van het Uwv bevatten geen medische informatie over de belastbaarheid van appellante op 13 februari 2017 en gelden daarom niet als nieuw geble
- De belastbaarheid van appellante op 13 februari 2017 is al in meerdere procedures beoordeeld en akkoord bevonden, zodat het besluit niet onmiskenbaar onjuist is
- De Raad verklaart het beroep tegen het besluit van 27 december 2024 ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, voormalig servicemedewerkster bij een tankstation, meldde zich op 14 januari 2016 ziek. Na een eerstejaars ZW-beoordeling werd haar ZW-uitkering beëindigd per 13 februari 2017. Zij meldde zich op 28 februari 2017 opnieuw ziek per die datum, maar het Uwv weigerde bij besluit van 1 december 2017 opnieuw een ZW-uitkering. Die weigering en een terugvordering van € 7.746,86 aan voorschotten overleefden bezwaar en beroep; appellante stelde geen hoger beroep in. Later verzocht appellante om inzage in haar dossier en ontving alsnog stukken, waaronder interne e-mails van het Uwv. Op basis hiervan vroeg zij het Uwv terug te komen van het besluit van 1 december 2017.
De Raad beoordeelt of het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn als bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. Nieuwe feiten zijn feiten die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die weliswaar daarvoor zijn voorgevallen maar niet eerder konden worden aangevoerd.
De interne e-mails van het Uwv zijn weliswaar voor appellante nieuw, maar zij hebben een procedurele strekking: zij gaan over de eigen risicodrager die de ziekmelding weigerde over te nemen, en bevatten geen medische informatie over de belastbaarheid van appellante op 13 februari 2017. De overige door appellante genoemde omstandigheden, zoals een niet-gehonoreerde omscholing en procedurele gebreken in de bezwaarprocedure, zien evenmin op haar medische situatie op die datum. Het medisch ziekenhuisdossier bevat deels stukken van voor de besluitvorming die eerder hadden kunnen worden ingebracht, en deels stukken van daarna waarvan appellante de relevantie voor de toestand op 13 februari 2017 niet aannemelijk heeft gemaakt.
De Raad toetst ook of de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is. Dat is het geval als bij oppervlakkige beoordeling al blijkt dat het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is. Daarvan is geen sprake: de belastbaarheid van appellante op 13 februari 2017 is al in meerdere eerdere procedures beoordeeld en akkoord bevonden. De Raad wijst het verzoek om een nieuwe beoordeling door de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige af, verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De weigering van het Uwv om terug te komen van het besluit van 1 december 2017 blijft in stand, zodat appellante geen recht heeft op een ZW-uitkering per 13 februari 2017 en ook geen schadevergoeding ontvangt. Medische stukken van na de oorspronkelijke besluitvorming worden alleen als nieuw gebleken feit aanvaard als aannemelijk is dat zij relevant zijn voor de medische situatie op de peildatum; dat is hier niet gelukt. Stukken die al voor de besluitvorming bestonden maar niet zijn ingebracht, kunnen in een later herzieningsverzoek niet meer als nieuw feit dienen.
Vragen over deze uitspraak
Wanneer is een feit 'nieuw' genoeg om terug te komen van een eerder besluit?
Een feit is nieuw als het na het eerdere besluit is voorgevallen, of als het wel daarvoor is voorgevallen maar niet eerder kon worden aangevoerd. Bewijsstukken van al eerder gestelde feiten tellen ook mee, mits ze niet eerder konden worden overgelegd.
Tellen interne e-mails van het Uwv als nieuwe feiten voor een herzieningsverzoek?
Niet als ze geen medische informatie bevatten over de belastbaarheid op de relevante datum. De Raad oordeelde dat de interne e-mails van procedurele aard waren en niets zeiden over de medische situatie van appellante op 13 februari 2017.
Kan de rechter een afwijzing van een herzieningsverzoek alsnog vernietigen als het oorspronkelijke besluit onjuist was?
Alleen als het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is, dat wil zeggen dat bij oppervlakkige beoordeling al blijkt dat het besluit niet klopte. Dat appellante niet volledig heeft kunnen hervatten is ingrijpend, maar maakt het besluit nog niet onmiskenbaar onjuist.
Leidt een ongegrond herzieningsverzoek ook tot afwijzing van schadevergoeding?
Ja, de Raad wees het verzoek om schadevergoeding af omdat het beroep tegen de weigering om terug te komen van het besluit van 1 december 2017 niet slaagde.
Verwante uitspraken
- Weigering WIA- en ZW-uitkering blijft in stand ondanks Wmo-begeleiding en afwijkende bedrijfsarts-FML1 juli 2026
- ZW-uitkering terecht beëindigd per 17 februari 2023: appellant geschikt bevonden voor eigen werk als stockmedewerker1 juli 2026
- Beëindiging ZW-uitkering per 19 januari 2022 blijft in stand ondanks psychiatrisch deskundigenoordeel over forse beperking in persoonlijk functioneren8 april 2026


