Centrale Raad van Beroep
ZW-uitkering terecht beëindigd per 17 februari 2023: appellant geschikt bevonden voor eigen werk als stockmedewerker
Beëindiging ZW-uitkering. Appellant wordt geschikt geacht voor zijn laatste werk. Zorgvuldig medisch onderzoek.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:902Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 1 juli 2026
In het kort
- Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellant per 17 februari 2023 omdat hij geschikt werd geacht voor zijn eigen werk als stockmedewerker voor 45 uur per we
- Medisch onderzoek wees uit dat er geen objectiveerbare neurologische schade, cerebrale schade of afwijkingen aan de rechterschouder waren.
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep vond geen aanknopingspunten voor een urenbeperking op grond van de Standaard duurbelastbaarheid in arbeid.
- Informatie van de revalidatiearts, GZ-psycholoog en psychosomatisch fysiotherapeut leidde volgens het rapport van 13 mei 2026 niet tot een andersluidend medisch
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 mei 2025 en wijst het verzoek om een onafhankelijke deskundige af.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant meldde zich op 13 augustus 2021 ziek met fysieke klachten. Na het einde van zijn arbeidsovereenkomst ontving hij een ZW-uitkering. Op 3 januari 2023 raakte hij betrokken bij een scooterongeluk, waarna hij fysieke, eet- en slaapklachten aangaf. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 17 februari 2023, omdat de verzekeringsarts appellant na spreekuuronderzoek geschikt achtte voor zijn laatste werk als stockmedewerker voor 45 uur per week.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde dit oordeel. Uit de opgevraagde medische informatie bleek geen objectiveerbare neurologische of cerebrale schade, en de röntgenfoto van de rechterschouder liet geen afwijkingen zien. Over de psychische klachten stelde zij vast dat appellant geen specifieke psychische klachten had aangegeven en geen behandeling volgde. Zij wees er ook op dat de fysieke belasting in het eigen werk niet continu uit zwaar tillen, dragen, duwen of trekken bestaat en dat het maken van rotaties met de rug geen kenmerkende belasting in dit werk vormt.
In hoger beroep bracht appellant informatie in van een revalidatiearts, een GZ-psycholoog en een psychosomatisch fysiotherapeut, en verzocht hij om aanstelling van een onafhankelijke deskundige. De verzekeringsarts bezwaar en beroep reageerde hierop in een rapport van 13 mei 2026 en concludeerde dat deze informatie niet leidde tot een andersluidend oordeel. Voor een urenbeperking op grond van de Standaard duurbelastbaarheid in arbeid zag zij geen aanknopingspunten, gelet op de mentale en fysieke belastbaarheid van appellant.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en voegt toe dat het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep gevolgd kan worden. Omdat er geen twijfel bestaat aan de juistheid van de medische belastbaarheid, wordt het verzoek om een onafhankelijke deskundige afgewezen. Het hoger beroep slaagt niet en de beëindiging van de ZW-uitkering per 17 februari 2023 blijft in stand. Appellant ontvangt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering per 17 februari 2023 terecht is beëindigd en dat appellant geschikt wordt geacht voor zijn eigen werk als stockmedewerker. Het inbrengen van informatie van behandelaars in hoger beroep heeft de uitkomst niet gewijzigd, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep die informatie heeft meegewogen en tot hetzelfde oordeel is gekomen. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of het betaalde griffierecht.
Vragen over deze uitspraak
Waarom werd de ZW-uitkering beëindigd als appellant net een ongeluk had gehad?
De verzekeringsarts stelde bij onderzoek geen objectiveerbare afwijkingen vast die beperkingen voor het eigen werk rechtvaardigen. Uit de röntgenfoto van de rechterschouder bleken geen afwijkingen en er was geen neurologische of cerebrale schade. Het eigen werk als stockmedewerker werd niet als fysiek of psychisch te belastend beoordeeld voor appellant.
Waarom werd er geen urenbeperking vastgesteld?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep vond gelet op de mentale en fysieke belastbaarheid van appellant geen aanknopingspunten voor een urenbeperking. Dit oordeel werd gehandhaafd nadat ook de informatie van de revalidatiearts, GZ-psycholoog en psychosomatisch fysiotherapeut was meegewogen.
Telt informatie van een eigen behandelaar mee bij de beoordeling?
De informatie van behandelaars werd in de beoordeling betrokken, maar leidde hier niet tot een andere conclusie. De verzekeringsarts bezwaar en beroep gaf in haar rapport van 13 mei 2026 aan dat de stukken van de revalidatiearts, GZ-psycholoog en psychosomatisch fysiotherapeut niet leidden tot een andersluidend medisch oordeel over de datum in geding.
Wanneer wijst de Raad een verzoek om een onafhankelijke deskundige toe?
De Raad wees het verzoek af omdat er geen twijfel bestond aan de juistheid van de medische belastbaarheid. De Raad stelde dat bij het ontbreken van twijfel aan de medische belastbaarheid het verzoek om inschakeling van een onafhankelijke deskundige dient te worden afgewezen.
Verwante uitspraken
- Beëindiging ZW-uitkering per 19 januari 2022 blijft in stand ondanks psychiatrisch deskundigenoordeel over forse beperking in persoonlijk functioneren8 april 2026
- Beëindiging ZW-uitkering terecht omdat appellante ondanks toegenomen beperkingen geschikt bleef voor drie WIA-functies15 oktober 2025
- Beëindiging ZW-uitkering per 8 september 2023 is terecht omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen8 oktober 2025


