Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Het ZW-dagloon hoeft het WW-dagloon niet te volgen als het WW-dagloon alleen op grond van het vertrouwensbeginsel in stand is gelaten

Weigering terug te komen van het eerder vastgestelde dagloon terecht. Weigering ZW-dagloon te verhogen blijft in stand.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:742Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
3 juni 2026

In het kort

  • Het ZW-dagloon van appellant is vastgesteld op € 71,14, gelijk aan het WW-dagloon op het moment van ziekmelding op 19 maart 2018.
  • Na een vaststellingsovereenkomst over achterstallig salaris verhoogde het Uwv het WW-dagloon naar € 181,73, maar trok de bijbehorende ZW-dagloonverhoging naar €
  • Het Uwv liet de verhoging van het WW-dagloon uitsluitend in stand op grond van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, niet omdat de berekening wettelijk
  • Artikel 29, zevende lid, van de ZW verplicht niet tot overname van een onjuist vastgesteld WW-dagloon: de bepaling schrijft alleen dezelfde systematiek voor.
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigt op 3 juni 2026 de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 9 januari 2025.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant ontving een WW-uitkering en meldde zich vervolgens ziek. Het ZW-dagloon werd vastgesteld op het op dat moment geldende WW-dagloon. Nadat appellant en zijn ex-werkgeefster een vaststellingsovereenkomst sloten over achterstallig salaris, berekende het Uwv aanvankelijk een hoger WW-dagloon en volgde ook een hoger ZW-dagloon. Het Uwv trok beide verhogingen daarna in. In de beroepsprocedure over het WW-dagloon liet het Uwv de verhoging van het WW-dagloon alsnog in stand, uitsluitend op grond van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel: er was al een nabetaling gedaan en appellant had het geld al uitgegeven. Het Uwv weigerde daarna het ZW-dagloon op dezelfde wijze te verhogen.

De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat artikel 29, zevende lid, van de ZW verplicht het ZW-dagloon te baseren op het vastgestelde WW-dagloon, en dat ook het Handboek Uwv Wetsuitleg dagloonregels deze koppeling voorschrijft.

De Raad verwerpt dit betoog. Artikel 29, zevende lid, van de ZW schrijft slechts dezelfde systematiek voor, niet een automatische overname van het WW-dagloon. De koppeling geldt alleen als het WW-dagloon juist is vastgesteld. Omdat de verhoging van het WW-dagloon uitsluitend berust op het vertrouwensbeginsel en niet op een correcte wettelijke berekening, is het Uwv niet verplicht die onjuiste berekening te herhalen bij het ZW-dagloon.

Ook de stelling dat de verhoging van het WW-dagloon inhoudelijk juist was, verwerpt de Raad. Het Uwv heeft zowel bij de rechtbank als bij de Raad uiteengezet dat de intrekking van de eerdere besluiten uitsluitend zijn ingegeven door het feit dat er verwachtingen waren gewekt, al een nabetaling had plaatsgevonden en appellant het geld had uitgegeven. Appellant heeft dit niet tegengesproken. Bovendien had de Raad dit al vastgesteld in de eerdere procedure over de beëindiging van de ZW-uitkering.

Het hoger beroep slaagt niet. De weigering van het Uwv om het ZW-dagloon te verhogen blijft in stand. Appellant ontvangt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

Het ZW-dagloon van appellant blijft vastgesteld op € 71,14 en wordt niet verhoogd naar het WW-dagloon van € 181,73. De Raad oordeelt dat de koppeling tussen het WW-dagloon en het ZW-dagloon alleen geldt als het WW-dagloon wettelijk correct is vastgesteld, en dat hier niet van sprake is. Omdat de ZW-uitkering nooit naar het hogere dagloon is uitbetaald, slaagt een beroep op het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel voor de ZW evenmin.

Vragen over deze uitspraak

Moet het ZW-dagloon altijd gelijk zijn aan het WW-dagloon?

Alleen als het WW-dagloon juist is vastgesteld. Artikel 29, zevende lid, van de ZW schrijft dezelfde systematiek voor, niet een automatische overname van het WW-dagloon. Is het WW-dagloon uitsluitend op grond van het vertrouwensbeginsel in stand gelaten en dus niet wettelijk correct, dan is het Uwv niet verplicht dat dagloon ook voor de ZW over te nemen.

Wat betekent het als het Uwv een eerder besluit intrekt vanwege het vertrouwensbeginsel?

Het betekent dat het Uwv erkent dat de hogere uitkering niet op de wet berust, maar dat terugkomen hierop in strijd zou zijn met gewekte verwachtingen. In deze zaak had het Uwv al een nabetaling gedaan en had appellant het geld al uitgegeven; dat zijn de omstandigheden waarop het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde voor de WW, maar niet automatisch voor de ZW.

Kan een nabetaling van achterstallig loon na de referteperiode het dagloon verhogen?

Alleen als het loon in de referteperiode vorderbaar maar niet inbaar was. In deze zaak is niet gebleken dat appellant zijn ex-werkgeefster tijdens de referteperiode op niet mis te verstane wijze heeft gemaand tot betaling, zodat de nabetaling niet bij de dagloonberekening kon worden betrokken.

Wat is het gevolg als een werknemer het geld van een nabetaling al heeft uitgegeven?

Dat is één van de omstandigheden waaraan de Raad het dispositievereiste koppelt. In deze zaak heeft dit er toe geleid dat het Uwv de verhoging van het WW-dagloon in stand liet, omdat terugkomen op de nabetaling in strijd zou zijn geweest met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel. Voor het ZW-dagloon leidde dit niet tot hetzelfde resultaat, omdat de ZW-uitkering nooit naar het hogere dagloon was uitbetaald.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket