Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd

Verhoging WAO-uitkering terecht geweigerd. Geen sprake van toegenomen arbeidsongeschiktheid op grond van dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na de laatste…

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:830Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
17 juni 2026

In het kort

  • De WAO-uitkering van appellant was per 5 februari 2008 vastgesteld op 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling.
  • Appellant meldde zich op 21 maart 2023 met toegenomen klachten met ingang van april 2022; het Uwv weigerde de uitkering te wijzigen.
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde op 20 oktober 2023 dat de claim van toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na 5 februari 2008 niet
  • De Centrale Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 4 april 2025 en verklaart het incidenteel hoger beroep van het Uwv niet-ontvankelijk.
  • Appellant ontvangt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht omdat het hoger beroep niet slaagt.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant ontving een WAO-uitkering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling is de mate van arbeidsongeschiktheid per 5 februari 2008 vastgesteld op 15 tot 25%. In 2023 meldde appellant zich met toegenomen klachten met ingang van april 2022. Het Uwv weigerde de WAO-uitkering te wijzigen, omdat de toename niet binnen vijf jaar na de datum van toekenning of herziening van de uitkering was gelegen. In bezwaar handhaafde het Uwv dit standpunt op basis van een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 20 oktober 2023.

De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond. Zij oordeelde dat geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb en dat de claim van toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na 5 februari 2008 niet was onderbouwd.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Artikel 39a van de WAO bepaalt dat herziening plaatsvindt bij toeneming van de arbeidsongeschiktheid die intreedt binnen vijf jaar na de datum van toekenning of herziening en die voortkomt uit dezelfde oorzaak. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft uitvoerig uiteengezet waarom daar geen sprake van is. Hij heeft de eerdere besluitvorming in het kader van de WAO en de ZW en de medische stukken in het dossier betrokken, maar daarin geen reden gevonden om de belastbaarheid te herzien. Appellant heeft ook in hoger beroep zijn standpunt niet nader onderbouwd.

Het Uwv had tevens incidenteel hoger beroep ingesteld, omdat de rechtbank naar zijn mening buiten de grenzen van het geding was getreden door een beoordeling op grond van artikel 4:6 van de Awb te maken. De Raad verklaart dit incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang: een beoordeling op grond van artikel 4:6 van de Awb zou toch niet tot een andere uitkomst hebben geleid.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Raad bevestigt dat de WAO-uitkering van appellant niet wordt verhoogd, omdat hij niet met medische stukken heeft aangetoond dat zijn arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na 5 februari 2008 is toegenomen uit dezelfde ziekteoorzaak. Ook in hoger beroep heeft appellant zijn standpunt niet nader onderbouwd. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten of het betaalde griffierecht.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer heeft een verzekerde recht op verhoging van zijn WAO-uitkering bij verslechtering van zijn gezondheid?

Herziening vindt plaats als de toeneming van de arbeidsongeschiktheid intreedt binnen vijf jaar na de datum van toekenning of herziening van de uitkering én voortkomt uit dezelfde oorzaak als de oorspronkelijke arbeidsongeschiktheid. Dat volgt uit artikel 39a van de WAO. De toegenomen arbeidsongeschiktheid moet bovendien onafgebroken vier weken hebben geduurd.

Wat moet een verzekerde aanleveren om toegenomen arbeidsongeschiktheid aannemelijk te maken?

De claim moet met medische feiten worden onderbouwd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde vast dat appellant zijn claim dat zijn arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na 5 februari 2008 was toegenomen niet met medische feiten had onderbouwd, en ook in hoger beroep leverde appellant geen nadere onderbouwing.

Telt het ontvangen van ziekengeld als bewijs dat de arbeidsongeschiktheid is toegenomen?

Nee. De rechtbank oordeelde dat uit de omstandigheid dat de ziekmelding in eerste instantie is geaccepteerd door het Uwv niet volgt dat sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid, omdat er toen nog geen medische beoordeling had plaatsgevonden. Na de medische beoordeling werd appellant geschikt geacht voor de maatgevende arbeid.

Wat gebeurt er als de rechter buiten de grenzen van het geding treedt maar dat geen verschil maakt voor de uitkomst?

Het incidenteel hoger beroep waarmee het Uwv dit aan de orde stelde, werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. De Raad redeneerde dat een beoordeling op grond van artikel 4:6 van de Awb niet tot een andere uitkomst zou hebben geleid en het Uwv daardoor niet in een gunstigere positie zou komen.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket