Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

ZW-uitkering terecht beëindigd ondanks veelvuldig toiletbezoek omdat werknemer vanuit huis werkt

Beëindiging ZW-uitkering. Voldoende medische grondslag. Appellante is terecht in staat geacht haar eigen werk te kunnen verrichten.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:706Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
27 mei 2026

In het kort

  • Appellante werkte als medewerker klantenservice 24 uur per week en meldde zich op 21 juli 2023 ziek met buikklachten, misselijkheid en spier-, pijn- en vermoeid
  • Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 17 oktober 2023 nadat een arts appellante geschikt achtte voor haar laatste werk.
  • De Raad oordeelt dat appellante ook bij veelvuldig toiletbezoek in staat is de maatgevende arbeid te verrichten, omdat zij vanuit huis werkt en gebruik kan make
  • De gestelde toename van pijnklachten rond juli 2023 is niet medisch geobjectiveerd en blijkt niet uit de beschikbare medische gegevens.
  • De urenomvang van 24 uur per week biedt volgens de Raad voldoende recuperatietijd om te kunnen functioneren.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Het geschil betreft de beëindiging van de ZW-uitkering van appellante per 17 oktober 2023. Appellante werkte als medewerker klantenservice voor 24 uur per week en meldde zich op 21 juli 2023 ziek met buikklachten, misselijkheid, en spier-, pijn- en vermoeidheidsklachten. Het Uwv beëindigde de uitkering nadat een arts haar geschikt achtte voor haar laatste werk. In bezwaar, beroep en hoger beroep hield het Uwv dit standpunt vol.

De centrale vraag was of appellante door haar medische beperkingen niet in staat was haar eigen werk te verrichten. Appellante stelde dat haar klachten waren toegenomen sinds een Eerstejaars Ziektewet beoordeling (EZWb) in 2020, dat zij twintig keer per dag naar het toilet moest, en last had van hoofdpijn, duizeligheid en liesklachten. Het Uwv stelde dat de gestelde toename van klachten niet medisch objectiveerbaar was.

De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt. Appellante is al lange tijd bekend met maag- en darmklachten, deels veroorzaakt door verklevingen na een operatie in haar jeugd. De verzekeringsarts had vastgesteld dat zij ook bij veelvuldig toiletbezoek in staat is de maatgevende arbeid te verrichten, omdat zij vanuit huis werkt en gebruik kan maken van het toilet en incontinentiemateriaal. De Raad achtte deze toelichting niet onjuist.

De Raad benadrukte dat het eigen werk een fysiek lichte functie betreft die vanuit huis en naar eigen inzicht kan worden uitgevoerd, en dat de urenomvang van 24 uur per week voldoende recuperatietijd biedt. De gestelde toename van pijnklachten rond juli 2023 is niet medisch geobjectiveerd, en uit de beschikbare medische gegevens blijkt niet dat appellante rond de datum in geding verdergaand beperkt was. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 1 mei 2025 werd bevestigd.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De ZW-uitkering van appellante blijft beëindigd per 17 oktober 2023 omdat de Raad oordeelt dat zij in staat is haar werk als medewerker klantenservice te verrichten. De Raad stelt vast dat de gestelde toename van pijnklachten niet medisch objectiveerbaar is en dat de toiletbeperking niet tot ongeschiktheid leidt zolang appellante vanuit huis werkt. Een eventuele nieuwe aanvraag om uitkering zal worden beoordeeld op basis van op dat moment objectief vast te stellen medische beperkingen.

Vragen over deze uitspraak

Waarom mag het Uwv niet-objectiveerbare klachten buiten beschouwing laten?

Op grond van artikel 19, eerste lid, van de ZW moet ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid een rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken zijn. De gestelde toename van pijnklachten rond juli 2023 was niet medisch geobjectiveerd, waardoor geen recht op ziekengeld bestond.

Telt het dat iemand twintig keer per dag naar het toilet moet als beperking voor de ZW?

De Raad erkent de toiletbeperking, maar oordeelt dat die niet verhindert dat appellante haar eigen werk verricht omdat zij vanuit huis werkt en daar een toilet in de buurt heeft en gebruik kan maken van incontinentiemateriaal. De beperking is dus meegewogen maar leidt niet tot ongeschiktheid voor de eigen functie.

Wat betekent een urenomvang van 24 uur per week voor de beoordeling van recuperatietijd?

De Raad overweegt dat de urenomvang van 24 uur per week voldoende recuperatietijd biedt om te kunnen functioneren. De arbeidsomvang speelt daarmee een rol in de beoordeling of iemand in staat is de maatgevende arbeid te verrichten.

Kan appellante een nieuwe ZW-aanvraag indienen als haar klachten verergeren?

Elke nieuwe aanvraag wordt beoordeeld op basis van het uitgangspunt dat objectief moet vaststaan dat appellante door ziekte niet in staat is haar werkzaamheden te verrichten. De rechtbank heeft dit in de aangevallen uitspraak overwogen; de Raad laat die uitspraak in stand.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket