Centrale Raad van Beroep
Beëindiging ZW-uitkering per 8 september 2023 is terecht omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen
Beëindiging ZW-uitkering terecht. Appellante is terecht in staat geacht meer dan 65% te kunnen verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1502Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 8 oktober 2025
In het kort
- De ZW-uitkering van appellante is per 8 september 2023 beëindigd omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen in passende functies.
- Appellante werkte als productiemedewerker voor gemiddeld 30,38 uur per week en meldde zich op 25 juli 2022 ziek met lichamelijke klachten.
- De FML van 18 juli 2023 legt beperkingen vast op het gebied van rugbelasting, schouderbelasting, persoonlijk en sociaal functioneren, en medicatiegebruik.
- Een brief van PsyM van 25 januari 2024 over een intakegesprek op 1 augustus 2022 vormt geen aanleiding om de beoordeling te herzien, omdat zij geen informatie g
- Een urenbeperking is niet aangewezen geacht omdat appellante per datum in geding aan het opknappen was van de depressie en er sprake was van een vrij stabiel be
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante meldde zich op 25 juli 2022 ziek vanuit haar werk als productiemedewerker voor gemiddeld 30,38 uur per week. Het Uwv kende haar een ZW-uitkering toe. Na een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling stelde een verzekeringsarts een FML op van 18 juli 2023. Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante niet meer geschikt was voor haar eigen werk, maar selecteerde passende functies. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 8 september 2023 omdat appellante meer dan 65% kon verdienen van haar maatmaninkomen.
De beperkingen in de FML zijn gebaseerd op de diagnoses aspecifieke chronische rugpijn, depressieve episode en pijn in de bovenste extremiteiten. Appellante is aangewezen op rugsparend en schoudersparend werk, met beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren. Verder is zij aangewezen op werk zonder onregelmatige of nachtdiensten, zonder sterke tijdsdruk of dwingend hoge tempobelasting, en dient zij niet te veel te worden blootgesteld aan conflicterende functie-eisen. Beroepsmatig rijden of bedienen van gevaarlijke machines is vanwege medicatiegebruik niet verantwoord. In beroep is een aangepaste FML van 30 augustus 2024 overgelegd, waarbij appellante aanvullend beperkt is geacht voor onregelmatige diensten.
Appellante voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de diagnoses uit de brief van PsyM van 25 januari 2024 en dat haar mentale situatie al vóór de datum in geding was verslechterd. De Raad volgt dit niet. De brief van PsyM betreft een verslag van een intakegesprek van 1 augustus 2022 en geeft geen nadere informatie over de situatie rondom de datum in geding. De verzekeringsarts bezwaar en beroep is uitgegaan van een depressie die bij perioden erger is geweest maar op de peildatum in remissie leek.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering per 8 september 2023 terecht is beëindigd. Appellante heeft niet met medische gegevens aannemelijk gemaakt dat de vastgestelde beperkingen onvoldoende zijn of dat een urenbeperking nodig was. Een nieuw stuk van PsyM van 15 april 2025, overgelegd in hoger beroep, bevat geen andere informatie dan eerder al beoordeeld materiaal en leidt niet tot een ander oordeel.
Vragen over deze uitspraak
Waarom is er geen urenbeperking opgenomen in de FML?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep achtte een urenbeperking niet aangewezen omdat appellante per datum in geding aan het opknappen was van de depressie. De behandeling bij de psycholoog was in frequentie verminderd en de dosering van de antidepressiva was over langere tijd constant gebleven, wat duidt op een vrij stabiel beeld.
Welke diagnoses zijn meegenomen in de beoordeling?
Bij de beoordeling is uitgegaan van aspecifieke chronische rugpijn, depressieve episode en pijn in de bovenste extremiteiten. De depressie werd op de datum in geding als in remissie beoordeeld.
Telt de brief van PsyM van 25 januari 2024 mee in de beoordeling?
De brief is bij de beoordeling betrokken, maar leidt niet tot een ander oordeel. De brief betreft een verslag van een intakegesprek op 1 augustus 2022 en geeft geen nadere informatie over de situatie van appellante op de datum in geding, 8 september 2023.
Wat betekent de 65%-norm in de Ziektewet?
Op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de ZW behoudt een betrokkene na 52 weken van ongeschiktheid zijn ZW-uitkering als hij als gevolg van ziekte minder kan verdienen dan 65% van zijn maatmaninkomen. Dit percentage wordt berekend door het maatmaninkomen te vergelijken met het loon dat hij kan verdienen in passende functies.
Verwante uitspraken
- Uwv wijst herzieningsverzoek maatmaninkomen WAZ terecht af omdat geen sprake is van nieuwe feiten en het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist is3 juni 2026
- WIA-uitkering terecht geweigerd na herstel arbeidskundige grondslag voor maatmanomvang en maatmaninkomen11 februari 2026
- ZW-uitkering terecht beëindigd per 1 juli 2023 omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen10 juni 2026


