Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

ZW-uitkering terecht beëindigd ondanks gestelde verdergaande beperkingen na steekincident

Beëindiging ZW-uitkering omdat appellant meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. Eerstejaars Ziektewetbeoordeling.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1468Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
1 oktober 2025

In het kort

  • Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellant per 17 juni 2023 omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.
  • Appellant werkte als verkeersregelaar voor gemiddeld 26,53 uur per week en meldde zich op 6 december 2021 ziek na een steekincident.
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep onderzocht appellant medisch en zag geen aanleiding voor verdergaande beperkingen; de FML van 11 mei 2023 bleef nagenoeg i
  • Nadere medische stukken van huisarts en anesthesioloog bevatten geen nieuwe informatie en gaven de Raad geen aanleiding voor een ander oordeel.
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigde op 1 oktober 2025 de uitspraak van rechtbank Rotterdam van 30 september 2024.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant werkte als verkeersregelaar voor gemiddeld 26,53 uur per week en meldde zich op 6 december 2021 ziek na een steekincident. Het Uwv kende hem een ZW-uitkering toe. Na een Eerstejaars Ziektewetbeoordeling stelde een verzekeringsarts een FML op van 11 mei 2023, waarbij zowel fysieke als psychische beperkingen zijn aangenomen. Een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies en berekende de mate van arbeidsongeschiktheid op 0%. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 17 juni 2023 omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.

Appellant stelde dat de aard en ernst van zijn lichamelijke en psychische klachten niet juist zijn beoordeeld. Hij claimde verdergaande beperkingen op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren, dynamische handelingen, statische houdingen, en op beoordelingsitem 4.15 (hoofdbewegingen maken). Ook achtte hij de geselecteerde functies niet geschikt. Ter ondersteuning bracht hij in hoger beroep nadere medische stukken in, waaronder brieven van zijn huisarts en een brief van een anesthesioloog van 6 juni 2024.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep was aanwezig op de hoorzitting en onderzocht appellant medisch. Hij zag geen aanleiding voor verdergaande beperkingen en verduidelijkte de toelichting bij twee beoordelingspunten in de FML. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep zag geen reden om af te wijken van de conclusies van de primaire arbeidsdeskundige. Rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de in hoger beroep ingebrachte medische stukken geen nieuwe medische informatie bevatten, maar het reeds bekende beeld over de pijn- en psychische klachten onderschrijven. De verzekeringsartsen hadden met die klachten al rekening gehouden en in alle rubrieken van de FML beperkingen aangenomen. De Raad ziet geen aanleiding te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. Het hoger beroep slaagt niet en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Centrale Raad van Beroep heeft bevestigd dat de ZW-uitkering per 17 juni 2023 terecht is beëindigd. Het inbrengen van nadere medische stukken in hoger beroep heeft niet geleid tot een ander oordeel, omdat die stukken geen nieuwe informatie bevatten die wees op onderschatting van de klachten. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen in alle rubrieken van de FML al rekening hadden gehouden met de pijnklachten en psychische klachten.

Vragen over deze uitspraak

Waarom werd de ZW-uitkering beëindigd?

De uitkering werd beëindigd omdat de arbeidsdeskundige na functieselectie de mate van arbeidsongeschiktheid berekende op 0%, wat betekent dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. Op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de ZW behoudt een betrokkene zijn uitkering alleen als hij minder dan 65% kan verdienen van zijn maatmaninkomen.

Wat deed de verzekeringsarts bezwaar en beroep precies?

De verzekeringsarts bezwaar en beroep was aanwezig op de hoorzitting en onderzocht appellant aansluitend medisch. Hij zag geen aanleiding voor verdergaande beperkingen en verduidelijkte de toelichting bij twee beoordelingspunten in de FML.

Hielpen de extra medische stukken die appellant inbracht in hoger beroep?

Nee, de Raad oordeelde dat deze stukken geen nieuwe medische informatie bevatten. Ze onderschreven alleen het al bekende medische beeld over de pijn- en psychische klachten, waarmee de verzekeringsartsen al rekening hadden gehouden.

Heeft de Raad ook gekeken naar de geschiktheid van de geselecteerde functies?

Ja, maar de Raad oordeelde kort dat wat appellant heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de geselecteerde functies in medisch opzicht voor hem niet geschikt zijn.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket