Centrale Raad van Beroep
Uwv heeft bij continuering ZW-uitkering eigenrisicodrager ten onrechte geen arbeidskundig vervolgonderzoek verricht
Tussenuitspraak. Voortzetten ZW-uitkering. De Raad komt tot het oordeel dat met besluit van 16 maart 2023 niet op juiste wijze uitvoering is gegeven aan de…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1609Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 29 oktober 2025
In het kort
- Het Uwv continueerde de ZW-uitkering van de ex-werknemer na 12 juli 2018 zonder te onderzoeken of andere passende functies geselecteerd hadden kunnen worden zon
- De Raad oordeelt dat het besluit van 16 maart 2023 in strijd is met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb wegens onzorgvuldige voorbereiding en gebre
- Als alsnog voldoende geschikte functies gevonden worden voor een arbeidsongeschiktheid onder 35%, dan kan de ZW-uitkering niet op appellante als eigenrisicodrag
- Het Uwv krijgt opdracht het gebrek te herstellen binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak van 29 oktober 2025.
- Artikel 30b van de ZW beschermt de werknemer: intrekking van een uitkering door toedoen van de werkgever werkt nooit terug, maar dit laat onverlet dat sprake ka
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Een eigenrisicodrager (appellante) betwist dat het Uwv op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan een eerdere einduitspraak van de Raad. De zaak draait om de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWb) van een ex-werknemer. Het Uwv had bij besluit van 11 juni 2018 bepaald dat de werknemer per 12 juli 2018 geen recht meer had op ziekengeld, omdat hij meer dan 65% kon verdienen van zijn loon van voor de ziekte. Na een tussenuitspraak van 9 augustus 2022 en een einduitspraak van 22 februari 2023, waarbij de Raad oordeelde dat het medisch onderzoek naar de hand- en vingerfunctie onvoldoende was en drie van de geselecteerde functies moesten vervallen, droeg de Raad het Uwv op een nieuwe medische en arbeidskundige beoordeling te verrichten.
Het Uwv heeft hierop de ZW-uitkering na 12 juli 2018 gecontinueerd zonder nader verzekeringsgeneeskundig of arbeidskundig onderzoek te laten plaatsvinden. Het Uwv stelde dat tijdsverloop nieuw onderzoek zinloos maakte en dat de uitkering hoe dan ook niet met terugwerkende kracht kon worden beëindigd.
De Raad oordeelt dat het Uwv weliswaar terecht heeft besloten de ZW-uitkering te continueren, gelet op de aanzegjurisprudentie en het feit dat er na het vervallen van drie functies nog slechts één resterende functie overbleef. Echter, het Uwv heeft nagelaten te onderzoeken of andere functies geselecteerd hadden kunnen worden waarbij geen sprake is van kenmerkende belasting op hand- en vingergebruik. Als dat onderzoek zou uitwijzen dat alsnog voldoende geschikte functies hadden kunnen worden geselecteerd ter onderbouwing van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, dan zou de onrechtmatigheid van de continuering van de ZW-uitkering ten opzichte van appellante vast komen te staan en kan die uitkering niet op appellante worden verhaald.
Door dit arbeidskundig vervolgonderzoek achterwege te laten heeft het Uwv het belang van appellante niet in ogenschouw genomen. Het bestreden besluit van 16 maart 2023 berust daarmee op een onzorgvuldige voorbereiding en een gebrekkige motivering, in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb. De Raad geeft het Uwv in deze tussenuitspraak opdracht het gebrek binnen vier weken na verzending te herstellen door te onderzoeken of andere passende functies geselecteerd hadden kunnen worden.
Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?
Een eigenrisicodrager die het niet eens is met de continuering van een ZW-uitkering heeft een procesbelang bij de beoordeling van de rechtmatigheid van dat besluit, ook als de uitkering zelf niet meer met terugwerkende kracht kan worden beëindigd. Het Uwv is verplicht bij het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar ook te onderzoeken of andere passende functies beschikbaar zijn, zodat de eigenrisicodrager weet of de uitkering terecht op hem wordt verhaald. Als dat onderzoek uitwijst dat voldoende geschikte functies hadden kunnen worden geselecteerd voor een arbeidsongeschiktheid onder 35%, staat de onrechtmatigheid van de continuering ten opzichte van de eigenrisicodrager vast.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De ZW-uitkering van de werknemer wordt gecontinueerd tot het einde van de wachttijd van 104 weken, waarna een WIA-beoordeling zal plaatsvinden. De uitkomst van het arbeidskundig vervolgonderzoek dat het Uwv nu moet verrichten, kan op grond van artikel 30b van de ZW niet leiden tot beëindiging van de ZW-uitkering in het verleden; de werknemer is in dat opzicht beschermd.
Vragen over deze uitspraak
Moet het Uwv alsnog een arbeidskundige beoordeling doen als de ZW-uitkering al is gecontinueerd?
Ja, volgens de Raad had het Uwv moeten onderzoeken of andere passende functies geselecteerd hadden kunnen worden zonder kenmerkende belasting op hand- en vingergebruik. Zonder dat onderzoek is het besluit onvoldoende gemotiveerd. Het feit dat de uitkering niet meer met terugwerkende kracht beëindigd kan worden, doet daar niet aan af.
Kan de eigenrisicodrager de ZW-uitkering terugkrijgen als het Uwv een fout heeft gemaakt?
Dat is mogelijk als komt vast te staan dat de continuering van de ZW-uitkering onrechtmatig was ten opzichte van de werkgever. De Raad overweegt dat een oordeel van onrechtmatig handelen kan leiden tot schadeplichtigheid van het Uwv jegens de werkgever, ook als de uitkering zelf niet meer met terugwerkende kracht beëindigd kan worden.
Wat betekent het dat tijdsverloop voor rekening en risico van het Uwv komt?
De Raad had in de einduitspraak van 22 februari 2023 al geoordeeld dat het ontbreken van adequaat onderzoek naar de hand- en vingerfunctie in het verleden, nu dit door tijdsverloop niet meer kan worden hersteld, voor risico van het Uwv komt. Het Uwv kan dit gegeven echter niet gebruiken als reden om ook het arbeidskundig vervolgonderzoek achterwege te laten.
Wat is de opdracht die de Raad het Uwv nu geeft?
Het Uwv moet binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak onderzoeken of andere functies geselecteerd hadden kunnen worden die de werknemer zou kunnen verrichten, met inachtneming van de vastgestelde beperkingen voor hand- en vingergebruik en fijne motoriek uit de uitspraak van 22 februari 2023.
Verwante uitspraken
- Eigenrisicodrager kan de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet aanvechten in een EZWb-procedure over het ongewijzigd voortzetten van de ZW-uitkering27 oktober 2025
- Uwv komt tegemoet na tussenuitspraken over ME/CVS; redelijke termijn overschreden met bijna drie jaar en schadevergoeding toegekend13 mei 2026
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid na tussenuitspraak alsnog vast op 58,24 procent na aangescherpte FML met urenbeperking6 augustus 2025


