Centrale Raad van Beroep
Uwv beëindigt ZW-uitkering terecht omdat schoonmaker op 1 oktober 2023 geschikt was voor eigen werk
Beëindiging ZW-uitkering terecht. Voldoende gemotiveerd dat appellant op 1 oktober 2023 geen beperkingen had die een belemmering vormden voor het verrichten…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1835Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 10 december 2025
In het kort
- Appellant meldde zich op 21 juni 2023 ziek als medewerker schoonmaak; het Uwv beëindigde zijn ZW-uitkering per 1 oktober 2023.
- De bedrijfsarts achtte appellant per 1 oktober 2023 geschikt voor zijn eigen werk als medewerker schoonmaak.
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde bij lichamelijk onderzoek geen bewegingsbeperkingen of atrofie vast, wat duidt op normaal gebruik van armen en hand
- Appellant legde in hoger beroep stukken uit 2025 over, maar die geven geen aanleiding voor een ander oordeel over de situatie op 1 oktober 2023.
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt op 10 december 2025 de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 januari 2025.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant werkte als medewerker schoonmaak op twee werklocaties en meldde zich op 21 juni 2023 ziek. De bedrijfsarts achtte hem per 1 oktober 2023 geschikt voor zijn eigen werk. Het Uwv beëindigde vervolgens de ZW-uitkering per die datum. Na ongegrondverklaring van het bezwaar en het beroep bij de rechtbank Amsterdam stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zijn werk als schoonmaker niet kan uitoefenen vanwege klachten aan zijn rechterschouder en voeten. In zijn rechterschouder zou kalkophoping zijn ontstaan waardoor hij deze niet kan bewegen. Hij legde een afspraakbevestiging van 18 april 2025 bij het AMC poli neurologie en een verslag van een arts van 12 februari 2025 over.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. De gronden zijn in essentie een herhaling van wat in beroep was aangevoerd. De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat er geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan de juistheid van het medisch oordeel. Daarbij is van belang dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep appellant lichamelijk heeft onderzocht en heeft vastgesteld dat hij geen bewegingsbeperkingen en atrofie heeft, wat duidt op een normaal gebruik van armen en handen. De arts keek ook naar stukken van de bedrijfsarts en huisarts en betrok daarbij dat appellant in het ziekenhuis in Amstelveen is geweest.
De Raad benadrukt dat de klachten aan rechterschouder en rug al jaren bestonden en dat appellant daarmee altijd had kunnen werken. Het volgen van fysiotherapie en het slikken van pijnmedicatie volstaat niet als bewijs dat de klachten ernstiger zijn dan in het rapport vermeld. Appellant heeft geen medisch objectiveerbare gegevens ingebracht die duiden op een evidente verslechtering in zijn medisch beeld. De in hoger beroep overgelegde stukken uit 2025 geven geen aanleiding voor een andersluidend oordeel, omdat de beoordeling ziet op de gezondheidstoestand op 1 oktober 2023.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De ZW-uitkering van appellant blijft beëindigd per 1 oktober 2023, omdat de Raad het medisch oordeel van het Uwv onderschrijft en het hoger beroep niet slaagt. Stukken over de gezondheidstoestand ná de beoordelingsdatum wegen niet mee; wie het medisch oordeel wil aanvechten heeft medisch objectiveerbare gegevens nodig die zien op de situatie op de datum van beëindiging. Appellant krijgt geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.
Vragen over deze uitspraak
Waarom tellen de stukken van de arts uit 2025 niet mee bij deze beoordeling?
De beoordeling ziet uitsluitend op de gezondheidstoestand op 1 oktober 2023, de datum van beëindiging van de ZW-uitkering. Stukken die zien op een latere periode kunnen geen ander licht werpen op de situatie op die specifieke datum.
Is het voldoende bewijs dat iemand fysiotherapie volgt en pijnmedicatie slikt om een ZW-uitkering te houden?
Nee, dat is volgens de Raad niet voldoende. Het volgen van fysiotherapie en het slikken van pijnmedicatie betekent niet dat de klachten ernstiger zijn dan in het rapport vermeld; er zijn medisch objectiveerbare gegevens nodig die duiden op een evidente verslechtering.
Wat weegt de verzekeringsarts mee als klachten al jaren bestaan?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft meegewogen dat appellant al jaren klachten had aan zijn rechterschouder en rug en daarmee altijd had kunnen werken. Dat gegeven draagt bij aan het oordeel dat de klachten op de beoordelingsdatum geen belemmering vormden voor het verrichten van eigen arbeid.
Wat betekent 'zijn arbeid' in de Ziektewet voor iemand zonder werkgever?
Voor een verzekerde zonder werkgever wordt onder 'zijn arbeid' verstaan: ongeschiktheid tot het verrichten van werkzaamheden die bij een soortgelijke werkgever gewoonlijk kenmerkend zijn voor zijn arbeid. Dit volgt uit artikel 19, vijfde lid, van de ZW.
Verwante uitspraken
- Beëindiging ZW-uitkering per 19 januari 2022 blijft in stand ondanks psychiatrisch deskundigenoordeel over forse beperking in persoonlijk functioneren8 april 2026
- Beëindiging ZW-uitkering terecht omdat appellante ondanks toegenomen beperkingen geschikt bleef voor drie WIA-functies15 oktober 2025
- Beëindiging ZW-uitkering per 8 september 2023 is terecht omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen8 oktober 2025


