Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

ZW-uitkering terecht beëindigd ondanks rugoperatie na de datum in geding

Beëindiging ZW-uitkering omdat appellant meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:871Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2 juli 2026

In het kort

  • Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellant per 10 januari 2023, omdat zijn verdiencapaciteit was vastgesteld op 76,78 procent van het maatmaninkomen.
  • Appellant onderging op 9 november 2023 een spondylodese-operatie, maar de Raad oordeelde dat de ingebrachte medische stukken de al bekende gegevens slechts beve
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat van een forse zenuwbeklemming geen sprake was en dat de beperkingen voor rugsparende arbeid met vertredin
  • Het verzoek van appellant om een onafhankelijke deskundige te benoemen werd afgewezen omdat ook in hoger beroep geen twijfel bestond over de juistheid van de me
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigde op 2 juli 2026 de uitspraak van rechtbank Limburg van 17 mei 2024.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur voor 25 uur per week, meldde zich op 15 oktober 2021 ziek met klachten aan het linkerbeen en chronische lage rugklachten. In het kader van de eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts een FML op van 18 november 2022. Een arbeidsdeskundige selecteerde functies en stelde de verdiencapaciteit vast op 76,78 procent. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 10 januari 2023, omdat appellant meer dan 65 procent kon verdienen van zijn maatmaninkomen.

In hoger beroep voerde appellant aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig was, dat het Uwv onvoldoende rekening had gehouden met slopende zenuwpijnen door afwezigheid van tussenwervelschijven, en dat ten onrechte geen urenbeperking was aangenomen. Hij wees erop dat hij op 9 november 2023 aan zijn rug was geopereerd (spondylodese) en betoogde dat de aandoening langzaam was ontstaan, zodat de ernst ook al op de datum in geding aanwezig was. Appellant verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.

Na de zitting heropende de Raad het onderzoek en stelde appellant in de gelegenheid nadere medische informatie in te brengen. Appellant legde onder meer een transcriptie van het spreekuur van 17 november 2022, brieven van neurochirurg P. Simons, een anesthesioloog en een orthopedisch chirurg, en röntgenfoto's over.

De Raad oordeelde dat de primaire arts geen aanleiding had hoeven zien om nadere informatie op te vragen op basis van een enkele losse opmerking van appellant over zijn behandelaar in Keulen. Uit het rapport van de primaire arts bleek bovendien dat reeds voldoende informatie aanwezig was. De verzekeringsarts bezwaar en beroep lichtte gemotiveerd toe dat de ingebrachte stukken de al bekende gegevens bevestigden: degeneratieve afwijkingen deels van normale leeftijdsklachten, geen forse zenuwbeklemming, en de operatie in november 2023 volgde op conservatieve behandeling. Met de aangenomen beperkingen voor rugsparende arbeid waarin appellant kan vertreden, werd naar het oordeel van de Raad in ruime mate tegemoetgekomen aan de klachten. Het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen. Het hoger beroep slaagt niet en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De ZW-uitkering eindigt per 10 januari 2023 definitief, ook na de rugoperatie van november 2023. De Raad oordeelde dat de medische stukken die na de zitting zijn ingebracht de al bekende gegevens bevestigen en geen grond geven voor zwaardere beperkingen op de datum in geding. De vastgestelde verdiencapaciteit van 76,78 procent blijft gelden, wat betekent dat appellant geacht wordt meer dan 65 procent van zijn maatmaninkomen te kunnen verdienen.

Vragen over deze uitspraak

Waarom telde de rugoperatie van na de datum in geding niet mee voor de ZW-beoordeling?

De Raad oordeelde dat de na de datum in geding ingebrachte medische stukken de al bekende gegevens bevestigen en geen nieuwe of zwaardere beperkingen aantonen op 10 januari 2023. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde vast dat de degeneratieve afwijkingen deels normaal zijn voor de leeftijd en dat van een forse zenuwbeklemming geen sprake was. De operatie in november 2023 volgde op conservatieve behandeling die al in de beoordeling was

Wanneer moet een verzekeringsarts bij de EZWb aanvullende medische informatie opvragen?

Volgens de Raad geeft een enkele losse opmerking van appellant over een behandelaar, zonder context of nadere informatie, geen aanleiding om aanvullende informatie op te vragen. In dit geval was bovendien al voldoende informatie aanwezig van de bedrijfsarts en van DC Klinieken.

Op welke grond wordt bij de eerstejaars ZW-beoordeling bepaald of de uitkering eindigt?

Op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de ZW behoudt een betrokkene zijn uitkering als hij als gevolg van ziekte minder dan 65 procent kan verdienen van zijn maatmaninkomen. De verdiencapaciteit wordt berekend door het maatmaninkomen te vergelijken met het loon dat hij kan verdienen in passende functies, waarbij wordt aangesloten bij de systematiek van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

Wanneer wijst de Raad een verzoek om een onafhankelijke deskundige af?

Het verzoek wordt afgewezen als er geen twijfel bestaat over de juistheid van de medische beoordeling. De Raad past deze maatstaf ook toe als een betrokkene nadere medische stukken heeft overgelegd die door de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd zijn beoordeeld.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket