Centrale Raad van Beroep
ZW-uitkering terecht beëindigd ondanks periodieke explosieve stoornis: beperkingen in FML voldoende
Het Uwv heeft terecht de ZW-uitkering van appellante beëindigd. De Raad volgt appellante niet in haar standpunt dat zij destijds door haar (medische)…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1173Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 6 augustus 2025
In het kort
- Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellante per 3 april 2021, omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen in geselecteerde functies.
- De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onzorgvuldig medisch onderzoek (telefonisch contact in primaire fase), maar liet de rechtsgevolgen in stan
- Na spreekuuronderzoek nam de verzekeringsarts bezwaar en beroep aanvullende kniebeperkingen aan; de arbeidsdeskundige berekende de mate van arbeidsongeschikthei
- Behandelend psycholoog Kuijken kon geen specifieke uitlokkende factoren voor explosieve uitbarstingen noemen en kon geen uitspraken doen over gevaren van hervat
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak op 6 augustus 2025: de FML bevat voldoende beperkingen voor mentaal stresserende activiteiten.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante werkte als verkoopmedewerkster voor gemiddeld 25,36 uur per week en meldde zich op 30 januari 2020 ziek met psychische klachten. Het Uwv kende haar een ZW-uitkering toe. In het kader van een Eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts een FML op en concludeerde een arbeidsdeskundige dat appellante 95,87% van haar oorspronkelijk eigen loon kon verdienen in geselecteerde functies. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 3 april 2021.
In bezwaar werd de functie inpakker magazijn (SBC-code 315020) ongeschikt geacht en vervangen door een reservefunctie, zonder dat de resterende verdiencapaciteit wijzigde. In beroep oordeelde de rechtbank bij tussenuitspraak dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, omdat in de primaire fase alleen telefonisch contact had plaatsgevonden en dit niet gelijkgesteld kan worden aan een spreekuurcontact. Als hersteloperatie onderzocht de verzekeringsarts bezwaar en beroep appellante op 20 januari 2023 op spreekuur. Zij nam aanvullende beperkingen aan vanwege knieklachten en stelde een aangepaste FML op. Op basis hiervan selecteerde de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep nieuwe functies en berekende de mate van arbeidsongeschiktheid op 83,41%.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de beperkingen op psychisch vlak waren onderschat, met name ten aanzien van haar periodieke explosieve stoornis. Zij stelde dat behandelend psycholoog Kuijken had gesproken over 'marginale inzetbaarheid' en dat dit meer beperkingen rechtvaardigde. De Raad verwierp dit standpunt. Na de zitting van 19 juni 2024 nam de verzekeringsarts bezwaar en beroep telefonisch contact op met Kuijken. Kuijken lichtte toe dat haar opmerking over 'marginale inzetbaarheid' therapeutisch was bedoeld om druk te voorkomen, maar kon geen specifieke uitlokkende factoren voor explosieve uitbarstingen noemen. Ook kon Kuijken geen uitspraken doen over concrete gevaren van hervatting in arbeid.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat in de FML van 20 januari 2023 in de rubrieken één en twee een fors aantal beperkingen is opgenomen ter voorkoming van stress, waaronder beperkingen voor afleiding door activiteiten van anderen, voorspelbaarheid van de werksituatie, veelvuldige storingen en onderbrekingen, veelvuldige deadlines en productiepieken, meerdere complexe taken tegelijk, hanteren van emotionele problemen van anderen, omgaan met conflicten, contacten met klanten en leidinggeven. De Raad zag geen concrete medische onderbouwing voor het aannemen van geen benutbare mogelijkheden. Het hoger beroep slaagt niet en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De ZW-uitkering van appellante blijft beëindigd per 3 april 2021, ook al heeft zij een periodieke explosieve stoornis. De Raad oordeelde dat de FML voldoende beperkingen bevat voor mentaal stresserende situaties en dat de behandelend psycholoog geen concrete uitlokkende factoren kon noemen die hervatting in de geselecteerde functies zouden verhinderen. Appellantes bezwaar dat de functie huishoudelijke medewerker niet passend is omdat zij zelf geen schoonmaakwerk kan verrichten, is door de Raad niet gehonoreerd: de rechtbank had al geoordeeld dat de geselecteerde functies passend zijn en de Raad heeft dit oordeel overgenomen.
Vragen over deze uitspraak
Waarom werd de ZW-uitkering beëindigd terwijl appellante een periodieke explosieve stoornis heeft?
De FML bevat al een fors aantal beperkingen ter voorkoming van stress, zoals beperkingen voor omgaan met conflicten, veelvuldige deadlines en contacten met klanten. Behandelend psycholoog Kuijken kon geen specifieke uitlokkende factoren noemen en kon geen uitspraken doen over concrete gevaren van hervatting in arbeid, zodat er geen medische onderbouwing was voor het aannemen van geen benutbare mogelijkheden.
Wat ging er mis met het eerste medisch onderzoek en hoe is dat hersteld?
In de primaire fase vond alleen telefonisch contact plaats, wat de rechtbank niet gelijkstelde aan een spreekuurcontact met gericht lichamelijk onderzoek. Het gebrek is hersteld doordat de verzekeringsarts bezwaar en beroep appellante op 20 januari 2023 op het spreekuur heeft onderzocht, waarbij aanvullende kniebeperkingen zijn vastgesteld en een aangepaste FML is opgesteld.
Wat betekent de uitspraak van de behandelend psycholoog over 'marginale inzetbaarheid'?
Kuijken heeft tijdens het telefoongesprek met de verzekeringsarts bezwaar en beroep toegelicht dat zij de term 'marginale inzetbaarheid' vanuit therapeutisch oogpunt heeft gebruikt om te voorkomen dat appellante druk zou ondervinden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dit niet als medische onderbouwing voor verdere beperkingen aanvaard.
Welk percentage arbeidsongeschiktheid is vastgesteld na het herstelonderzoek?
Na het spreekuuronderzoek van 20 januari 2023 en de selectie van nieuwe functies heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de mate van arbeidsongeschiktheid berekend op 83,41%. Omdat dit boven de 65%-grens van artikel 19aa ZW ligt, bleef de beëindiging van de ZW-uitkering in stand.
Verwante uitspraken
- Beëindiging ZW-uitkering per 19 januari 2022 blijft in stand ondanks psychiatrisch deskundigenoordeel over forse beperking in persoonlijk functioneren8 april 2026
- Weigering WIA- en ZW-uitkering blijft in stand ondanks Wmo-begeleiding en afwijkende bedrijfsarts-FML1 juli 2026
- ZW-uitkering terecht beëindigd per 17 februari 2023: appellant geschikt bevonden voor eigen werk als stockmedewerker1 juli 2026


