Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Beëindiging ZW-uitkering per 24 april 2023 is terecht omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmanloon kan verdienen

Beëindiging ZW-uitkering. Terecht geoordeeld dat appellant meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1768Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
3 december 2025

In het kort

  • Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellant per 24 april 2023 omdat hij meer dan 65%, namelijk 100%, van zijn maatmaninkomen kon verdienen.
  • De FML van 6 maart 2023 bevat beperkingen voor zwaar fysiek werk, veelvuldige deadlines, productiepieken, conflicthantering en klantcontact, maar geen beperking
  • De primaire Uwv-arts constateerde bij psychisch onderzoek op 3 maart 2023 geen bijzonderheden ten aanzien van aandacht, concentratie en overige cognitieve funct
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep zag tijdens het half uur durende contact op 14 augustus 2023 geen concentratiezwakten of aandachtstekorten bij appellant.
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Limburg van 19 augustus 2024 en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant was werkzaam als oogstmedewerker in de groenteteelt voor 28,08 uur per week. Na een auto-ongeluk op 22 mei 2021 meldde hij zich ziek met rug-, schouder- en nekklachten. Hij ontving op dat moment een WW-uitkering. In het kader van de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling stelde het Uwv een FML op van 6 maart 2023, met beperkingen voor zwaar fysiek werk en mentale belasting. Een arbeidsdeskundige selecteerde vijf functies en stelde vast dat appellant 100% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 24 april 2023.

In hoger beroep betwistte appellant de geschiktheid van de geselecteerde functies. Hij stelde dat hij cognitieve problemen heeft, moeite heeft zijn aandacht erbij te houden en duf en suf is. Ook zou de verzekeringsarts ten onrechte hebben geconcludeerd dat hij kan samenwerken met anderen, omdat zijn gedrag tijdens het spreekuur slechts een momentopname was.

De Raad verwerpt deze beroepsgronden. Uit de rapporten van de primaire Uwv-arts van 6 maart 2023 en de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 15 augustus 2023, noch uit de brieven van de orthopedisch chirurg van 12 augustus 2021 en de neuroloog van 22 november 2021, blijkt van cognitieve problemen of problemen met samenwerken. De primaire arts constateerde bij psychisch onderzoek geen bijzonderheden ten aanzien van aandacht, concentratie en overige cognitieve functies. De verzekeringsarts bezwaar en beroep zag evenmin concentratiezwakten of aandachtstekorten tijdens het half uur durende contact op 14 augustus 2023.

Ten aanzien van samenwerken oordeelt de Raad dat voldoende rekening is gehouden met de prikkelbaarheid van appellant via de beperking voor conflicthantering (aspect 2.8 FML) en de beperking dat appellant enkel oppervlakkige en kortdurende klantcontacten aankan (aspect 2.12 FML). Een beperking op aspect 2.9 (samenwerken) en op de aspecten 1.1 en 1.2 (aandacht) was niet aangewezen. Appellant heeft geen medische informatie ingebracht die reden geeft om aan de vastgestelde belastbaarheid te twijfelen. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Limburg van 19 augustus 2024 wordt bevestigd.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De ZW-uitkering is terecht beëindigd per 24 april 2023. De Raad bevestigt dat de in de FML vastgelegde beperkingen, waaronder die voor conflicthantering en klantcontact, voldoende recht doen aan de klachten van appellant. Wie het niet eens is met de vastgestelde beperkingen, moet dat onderbouwen met medische informatie van een behandelaar of specialist. Enkel een eigen verklaring over klachten is onvoldoende om de bevindingen van de verzekeringsartsen opzij te zetten.

Vragen over deze uitspraak

Waarom is de ZW-uitkering van appellant beëindigd?

Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 24 april 2023 omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmanloon kon verdienen. Een arbeidsdeskundige stelde vast dat hij op basis van vijf geselecteerde functies 100% van zijn maatmaninkomen kon verdienen.

Waarom erkende de Raad geen verdere beperking voor aandacht en concentratie?

Uit geen van de beschikbare medische rapporten en behandelaarsbrieven bleek van cognitieve problemen. Zowel de primaire arts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep constateerden tijdens onderzoek geen bijzonderheden op het gebied van aandacht en concentratie, en appellant bracht geen medische informatie in die dat weerlegde.

Waarom werd geen beperking voor samenwerken opgenomen in de FML?

De Raad oordeelde dat voldoende rekening was gehouden met de prikkelbaarheid van appellant via de beperking voor conflicthantering (aspect 2.8 FML) en de beperking tot oppervlakkige en kortdurende klantcontacten (aspect 2.12 FML). Appellant kon bovendien adequaat deelnemen aan de hoorzitting, en ook vanuit het primaire contact waren er geen signalen dat hij helemaal niet met anderen kon samenwerken.

Welk gewicht heeft het argument dat het spreekuurgedrag slechts een momentopname is?

De Raad legt dit argument naast zich neer. De verzekeringsarts bezwaar en beroep betrok niet alleen het spreekuurcontact maar ook de deelname aan de hoorzitting en de bevindingen uit het primaire contact in zijn oordeel. Appellant bracht geen medische onderbouwing in die de stelling over zijn beperkte samenwerkingsvermogen ondersteunde.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket