Centrale Raad van Beroep
Uwv beëindigt ZW-uitkering terecht per 12 februari 2023 omdat beperkingen door fietsongeluk en depressieve klachten voldoende zijn meegewogen
Beëindiging ZW-uitkering. Minder dan 65% arbeidsongeschikt. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:79Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 14 januari 2026
In het kort
- De ZW-uitkering van appellante is per 12 februari 2023 beëindigd omdat zij meer dan 65% kan verdienen van haar maatmaninkomen.
- De FML dateert van 5 januari 2023; appellante werkte vóór haar ziekmelding op 7 september 2021 als technisch medewerker voor 40 uur per week.
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft informatie bij de huisarts en psychiater opgevraagd en die betrokken bij de beoordeling van de beperkingen.
- Het fietsongeluk van september 2022 leidt niet tot aanvullende beperkingen: bij lichamelijk onderzoek in bezwaar zijn geen afwijkingen gevonden.
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 oktober 2024 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante werkte als technisch medewerker voor 40 uur per week en meldde zich op 7 september 2021 ziek met psychische klachten. Na een Eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts een FML op, gedateerd 5 januari 2023. Een arbeidsdeskundige selecteerde vervolgens passende functies. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 12 februari 2023, omdat appellante meer dan 65% kon verdienen van haar maatmaninkomen. In bezwaar handhaafde het Uwv dit besluit op basis van rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond op 18 oktober 2024.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen zijn onderschat. Zij stelde dat de gevolgen van een fietsongeval in september 2022 en forse depressieve klachten op 15 januari 2023 niet zijn meegewogen. De Raad verwerpt deze gronden. De Raad oordeelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep over het volledige dossier beschikte en op basis daarvan inzichtelijk heeft gemotiveerd dat geen aanleiding bestaat om meer beperkingen aan te nemen.
Ten aanzien van de psychische klachten stelt de Raad vast dat appellante na 15 januari 2023 niet meer bij de huisarts is geweest, dat geen sprake was van een zodanig ernstige psychische decompensatie dat behandeling geïntensiveerd moest worden, dat appellante op de datum in geding geen antidepressiva gebruikte, en dat de psychiater de depressieve stoornis kwalificeerde als matig van ernst en eenmalig, met de laatste behandeling op 1 september 2022.
Ten aanzien van het fietsongeluk overweegt de Raad dat appellante haar stelling dat zij een hersenschudding en schouderklachten had niet heeft onderbouwd, en dat bij het lichamelijk onderzoek in bezwaar geen afwijkingen zijn gevonden. In hoger beroep is geen nieuwe medische informatie ingebracht. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en bevestigt de aangevallen uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De ZW-uitkering van appellante blijft beëindigd per 12 februari 2023. De Raad oordeelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de klachten na het spreekuur, waaronder de depressieve klachten van januari 2023 en het fietsongeluk van september 2022, alsnog heeft meegewogen en inzichtelijk heeft gemotiveerd waarom deze niet tot meer beperkingen leiden. Wie in hoger beroep wil aanvoeren dat de beperkingen zijn onderschat, moet nieuwe medische informatie overleggen; het herhalen van eerder aangevoerde gronden zonder nieuwe onderbouwing is onvoldoende.
Vragen over deze uitspraak
Waarom zijn de depressieve klachten van 15 januari 2023 niet tot meer beperkingen geleid?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat appellante na 15 januari 2023 niet meer bij de huisarts is geweest en op de datum in geding geen antidepressiva gebruikte. De psychiater omschreef de depressieve stoornis als matig van ernst en eenmalig, met de laatste behandeling op 1 september 2022. Er was geen aanwijzing dat behandeling geïntensiveerd moest worden.
Is het fietsongeluk van september 2022 meegenomen in de beoordeling?
Ja, de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het fietsongeluk wel degelijk betrokken bij de beoordeling. De stelling dat appellante daardoor een hersenschudding en schouderklachten heeft, is niet onderbouwd, en bij het lichamelijk onderzoek in bezwaar zijn geen afwijkingen gevonden.
Op welke grond mag het Uwv de ZW-uitkering na 52 weken beëindigen?
Op grond van artikel 19aa, eerste lid, van de ZW behoudt een betrokkene na 52 weken zijn ZW-uitkering alleen als hij als gevolg van ziekte minder kan verdienen dan 65% van zijn maatmaninkomen. Het Uwv beëindigt de uitkering als betrokkene meer dan 65% kan verdienen in passende functies.
Wat telt mee als bewijs dat iemand meer beperkingen heeft dan in de FML staan?
De Raad stelt vast dat appellante zowel in hoger beroep als in beroep geen nieuwe medische informatie heeft ingebracht. Het enkele feit dat appellante het niet eens is met de conclusie van het Uwv over haar belastbaarheid, betekent volgens de Raad niet dat sprake is geweest van een onjuiste weging van de aangehaalde gegevens.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026


