Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

ZW-uitkering terecht beëindigd omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk als medewerkster klantenservice

Beëindiging ZW-uitkering van appellante omdat zij in staat is haar eigen werk als medewerker klantenservice te verrichten. Voldoende medische onderbouwing.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:801Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
10 juni 2026

In het kort

  • Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellante per 29 mei 2024, omdat zij geschikt werd geacht voor haar eigen werk als medewerkster klantenservice bij het [
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde vast dat appellante aangewezen is op licht fysiek werk en dat de belasting van het werk als medewerkster klantenser
  • De klachten van appellante zijn door de reumatoloog geduid als fibromyalgie naast een milde artrose van de linkerknie.
  • De in hoger beroep overgelegde medische stukken zien deels op de situatie ná de datum in geding en geven geen aanleiding tot twijfel over de vastgestelde belast
  • Als maatstafarbeid geldt de laatstelijk voor de ziekmelding verrichte arbeid, niet de tijdens de EZWb geduide functies, conform ECLI:NL:CRVB:2019:2866.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante werkte als medewerker klantenservice bij stichting het [naam stichting] voor 20 tot 24 uur per week. Dit dienstverband eindigde per 23 november 2023. Zij meldde zich ziek per 24 november 2023 en ontving een ZW-uitkering. Het Uwv beëindigde die uitkering per 29 mei 2024, omdat appellante per die datum geschikt werd geacht voor haar eigen werk bij het [naam stichting].

Appellante stelde dat haar combinatie van hevige pijnklachten, psychische klachten, ernstige vermoeidheid en concentratieproblemen onvoldoende was meegewogen. Zij wees op adviezen van de reumatoloog waaruit cognitieve gedragstherapie werd geadviseerd, en bracht in hoger beroep aanvullende medische informatie in, waaronder brieven van de reumatoloog, het centrum voor slaapgeneeskunde en PsyM. Zij verzocht de Raad een deskundige te benoemen.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellante geschikt is voor het werk als medewerkster klantenservice bij het [naam stichting] voor 20 tot 24 uur per week. De klachten waren geduid als fibromyalgie naast een milde artrose van de linkerknie. De verzekeringsarts bezwaar en beroep achtte appellante aangewezen op licht fysiek werk en oordeelde dat de belasting van het werk paste bij haar belastbaarheid.

De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig. Het medisch onderzoek werd voldoende zorgvuldig geacht. De in hoger beroep overgelegde stukken gaven geen aanleiding voor een ander oordeel: deels waren ze al bekend bij het Uwv, en voor het overige hadden ze betrekking op de medische situatie van appellante ná de datum in geding. Er was geen aanleiding voor twijfel aan de bevindingen van de verzekeringsartsen, zodat ook het verzoek om benoeming van een deskundige werd afgewezen. Het hoger beroep slaagt niet en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.

Voor de maatstafarbeid gold het werk bij het [naam stichting] als uitgangspunt, niet de tijdens de EZWb geduide functies, overeenkomstig vaste rechtspraak van de Raad (ECLI:NL:CRVB:2019:2866).

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De ZW-uitkering is per 29 mei 2024 terecht beëindigd omdat de Raad heeft geoordeeld dat appellante in staat is haar eigen werk als medewerkster klantenservice bij het [naam stichting] te verrichten voor 20 tot 24 uur per week. Medische stukken die zien op de periode ná de datum van beëindiging wegen niet mee voor de beoordeling op die datum. Wie het niet eens is met de vastgestelde belastbaarheid, moet medische informatie overleggen die betrekking heeft op de datum in geding en die aantoont dat de beoordeling van de verzekeringsartsen onjuist is.

Vragen over deze uitspraak

Welk werk geldt als maatstaf bij een ZW-beoordeling na een kort nieuw dienstverband?

De laatstelijk voor de ziekmelding verrichte arbeid geldt als maatstaf, niet de functies die tijdens een eerdere EZWb zijn geselecteerd. In deze zaak was dat het werk als medewerkster klantenservice bij het [naam stichting], niet de eerder geduide functies.

Tellen medische stukken van na de datum in geding mee bij de beoordeling?

Nee, stukken die betrekking hebben op de medische situatie ná de datum in geding geven geen aanleiding voor twijfel over de vastgestelde situatie op die datum. De Raad wees het verzoek om een deskundige dan ook af.

Wanneer benoemt de Raad een onafhankelijke deskundige?

De Raad benoemt een deskundige alleen als er aanleiding bestaat voor twijfel aan de juistheid van de bevindingen van de verzekeringsartsen. Omdat die twijfel hier niet bestond, werd het verzoek van appellante afgewezen.

Weegt de combinatie van pijnklachten en psychische klachten mee bij de ZW-beoordeling?

Ja, de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zowel de psychische als de fysieke klachten betrokken bij de beoordeling. De Raad oordeelde dat daarmee voldoende rekening was gehouden en dat appellante in staat was haar eigen werk te verrichten.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket