Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

ZW-uitkering terecht beëindigd ondanks stelling van ernstige depressieve stoornis: Raad bevestigt oordeel rechtbank

Beëindiging ZW-Uitkering terecht. Herhaling beroepsgronden.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:506Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
29 april 2026

In het kort

  • Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellant per 11 juni 2023, omdat hij meer dan 65% kon verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd.
  • De verzekeringsarts stelde op 4 mei 2023 een FML op; appellant betwistte deze omdat zijn behandelend GGZ-arts sprak van een recidiverende ernstige depressieve s
  • Het rapport van medisch adviseur Lebbink, opgesteld in het kader van de Participatiewet, leidde volgens de rechtbank niet tot het oordeel dat de beperkingen onj
  • De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep berekende na heroverweging van de geselecteerde functies een mate van arbeidsongeschiktheid van 9,44%.
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak: het hoger beroep slaagt niet en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant werkte voor zijn ziekmelding als assistent kok voor vijftien uur per week. Na het einde van zijn dienstverband ontving hij een WW-uitkering. Op 17 januari 2022 meldde hij zich ziek wegens slaapproblemen, vermoeidheid en/of een burn-out en schouderklachten, waarna het Uwv hem een ZW-uitkering toekende.

In het kader van de eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts een FML op van 4 mei 2023. Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant niet meer geschikt was voor zijn laatste werk, maar selecteerde andere functies. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 11 juni 2023, omdat appellant meer dan 65% kon verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd. In bezwaar bleef dit besluit in stand, mede na een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 22 september 2023.

Appellant betwistte de vastgestelde beperkingen. Hij stelde dat zijn mentale klachten niet goed waren weergegeven in de FML: zijn behandelend GGZ-arts sprak van een recidiverende ernstige depressieve stoornis, terwijl de verzekeringsartsen van het Uwv uitgingen van een depressieve episode. Daarnaast beriep appellant zich op het rapport van medisch adviseur Lebbink, die in opdracht van een gemeente in het kader van de Participatiewet had gerapporteerd en tot de conclusie was gekomen dat appellant zeer beperkt belastbaar is.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Zij overwoog dat de verzekeringsarts geen reden had gezien om op de datum in geding nog aan een ernstige depressie te denken, zijn standpunt had gemotiveerd en zich had gebaseerd op spreekuuronderzoek en dossieronderzoek. Het rapport van Lebbink leidde niet tot het oordeel dat de beperkingen onjuist waren vastgesteld, mede omdat het was opgesteld in het kader van de Participatiewet. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep herzag de functiekeuzeen berekende een mate van arbeidsongeschiktheid van 9,44%. Omdat het Uwv pas in beroep een volledig deugdelijke motivering gaf, veroordeelde de rechtbank het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak. Appellant herhaalde in hoger beroep in essentie dezelfde gronden en legde geen nieuwe medische stukken over. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en ziet geen aanleiding anders te oordelen.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De ZW-uitkering is per 11 juni 2023 terecht beëindigd: de Centrale Raad van Beroep bevestigt dat oordeel. Een rapport van een medisch adviseur dat in het kader van de Participatiewet is opgesteld, is onvoldoende om de beperkingen in de FML met succes te betwisten. Wie in hoger beroep geen nieuwe medische stukken overlegt en in essentie dezelfde gronden herhaalt, geeft de Raad geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank.

Vragen over deze uitspraak

Waarom telde het rapport van de medisch adviseur Lebbink niet mee?

De rechtbank oordeelde dat het rapport, dat in opdracht van een gemeente in het kader van de Participatiewet was opgesteld, niet leidt tot het oordeel dat de beperkingen van appellant onjuist zijn vastgesteld. De Raad onderschreef dit oordeel. Dat het rapport is opgesteld in een ander wettelijk kader is daarvoor relevant, maar de Raad werkt dit niet verder uit.

Maakt het uit dat appellant op de datum in geding geen medicatie meer gebruikte?

Appellant stelde dat het stoppen met medicatie niet betekende dat zijn klachten waren verdwenen, maar de Raad volgde dit niet. De verzekeringsarts had op basis van spreekuuronderzoek en dossieronderzoek gemotiveerd geen reden meer te zien voor een ernstige depressie op de datum in geding.

Hoe hoog was de berekende mate van arbeidsongeschiktheid na heroverweging?

De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep berekende na heroverweging een mate van arbeidsongeschiktheid van 9,44%. Dit percentage lag onder de drempel voor een ZW-uitkering, zodat de beëindiging per 11 juni 2023 in stand bleef.

Krijgt appellant zijn proceskosten in hoger beroep vergoed?

Nee. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht in hoger beroep.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket