Centrale Raad van Beroep
Ingangsdatum inkomensvrijlating bij medische urenbeperking geldt vanaf aanvraagdatum, niet met terugwerkende kracht tot werkstart
Toekenning inkomensvrijlating. Ingangsdatum. Herhaling beroepsgronden. Wat appellante in hoger beroep aanvoert, is een herhaling van wat zij in beroep heeft…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1401Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 23 september 2025
In het kort
- Appellante werkt vanaf 14 september 2020 voor 2,2 uur per week bij Saar aan Huis; haar inkomsten worden sinds oktober 2020 verrekend met de bijstand.
- Het Uwv stelde in een rapport van 5 mei 2022 vast dat appellante is aangewezen op een urenbeperking van maximaal vier uur per dag en twintig uur per week.
- Het dagelijks bestuur heeft de ingangsdatum van de inkomensvrijlating in bezwaar vastgesteld op 1 januari 2022, de maand van de aanvraag.
- Op het dagelijks bestuur rust geen actieve informatieplicht over regelgeving en de daaruit voortvloeiende rechten van de bijstandsgerechtigde.
- Het hoger beroep slaagt niet; de aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 november 2023 wordt bevestigd.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en is in september 2020 gaan werken voor 2,2 uur per week bij Saar aan Huis. Zij had eerder, in 2016, stukken van Arbo Vitale bij het dagelijks bestuur ingediend waaruit zij afleidt dat al die tijd een medische urenbeperking bestond. Op 19 januari 2022 verzocht zij telefonisch om een inkomensvrijlating wegens medische urenbeperking. Het Uwv stelde in een rapport van 5 mei 2022 vast dat appellante is aangewezen op een urenbeperking van maximaal vier uur per dag en twintig uur per week. Het dagelijks bestuur kende de vrijlating aanvankelijk toe per 1 juni 2022, maar stelde de ingangsdatum in bezwaar bij naar 1 januari 2022.
Het geschil draait om de vraag of de ingangsdatum had moeten worden vastgesteld op september 2020, het moment waarop appellante begon met werken. Appellante stelt dat het dagelijks bestuur door de stukken van Arbo Vitale uit 2012 en 2013 op de hoogte was van haar medische urenbeperking en haar bij aanvang van het werk had moeten informeren over haar mogelijke recht op een vrijlating.
De Raad verwerpt dit standpunt. Allereerst rust op het dagelijks bestuur geen actieve informatieplicht over regelgeving en daaruit voortvloeiende rechten. Het is de verantwoordelijkheid van de bijstandsgerechtigde zelf om tijdig een aanvraag in te dienen. Daarnaast ontkrachten de stukken het betoog van appellante inhoudelijk: een rapport van Arbo Vitale van 17 juli 2013 stelde juist géén urenbeperking vast en concludeerde dat de klachten niet berustten op ziekte of gebrek. Dit recentere stuk ontkracht een eventueel eerder vastgestelde urenbeperking. De brief van de neuroloog van 4 mei 2012, die in hoger beroep werd ingebracht, bevat evenmin een vastgestelde urenbeperking; zij beschrijft slechts persisterende posttraumatische klachten.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak volledig. De ingangsdatum van 1 januari 2022 blijft in stand. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De inkomensvrijlating wegens medische urenbeperking gaat in op het moment van de aanvraag; de Raad laat de ingangsdatum van 1 januari 2022 in stand en kent geen terugwerkende kracht toe tot september 2020. Eerdere arborapportages kunnen alleen als bewijs dienen als zij ook voor de gevraagde periode een vastgestelde urenbeperking aantonen; een later rapport van dezelfde arbodienst dat juist geen beperking constateert, telt zwaarder. De verantwoordelijkheid om tijdig een aanvraag in te dienen ligt bij de bijstandsgerechtigde zelf, omdat op de gemeente geen actieve informatieplicht rust.
Vragen over deze uitspraak
Vanaf wanneer geldt de inkomensvrijlating bij medische urenbeperking in de bijstand?
De vrijlating gaat in op het moment van de aanvraag; de Raad bevestigt dat de ingangsdatum hier 1 januari 2022 is, de maand waarin appellante het verzoek indiende. Een eerdere ingangsdatum, zoals september 2020, werd afgewezen omdat appellante geen stukken overlegde waaruit bleek dat al eerder een medische urenbeperking voor haar was vastgesteld die ook nog gold vanaf september 2020.
Moet de gemeente mij zelf informeren dat ik recht kan hebben op een inkomensvrijlating?
Nee, de Raad bevestigt dat op het dagelijks bestuur geen actieve informatieplicht rust over de regelgeving en de daaruit voortvloeiende rechten. Het indienen van een aanvraag is de verantwoordelijkheid van de bijstandsgerechtigde zelf.
Tellen oudere arboverklaringen mee als bewijs voor een medische urenbeperking?
Dat hangt af van de inhoud en de recentheid van die stukken. In deze zaak concludeerde Arbo Vitale op 17 juli 2013 juist dat er geen sprake was van ziekte of gebrek; dit recentere stuk ontkrachtte een eventueel eerder aangenomen urenbeperking. Bovendien sloot de rechter niet uit dat de medische belastbaarheid nadien was verbeterd.
Wie stelt de medische urenbeperking vast voor de bijstand?
Het Uwv verricht voor het college de werkzaamheden ten behoeve van de vaststelling en adviseert het college hierover, op grond van artikel 6b, vierde lid, van de Participatiewet. In deze zaak bracht een verzekeringsarts van het Uwv op 5 mei 2022 een rapport uit.
Verwante uitspraken
- ZW-uitkering terecht beëindigd ondanks stelling van ernstige depressieve stoornis: Raad bevestigt oordeel rechtbank29 april 2026
- Wajong-uitkering ingaat op aanvraagdatum en niet met terugwerkende kracht vanaf achttiende verjaardag10 december 2025
- Herbeoordeling in bezwaar leidt tot lagere arbeidsongeschiktheid zonder schending reformatio in peius omdat de verlaging pas per toekomende datum ingaat26 maart 2026


