Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv wijst herzieningsverzoek maatmaninkomen WAZ terecht af omdat geen sprake is van nieuwe feiten en het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist is

Afwijzing verzoek om herziening van de vaststelling van het maatmaninkomen voor een WAZ-uitkering terecht.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:745Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
3 juni 2026

In het kort

  • Appellant ontving vanaf 22 juni 2002 een WAZ-uitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100 procent als zelfstandig transportondernemer.
  • Het maatmaninkomen was in 2002 berekend op basis van 60 uur per week: 56 uur rijden op grond van het rijtijdenbesluit plus vier uur administratie.
  • De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep berekende dat toepassing van het tweewekelijkse maximum (90 uur per twee weken) tot een maatmaninkomen van circa 1,50 eur
  • De Raad oordeelt dat het herzieningsverzoek terecht is afgewezen omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd en het oorspronkelijke besluit van 4 juli 2002 niet on
  • Appellant krijgt geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant was werkzaam als zelfstandig transportondernemer en viel op 23 juni 2001 uit wegens ziekte. Vanaf 22 juni 2002 ontving hij een WAZ-uitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100 procent. Bij de berekening van het maatmaninkomen was de arbeidsdeskundige destijds uitgegaan van 60 uur per week: 56 uur rijden op grond van het rijtijdenbesluit, plus vier uur administratie. In januari 2023 vroeg appellant het Uwv het maatmaninkomen te herzien, stellende dat de arbeidsdeskundige het rijtijdenbesluit onjuist had toegepast door uit te gaan van 60 uur per week in plaats van het in dat besluit genoemde maximum van 45 uur gemiddeld per week (90 uur per twee weken).

Het Uwv wees het verzoek af onder verwijzing naar een rapport van een arbeidsdeskundige van 14 juli 2023 en handhaafde dit bij het bestreden besluit van 12 december 2023, gebaseerd op een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 26 oktober 2023. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond op 19 februari 2025. De Centrale Raad van Beroep bevestigt die uitspraak.

De Raad beoordeelt het verzoek aan de hand van artikel 4:6 van de Awb. Er is geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden: het rijtijdenbesluit was al in 2002 van toepassing en de omstandigheid dat appellant niet wist dat dit besluit destijds was betrokken bij de berekening, levert geen nieuw feit op in de zin van dat artikel.

De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep erkende dat het rijtijdenbesluit ook een maximum van 90 uur per twee weken kent, wat gemiddeld 45 uur per week rijden betekent. Bij toepassing daarvan zou het maatmaninkomen ongeveer 1,50 euro hoger zijn geweest. De Raad volgt echter de motivering van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep dat een urenomvang van meer dan 50 uur per week in de transportbranche niet ongebruikelijk is, dat appellant niet heeft aangetoond minder dan 60 uur per week te hebben gewerkt, en dat hij zelf bij zijn aanvraag 80 uur per week had opgegeven. De Raad concludeert dat dit niet maakt dat het besluit van 4 juli 2002 onmiskenbaar onjuist is. Voor een hernieuwd inhoudelijk debat over het oorspronkelijke besluit is in een artikel 4:6-procedure slechts ruimte als dat besluit onmiskenbaar onjuist is, of als het evident onredelijk zou zijn niet terug te komen. Daarvan is hier geen sprake.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

Het herzieningsverzoek over het maatmaninkomen is definitief afgewezen. Een inhoudelijke herberekening van het maatmaninkomen zoals vastgesteld in 2002 is in deze procedure niet meer aan de orde, omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd en het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist is. De terugvorderingen van in totaal ruim 45.000 euro blijven daarmee ongewijzigd van kracht.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer kan ik het Uwv vragen mijn maatmaninkomen opnieuw te berekenen?

Dat kan alleen met succes als er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:6 van de Awb, of als het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is. Feiten die al golden ten tijde van het oorspronkelijke besluit en ook toen aangevoerd hadden kunnen worden, tellen niet als nieuw. De Raad bevestigt dat de enkele stelling dat appellant niet eerder wist hoe het maatmaninkomen was berekend, geen nieuw

Wat betekent het dat de arbeidsdeskundige mogelijk een ander maximaal uurtal had kunnen hanteren?

Dat maakt het oorspronkelijke besluit nog niet onmiskenbaar onjuist. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep erkende dat het rijtijdenbesluit ook een maximum van 90 uur per twee weken kent, maar wees erop dat meer dan 50 uur per week in de transportbranche niet ongebruikelijk is en dat appellant zelf 80 uur per week had opgegeven. De Raad volgt deze motivering.

Kunnen de terugvorderingen van de WAZ-uitkering vervallen als het maatmaninkomen onjuist bleek?

Dat volgt niet uit deze uitspraak. De Raad laat de terugvorderingen en de boete buiten beschouwing en beoordeelt uitsluitend of het herzieningsverzoek over het maatmaninkomen terecht is afgewezen. De eerdere procedures over de terugvorderingen hebben volgens de uitspraak niet geleid tot wijzigingen.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket