Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

ZW-uitkering terecht beëindigd per 22 februari 2021 ondanks toegenomen kniebeperkingen, omdat appellant geschikt bleef voor eerder geduide WIA-functies

Beëindiging ZW-uitkering van appellant per 22 februari 2021. Toegenomen klachten na eerdere WIA-beoordeling.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1419Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
24 september 2025

In het kort

  • Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellant per 22 februari 2021, omdat hij geschikt werd geacht voor de eerder bij de WIA-beoordeling geselecteerde functi
  • Niet in geschil is dat de beperkingen van appellant sinds de WIA-beoordeling per 23 september 2019 zijn toegenomen, met name knieklachten.
  • De Raad sluit aan bij zijn uitspraak van 29 januari 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:175), waarin de FML van 7 februari 2022 al was bevestigd, inclusief alle informatie
  • Appellant onderbouwde niet dat zijn beperkingen in de korte periode van 7 januari 2021 tot 22 februari 2021 verder waren toegenomen.
  • Een primaire beoordeling door een verzekeringsarts in opleiding maakt de verzekeringsgeneeskundige beoordeling op zichzelf niet onzorgvuldig.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant, voormalig industrieel schoonmaker, meldde zich op 25 september 2017 ziek. Na de wachttijd weigerde het Uwv een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35 procent arbeidsongeschikt was. Per 23 september 2019 werden diverse functies als passend aangemerkt. Na een nieuwe melding van toegenomen klachten per 7 januari 2021 beëindigde het Uwv de ZW-uitkering van appellant per 22 februari 2021, omdat hij geschikt werd geacht voor de eerder bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies van textielproductenmaker (SBC-code 111160) en productiemedewerker industrie (SBC-code 111180).

Het geschil draait om de vraag of het Uwv de belastbaarheid per 22 februari 2021 juist heeft vastgesteld en of appellant met die belastbaarheid geschikt bleef voor de eerder voorgehouden WIA-functies. Niet in geschil is dat de beperkingen van appellant ten opzichte van de oorspronkelijke WIA-beoordeling per 23 september 2019 zijn toegenomen, met name aan de knie.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en voegt toe dat hij in zijn uitspraak van 29 januari 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:175) de juistheid van de FML van 7 februari 2022 al had bevestigd in het kader van de WIA-beoordeling per 7 januari 2021. Daarin was alle informatie van I-psy betrokken waarop appellant zich ook in deze ZW-procedure beroept. De Raad ziet geen aanleiding om voor de datum in geding van 22 februari 2021 uit te gaan van een andere belastbaarheid, omdat appellant niet heeft gesteld of onderbouwd dat zijn beperkingen in de korte periode van 7 januari 2021 tot 22 februari 2021 verder zijn toegenomen.

De beroepsgrond dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat de primaire beoordeling door een verzekeringsarts in opleiding is uitgevoerd, verwerpt de Raad. Bovendien is appellant in de bezwaarfase onderzocht door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Het verzoek om een deskundige te benoemen wijst de Raad af bij gebrek aan twijfel aan de medische beoordeling. Het hoger beroep slaagt niet en de beëindiging van de ZW-uitkering blijft in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De ZW-uitkering van appellant blijft beëindigd per 22 februari 2021, omdat de Raad oordeelt dat hij geschikt is voor de eerder bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies, ondanks de toegenomen kniebeperkingen. Psychische klachten die al bekend waren bij de eerdere WIA-beoordeling leiden niet automatisch tot een andere uitkomst in de ZW-procedure, tenzij er nieuwe medische informatie is die nog niet was meegewogen. Het overlijden van de echtgenote in het voorjaar van 2022 valt na de datum in geding van 22 februari 2021 en kon in deze beoordeling geen rol spelen.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer mag het Uwv een ZW-uitkering beëindigen als iemand eerder een WIA-beoordeling heeft gehad?

Het Uwv mag de ZW-uitkering beëindigen als op de datum in geding ten minste drie van de oorspronkelijk geduide WIA-functies (inclusief reservefuncties), elk met ten minste drie arbeidsplaatsen, geschikt zijn gebleven, en op basis van die functies nog steeds sprake is van arbeidsgeschiktheid van ten minste 65 procent. Dit toetsingskader volgt uit de uitspraak van de Raad van 23 december 2022 (ECLI:NL:CRVB:2022:2672).

Mag een verzekeringsarts in opleiding de beoordeling doen voor de ZW?

Ja, een primaire beoordeling door een verzekeringsarts in opleiding maakt de verzekeringsgeneeskundige beoordeling niet onzorgvuldig. Bovendien wordt de betrokkene in de bezwaarfase opnieuw onderzocht door de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Wat gebeurt er als de beperkingen zijn toegenomen ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling?

Dan moet worden beoordeeld in hoeverre de toegenomen beperkingen consequenties hebben voor de geschiktheid van de oorspronkelijk bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies. Als de beperkingen niet zijn toegenomen, is die vaststelling op zichzelf voldoende om de ZW-uitkering te beëindigen.

Tellen psychische klachten mee als ze al bekend waren bij de eerdere WIA-beoordeling?

Alleen als de informatie nieuw is ten opzichte van wat al bij de WIA-beoordeling was betrokken. In deze zaak oordeelde de rechtbank dat de brieven van I-psy grotendeels een herhaling waren van eerder bekende PTSS- en depressieve klachten, en de Raad bevestigde dat oordeel.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket