Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

ZW-uitkering terecht beëindigd omdat medische beperkingen ten opzichte van de WIA-beoordeling niet zijn toegenomen

Beëindiging ZW-uitkering terecht. De bij de eerdere WIA-beoordeling geselecteerde functies zijn in medisch en arbeidskundig opzicht geschikt.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:872Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2 juli 2026

In het kort

  • Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering van appellante per 18 november 2024 omdat de verzekeringsarts haar geschikt achtte voor de eerder bij de WIA-beoordeling gese
  • De Raad past het toetsingskader van zijn uitspraak van 23 december 2022 toe: voor beëindiging moeten ten minste drie functies met elk ten minste drie arbeidspla
  • Als de verzekeringsarts vaststelt dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen ten opzichte van de WIA-beoordeling, is daarmee voldaan aan beide voorwaarden
  • De arbeidsongeschiktheid vanaf 25 maart 2025 berust op nieuwe gezondheidsklachten van twee of drie maanden oud en heeft geen gevolgen voor het oordeel over 18 n
  • Het hoger beroep slaagt niet; appellante ontvangt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante werkte als huishoudelijk medewerker voor 13,85 uur per week en meldde zich op 12 augustus 2019 ziek. Na de wachttijd weigerde het Uwv een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Zij werd geschikt geacht voor diverse andere functies. Na herhaalde ziekmeldingen in 2022 werd ook een ZW-uitkering geweigerd. Per 3 april 2023 werd opnieuw een ZW-uitkering toegekend vanwege pijnklachten in onderrug, bekken en heupen. Het Uwv beëindigde deze uitkering per 18 november 2024, omdat de verzekeringsarts appellante per die datum geschikt achtte voor de eerder in het kader van de WIA-beoordeling geselecteerde functies.

Het geschil draait om de vraag of appellante op 18 november 2024 vanwege haar medische beperkingen niet meer in staat was de in het kader van de WIA-beoordeling geselecteerde functies te verrichten. De Raad volgt dit standpunt niet.

De Raad past het toetsingskader toe dat is uiteengezet in de uitspraak van 23 december 2022. Bij een eerdere WIA-beoordeling en een nieuwe ziekmelding zonder hervatting moeten ten minste drie functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen geschikt zijn gebleven, en op basis daarvan moet nog steeds sprake zijn van arbeidsgeschiktheid van ten minste 65%. Als de verzekeringsarts vaststelt dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen, is daarmee voldaan aan beide voorwaarden en kan de beëindiging van de ZW-uitkering worden gedragen.

De Raad oordeelt dat de medische beperkingen van appellante op 18 november 2024 ten opzichte van de WIA-beoordeling niet zijn toegenomen. Het medisch onderzoek door de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep wordt als voldoende zorgvuldig beoordeeld. De rechtbank wees er al op dat appellante zelf heeft erkend dat de diagnoses osteopathie en osteopenie al in 2022 waren gesteld, en dat zij in beroep geen medische informatie heeft overgelegd waaruit een verkeerde inschatting van haar gezondheidssituatie volgt. De omstandigheid dat appellante vanaf 25 maart 2025 wél arbeidsongeschikt is geacht, verandert dit oordeel niet: die arbeidsongeschiktheid berust op nieuwe gezondheidsklachten die sinds twee of drie maanden bestonden, en zegt daarmee niets over de situatie per 18 november 2024.

De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 december 2025. Het hoger beroep slaagt niet en appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De ZW-uitkering is per 18 november 2024 terecht beëindigd, omdat de Raad heeft geoordeeld dat de medische beperkingen ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling niet zijn toegenomen. De omstandigheid dat appellante vanaf 25 maart 2025 opnieuw arbeidsongeschikt is geacht, helpt niet voor de periode vóór die datum, omdat die latere arbeidsongeschiktheid op nieuwe klachten berustte. Wie het niet eens is met een hersteldverklaring, moet medische informatie overleggen waaruit blijkt dat de verzekeringsarts de gezondheidssituatie op de datum in geding verkeerd heeft ingeschat.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer is een hersteldverklaring in de ZW na een eerdere WIA-beoordeling geldig?

De hersteldverklaring is geldig als van de oorspronkelijk bij de WIA-beoordeling geselecteerde functies ten minste drie functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen geschikt zijn gebleven, én op basis van die functies nog steeds sprake is van arbeidsgeschiktheid van ten minste 65%. Als de verzekeringsarts vaststelt dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen, is daarmee aan beide voorwaarden voldaan.

Wat betekent het als iemand na de hersteldverklaring opnieuw ziek wordt gemeld en dan wél arbeidsongeschikt wordt geacht?

Dat hoeft niets te zeggen over de eerdere hersteldverklaring. In deze zaak oordeelde de Raad dat de arbeidsongeschiktheid per 25 maart 2025 berustte op nieuwe gezondheidsklachten die sinds twee of drie maanden bestonden, zodat hieruit niet volgt dat de verzekeringsartsen de situatie per 18 november 2024 verkeerd hebben ingeschat.

Telt de eigen beleving van klachten mee bij het vaststellen van beperkingen in de ZW?

Nee, alleen medisch te objectiveren beperkingen zijn bepalend. De rechtbank overwoog dat de klachtenbeleving van appellante niet beslissend is bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen zijn vast te stellen, en de Raad onderschreef die overweging.

Kan een ZW-uitkering worden beëindigd op basis van slechts één geselecteerde WIA-functie?

Nee, dat kan niet. Uit de uitspraak van de Raad van 23 december 2022 volgt dat een hersteldverklaring niet kan worden gebaseerd op slechts één van de in het kader van de Wet WIA geselecteerde functies.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket