Centrale Raad van Beroep
Beëindiging ZW-uitkering per 10 juni 2023 na eerstejaars beoordeling is terecht, medische beperkingen zijn voldoende meegewogen
Beëindiging ZW-uitkering van appellant omdat hij meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1840Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 17 december 2025
In het kort
- De ZW-uitkering van appellant is per 10 juni 2023 beëindigd omdat hij meer dan 65% kon verdienen van zijn maatmaninkomen als chauffeur (54,31 uur per week).
- De FML dateert van 27 april 2023 en is gebaseerd op het spreekuuronderzoek in het kader van de eerstejaars ZW-beoordeling.
- Het Medoa-rapport uit januari 2025 weegt de Raad niet mee: het is opgesteld voor een letselschadeprocedure en dateert ruim na de datum in geding van 10 juni 202
- De PTSS-behandeling die in het Medoa-rapport wordt vermeld, speelde volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep pas na de datum in geding.
- Omdat de medische beoordeling standhoudt, ziet de Raad ook geen grond om de geschiktheid van de geselecteerde functies ter discussie te stellen.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant meldde zich op 19 april 2022 ziek met whiplashklachten na een auto-ongeval. Hij werkte als chauffeur voor 54,31 uur per week. In het kader van de eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts een FML op (27 april 2023) en concludeerde dat appellant belastbaar was. Een arbeidsdeskundige selecteerde vervolgens functies. Het Uwv beëindigde de ZW-uitkering per 10 juni 2023, omdat appellant meer dan 65% kon verdienen van zijn maatmaninkomen. Na ongegrond bezwaar verklaarde de rechtbank Rotterdam ook het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep meer informatie bij behandelaars had moeten opvragen, en dat voor klachten van hoofdpijn, nek- en rugpijn, slaapproblemen, spanningsklachten en mentale problemen onvoldoende beperkingen waren aangenomen. Hij onderbouwde dit met een brief van GZ-psycholoog Tetteroo van Mentaal Beter, een medisch rapport van Medoa uit januari 2025 (letselschadeprocedure), een Adviesbrief Arbeidsmedisch Onderzoek van 8 juli 2025, en een ongedateerde brief van een fysiotherapeut.
De Raad verwerpt alle gronden. Ten aanzien van het opvragen van informatie oordeelt de Raad dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep beschikte over veel informatie van behandelaars rond de datum in geding, en dat appellant niet heeft verduidelijkt welke informatie van welke behandelaar zou zijn gemist. Het rapport van Medoa is opgesteld in het kader van een letselschadeprocedure en niet voor een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, en het onderzoek vond bovendien plaats in januari 2025, ruim na de datum in geding. De PTSS-behandeling waarvan in dat rapport melding wordt gemaakt speelde eveneens na de datum in geding. De Adviesbrief en de fysiotherapeutbrief zijn ook ruim na de datum in geding opgesteld en kunnen geen conclusies dragen over de beoordeling per 10 juni 2023.
Omdat de medische beoordeling standhoudt, bestaat er geen aanleiding om de arbeidskundige geschiktheid van de geselecteerde functies te betwisten. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De ZW-uitkering is per 10 juni 2023 terecht beëindigd en blijft beëindigd. Medische stukken die zijn opgesteld na de datum in geding, of in het kader van een andere procedure zoals een letselschadezaak, zijn door de Raad niet gebruikt om de beoordeling te herzien. Wie de FML wil aanvechten, moet informatie aanleveren die betrekking heeft op de medische situatie rond de datum in geding zelf.
Vragen over deze uitspraak
Waarom telt het rapport van Medoa niet mee bij de beoordeling?
Het rapport is opgesteld voor een letselschadeprocedure en niet voor een beoordeling van de belastbaarheid voor arbeid, en het onderzoek vond plaats in januari 2025, ruim na de datum in geding van 10 juni 2023. De Raad oordeelt dat daaruit geen conclusies kunnen worden getrokken over de juistheid van de beoordeling per die datum.
Moet het Uwv uit zichzelf medische informatie bij behandelaars opvragen?
Niet als de verzekeringsarts al over veel informatie van behandelaars beschikt rond de datum in geding. De Raad laat de beroepsgrond niet slagen omdat appellant ook niet heeft verduidelijkt welke informatie van welke behandelaar zou zijn gemist.
Wat betekent het dat de Raad de medische beoordeling onderschrijft voor de arbeidskundige kant?
Als de FML juist is, bestaat er geen aanleiding voor het oordeel dat de geselecteerde functies in medisch opzicht voor appellant niet geschikt zijn. De arbeidskundige beoordeling staat of valt in deze uitspraak dus met de medische beoordeling.
Kan een brief van een fysiotherapeut of psycholoog de ZW-beoordeling alsnog openbreken?
Niet als die stukken dateren van na de datum in geding. De Raad oordeelt dat de ongedateerde fysiotherapeutbrief en de Adviesbrief van 8 juli 2025 geen conclusies kunnen dragen over de beoordeling per 10 juni 2023, omdat ze ruim na die datum zijn opgesteld.
Verwante uitspraken
- Beëindiging ZW-uitkering per 19 januari 2022 blijft in stand ondanks psychiatrisch deskundigenoordeel over forse beperking in persoonlijk functioneren8 april 2026
- Beëindiging ZW-uitkering terecht omdat appellante ondanks toegenomen beperkingen geschikt bleef voor drie WIA-functies15 oktober 2025
- Beëindiging ZW-uitkering per 8 september 2023 is terecht omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen8 oktober 2025


