Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WIA- en ZW-uitkering omdat de FML de beperkingen van appellant voldoende dekt
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1761Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 26 november 2025
In het kort
- Appellant meldde zich op 10 december 2018 ziek vanuit een WW-situatie; het Uwv weigerde per 7 december 2020 een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidson
- De Raad benoemde psychiater dr. J.J.D. Tilanus als onafhankelijke deskundige, die op 22 april 2024 rapporteerde over de toestand op de data in geding.
- De deskundige stelde een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis en een periodiek explosieve stoornis vast, bij een persoonlijkheid met cluster B trekken
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de beperkingen in de FML van 22 juni 2021 volledig overeenkomen met de door de deskundige genoemde beperk
- Röntgenonderzoek uit oktober 2024 gaf geen aanleiding om aan te nemen dat appellant in 2020 en 2021 meer beperkt was door rugklachten.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant, voormalig grondkabelwerker/assistent monteur, meldde zich op 10 december 2018 ziek vanuit een WW-situatie met fysieke en psychische klachten. Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek weigerde het Uwv hem per 7 december 2020 een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Een latere ziekmelding op 14 januari 2021 leidde eveneens tot een weigering van ziekengeld, omdat het Uwv hem geschikt achtte voor zijn eigen werk. Na bezwaar, waarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep aanvullende beperkingen aannam en een herziene FML van 22 juni 2021 opstelde, bleven de weigeringen gehandhaafd. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen zijn onderschat, dat ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen en dat hij niet in staat is samen te werken, waardoor de geduide functies niet passend zouden zijn. De Raad benoemde psychiater dr. J.J.D. Tilanus als onafhankelijke deskundige. Deze concludeerde op 22 april 2024 dat bij appellant op de data in geding sprake was van een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis en een periodiek explosieve stoornis, bij een persoonlijkheid met cluster B trekken, met licht tot matige beperkingen in aandacht en matige tot ernstige beperkingen in emotie- en agressieregulatie, alsmede enkele beperkingen ten aanzien van samenwerken.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de door de deskundige beschreven beperkingen volledig overeenkomen met de in de FML van 22 juni 2021 aangenomen beperkingen. De Raad volgde zowel de deskundige als de verzekeringsarts bezwaar en beroep. In de FML zijn onder meer beperkingen opgenomen voor het vasthouden van aandacht, aangewezen zijn op een voorspelbare werksituatie, het hanteren van emotionele problemen van anderen, het uiten van eigen gevoelens, omgaan met conflicten en samenwerken. Ten aanzien van de rugklachten oordeelde de Raad dat röntgenonderzoek uit oktober 2024 geen aanleiding geeft om aan te nemen dat appellant in 2020 en 2021 meer beperkt was.
Uitgaande van de juistheid van de FML van 22 juni 2021 achtte de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de geselecteerde functies passend, en de Raad volgde dit oordeel. Het hoger beroep slaagt niet; de aangevallen uitspraak wordt bevestigd en de weigeringen van zowel de WIA- als de ZW-uitkering blijven in stand.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Raad bevestigt dat de weigeringen van zowel de WIA-uitkering per 7 december 2020 als het ziekengeld per 14 januari 2021 in stand blijven. De beperkingen die de onafhankelijke deskundige beschreef, waaronder beperkingen in aandacht, emotie- en agressieregulatie en samenwerken, zijn volgens de Raad al verwerkt in de FML van 22 juni 2021. Medische informatie die dateert van na de data in geding, zoals röntgenfoto's uit oktober 2024, leidt niet tot het aannemen van meer beperkingen op de relevante beoordelingsdata.
Vragen over deze uitspraak
Waarom werd er geen urenbeperking opgelegd?
De Raad gaat hier niet expliciet op in; de uitspraak vermeldt alleen dat in de FML van 22 juni 2021 een beperking voor het vasthouden van aandacht is aangenomen, waarbij aandacht gedurende minstens een half uur vasthouden de maximale prestatie is. Over een urenbeperking spreekt de Raad zich niet uit.
Wat deed de Raad met de conclusie van de onafhankelijke deskundige over samenwerken?
De Raad volgde de deskundige maar oordeelde dat de beperkingen ten aanzien van samenwerken al zijn opgenomen in de FML van 22 juni 2021. In die FML is appellant beperkt voor het hanteren van emotionele problemen van anderen, het uiten van eigen gevoelens, omgaan met conflicten en samenwerken.
Mochten de later gemaakte röntgenfoto's worden gebruikt om meer rugbeperkingen te onderbouwen?
Nee. Röntgenonderzoek uit oktober 2024 toonde matig ernstige degeneratieve rugafwijkingen, maar de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat deze foto's geen aanleiding geven om aan te nemen dat appellant in 2020 en 2021 ook meer beperkt was. De Raad volgde dat oordeel.
Welke psychische diagnoses werden vastgesteld op de data in geding?
Op 7 december 2020 en 14 januari 2021 was sprake van een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis en een periodiek explosieve stoornis, bij een persoonlijkheid met cluster B trekken. Dit stelde de onafhankelijke deskundige vast in zijn rapport van 22 april 2024.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026


