Centrale Raad van Beroep
WIA-weigering en ZW-beëindiging blijven in stand omdat de FML de beperkingen door sarcoïdose, fibromyalgie en psychische klachten voldoende weergeeft
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:839Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 17 juni 2026
In het kort
- Het Uwv stelde de arbeidsongeschiktheid van appellante vast op 10,44% en weigerde haar per 6 april 2022 een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongesc
- De FML dateert van 31 oktober 2022 en bevat beperkingen in de rubrieken 1 tot en met 5, alsmede een beperking voor nachtwerk.
- De ZW-uitkering die per 16 maart 2023 was toegekend, werd per 22 juni 2023 beëindigd omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen toename van beperkingen va
- Appellante is op 26 oktober 2022, 22 juni 2023 en 15 januari 2024 op een spreekuur gezien en lichamelijk en psychisch onderzocht.
- De in hoger beroep ingebrachte medische stukken geven geen ander beeld van de belastbaarheid op de data in geding 6 april 2022 en 22 juni 2023.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante werkte als schoonmaakster voor 17,97 uur per week en meldde zich op 30 maart 2020 ziek met klachten als gevolg van sarcoïdose, fibromyalgie en psychische aandoeningen. Het Uwv stelde haar arbeidsongeschiktheid vast op 10,44% en weigerde haar per 6 april 2022 een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Nadat appellante zich op 15 december 2022 vanuit de WW opnieuw had ziekgemeld met toegenomen pijnklachten, kende het Uwv haar per 16 maart 2023 een ZW-uitkering toe. Na onderzoek in juni 2023 beëindigde het Uwv de ZW-uitkering per 22 juni 2023, omdat zij geschikt werd geacht voor de drie aan de WIA-schatting ten grondslag liggende functies.
Appellante betoogde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen onvoldoende tot uitdrukking kwamen in de FML van 31 oktober 2022. Zij onderbouwde dit standpunt met meerdere medische brieven van onder meer een anesthesioloog-pijnspecialist, een verpleegkundig specialist long, een longarts en een psycholoog en psychiater.
De Raad volgt appellante niet. Appellante is op 26 oktober 2022, 22 juni 2023 en 15 januari 2024 op een spreekuur gezien en lichamelijk en psychisch onderzocht, en alle beschikbare medische informatie is betrokken bij de beoordeling. Op de FML zijn in de rubrieken 1 tot en met 5 meerdere beperkingen aangenomen en is appellante beperkt geacht voor werken in de nacht, zodat zij geschikt wordt geacht voor mentaal, fysiek en energetisch relatief licht belastende werkzaamheden.
De in hoger beroep ingebrachte stukken leiden niet tot een ander oordeel. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat deze informatie het beeld bevestigt van een langer aanwezige sarcoïdose en langer bestaande rugklachten en geen ander beeld geeft van de situatie op de data in geding. De brief van de psycholoog en psychiater dateert van ruim na de data in geding en is grotendeels een beschrijving van de afgenomen anamnese. Hartklachten waarvoor appellante naar eigen zeggen meermalen was opgenomen, bleken niet aantoonbaar aanwezig op de data in geding.
Omdat de noodzakelijke twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling ontbreekt, wijst de Raad het verzoek om een deskundige te benoemen af. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde beperkingen is voldoende gemotiveerd dat appellante geschikt is voor de geduide WIA-functies. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 april 2025 wordt bevestigd.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De WIA-weigering per 6 april 2022 en de beëindiging van de ZW-uitkering per 22 juni 2023 blijven in stand. Medische stukken die na de datum in geding zijn opgesteld, bieden geen grond voor herziening als zij het eerdere beeld slechts bevestigen of grotendeels een anamnese bevatten. Wie twijfel wil wekken aan de FML, heeft informatie nodig die aantoont dat de belastbaarheid op de specifieke datum in geding onjuist is vastgesteld.
Vragen over deze uitspraak
Waarom krijgt appellante geen WIA-uitkering terwijl ze sarcoïdose en fibromyalgie heeft?
Het Uwv berekende haar arbeidsongeschiktheid op 10,44%, en voor een WIA-uitkering is ten minste 35% vereist. De Raad oordeelde dat de FML voldoende rekening houdt met haar beperkingen en dat zij geschikt is voor de geduide functies.
Mogen nieuwe medische stukken die na de datum in geding zijn opgesteld meewegen?
Niet als ze geen ander beeld geven van de situatie op de datum in geding. De Raad stelde vast dat de in hoger beroep ingebrachte stukken het beeld bevestigen van langer aanwezige klachten en dat de brief van de psycholoog en psychiater van 19 januari 2026 dateert van ruim na de data in geding en grotendeels een beschrijving is van de afgenomen anamnese.
Wanneer kan de ZW-uitkering worden beëindigd als eerder een WIA-beoordeling heeft plaatsgevonden?
Als de verzekeringsarts in het kader van de nieuwe ziekmelding vaststelt dat de medische beperkingen niet zijn toegenomen, is die vaststelling voldoende om de beëindiging te dragen. De Raad verwijst daarvoor naar het toetsingskader uit de uitspraak van 23 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2672.
Wanneer wijst de Raad een verzoek om een deskundige te benoemen af?
Als de noodzakelijke twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling ontbreekt. De Raad wees het verzoek af omdat appellante geen medische informatie inbracht die aantoonde dat de belastbaarheid op de data in geding onjuist was vastgesteld.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026


