Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Urenbeperking van twee uur per dag bij ASS, ADHD en slaapapneu is onvoldoende onderbouwd; WIA-weigering blijft in stand

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Minder dan 35% arbeidsongeschikt. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1493Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
1 oktober 2025

In het kort

  • Appellant heeft ASS, ADHD en slaapapneu en werkte als bedrijfsmakelaar voor gemiddeld 16,31 uur per week; hij meldde zich op 11 juni 2019 ziek.
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde de urenbeperking bij van zes uur per dag en dertig uur per week naar vier uur per dag en twintig uur per week.
  • De berekende mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 22,67 procent, waardoor de WIA-drempel van 35 procent niet werd bereikt.
  • De door appellant ingeschakelde verzekeringsarts Van Arkel stelde een urenbeperking van twee uur per dag en tien uur per week voor; de Raad verwierp dit als onv
  • De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Overijssel van 8 mei 2024 en liet de weigering van de WIA-uitkering in stand.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant, voormalig bedrijfsmakelaar, meldde zich op 11 juni 2019 ziek met vermoeidheidsklachten. Hij heeft medische klachten in verband met een autismespectrumstoornis (ASS), ADHD en slaapapneu. Na de WIA-beoordeling weigerde het Uwv hem per 8 juni 2021 een uitkering toe te kennen, omdat de berekende mate van arbeidsongeschiktheid uitkwam op 22,67 procent en daarmee onder de drempel van 35 procent bleef.

In bezwaar paste de verzekeringsarts bezwaar en beroep de FML aan. De urenbeperking werd bijgesteld van zes uur per dag en dertig uur per week naar vier uur per dag en twintig uur per week. Aanleiding daarvoor was dat bij de primaire beoordeling niet kenbaar rekening was gehouden met het feit dat appellant op de datum in geding nog niet was geopereerd voor zijn slaapapneu, waardoor zijn energieniveau op dat moment lager was dan ten tijde van de primaire beoordeling.

In hoger beroep bracht appellant een expertiserapport in van verzekeringsarts Van Arkel, die stelde dat appellant op energetische gronden slechts belastbaar is voor maximaal twee uur per dag en tien uur per week. Van Arkel wees op de combinatie van aandoeningen en op kenmerken van postinspanningsmalaise (PEM).

De Centrale Raad van Beroep volgde dit standpunt niet. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had overtuigend gemotiveerd dat een zeer forse urenbeperking gelet op de betrekkelijk geringe ernst van de te objectiveren problematiek niet goed navolgbaar en niet medisch onderbouwd was. De slaapapneu was ook vóór de operatie slechts mild, hetgeen bleek uit brieven van de KNO-arts en de longarts. De door Van Arkel gestelde diagnose van Chronisch Vermoeidheidssyndroom bleek niet uit de medische stukken, en evenmin waren er aanwijzingen voor PEM-klachten op de datum in geding. De stelling dat het Uwv onvoldoende rekening had gehouden met de combinatie van aandoeningen werd weerlegd doordat uit de rapporten van 17 oktober 2021 en 19 september 2022 uitdrukkelijk bleek dat de gevolgen van die combinatie waren meegenomen. Het rapport van Werkfit en de activiteitenlijst van appellant leverden ook geen aanleiding voor twijfel op, omdat deze stukken niet voldoende medisch onderbouwd zijn. De Raad zag geen aanleiding een deskundige te benoemen en bevestigde de aangevallen uitspraak.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De WIA-uitkering wordt definitief geweigerd, omdat de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 22,67 procent en daarmee onder de drempel van 35 procent blijft. De Raad oordeelde dat de FML van 19 september 2022 met een urenbeperking van vier uur per dag en twintig uur per week de belastbaarheid op de datum in geding correct weergeeft. Een eigen expertiserapport dat een zwaardere urenbeperking bepleit, maar de onderbouwing daarvoor niet medisch hard maakt, is onvoldoende om de beoordeling te laten wijzigen.

Vragen over deze uitspraak

Waarom werd de urenbeperking in bezwaar aangepast?

De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde vast dat bij de primaire beoordeling niet kenbaar rekening was gehouden met het feit dat appellant op de datum in geding nog niet was geopereerd voor zijn slaapapneu. De neusoperatie vond pas na juni 2021 plaats, waardoor het energieniveau op de datum in geding lager was dan op het moment van de primaire beoordeling.

Waarom accepteerde de Raad het rapport van verzekeringsarts Van Arkel niet?

Van Arkel had niet voldoende inzichtelijk gemotiveerd en medisch onderbouwd waar zijn urenbeperking van twee uur per dag en tien uur per week op was gebaseerd. De gestelde diagnose van Chronisch Vermoeidheidssyndroom bleek niet uit de medische stukken, en evenmin waren er aanwijzingen voor PEM-klachten op de datum in geding.

Waarom benoemde de Raad geen deskundige?

De Raad zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige omdat twijfel aan de medische beoordeling door de verzekeringsarts bezwaar en beroep ontbrak.

Telt een activiteitenlijst of een rapport van een werkfittraject als medisch bewijs?

Nee, de Raad oordeelde dat deze stukken geen aanleiding geven tot een andere conclusie omdat ze niet voldoende medisch onderbouwd zijn.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket