Centrale Raad van Beroep
Uwv weigert terecht WIA-uitkering aan voormalig stucadoor omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medisch en arbeidskundige onderbouwing.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1803Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 10 december 2025
In het kort
- Appellant, voormalig stucadoor 40 uur per week, kreeg per 27 juli 2022 geen WIA-uitkering omdat het Uwv een arbeidsongeschiktheid van 0% vaststelde.
- De FML dateert van 5 juli 2022 en bevat beperkingen voor zware fysieke belasting en de noodzaak tot vertreden en wisselen van houding.
- Herniaklachten zijn pas sinds 2024 gedocumenteerd; er zijn geen aanwijzingen dat deze klachten al speelden op de datum in geding.
- Voor de geduide functies op opleidingsniveau 1, waaronder inpakker (SBC-code 111190) en huishoudelijk medewerker gebouwen (SBC-code 111334), mag worden verwacht
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt op 10 december 2025 de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 10 januari 2025.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant, een voormalig stucadoor die 40 uur per week werkte, meldde zich op 29 juli 2020 ziek na een bedrijfsongeval waarbij hij ribfracturen en kneuzingen aan de linker lichaamszijde opliep. Na het doorlopen van de WIA-wachttijd weigerde het Uwv bij besluit van 30 augustus 2022 een WIA-uitkering per 27 juli 2022, omdat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid 0% bedroeg. In bezwaar bleef dit besluit in stand. Appellant stelde in beroep en hoger beroep dat hij meer beperkingen had dan de FML van 5 juli 2022 weerspiegelde, zowel fysiek (nek, rug, schouders, ribben, maag- en darmklachten, hernia) als psychisch, en dat hij de geduide functies mede vanwege onvoldoende Nederlandse taalvaardigheid niet kon vervullen.
De Raad oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 10 januari 2025. De medische grondslag wordt deugdelijk bevonden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft na weging van alle behandelaarsinfomatie gemotiveerd dat er geen aanleiding is de FML per datum in geding te herzien. De herniaklachten speelden pas vanaf 2024 en er zijn geen aanwijzingen dat deze al op de datum in geding bestonden; appellant heeft dit in hoger beroep niet nader onderbouwd. Voor de psychische klachten geldt dat de verzekeringsarts geen beperkingen waarnam tijdens het spreekuurcontact en dat appellant geen medische informatie overlegde die de klachten objectiveerbaar maakte. Voor de maag- en darmklachten ontbreekt eveneens medisch objectiveerbaar bewijs voor de datum in geding.
Ten aanzien van de arbeidskundige beoordeling heeft de rechtbank geoordeeld dat appellant voldoet aan opleidingsniveau 1, dat hij de benodigde mondelinge beheersing van het Nederlands binnen zes maanden kan aanleren, en dat de geselecteerde functies eenvoudige en routinematige werkzaamheden betreffen waarbij minimale eisen aan taalbeheersing worden gesteld. De Raad onderschrijft dit oordeel volledig.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De WIA-uitkering blijft geweigerd omdat de Raad de arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% stelt. De herniaklachten die appellant na de datum in geding heeft ontwikkeld tellen voor deze beoordeling niet mee, omdat ze niet medisch objectiveerbaar waren op 27 juli 2022. Als appellant van mening is dat zijn situatie sindsdien is verslechterd, is dat een grond voor een nieuwe aanvraag of een andere procedure, maar de uitspraak zegt daarover niets.
Vragen over deze uitspraak
Waarom is de rughernia van appellant niet meegenomen in de beoordeling?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat herniaklachten pas spelen sinds 2024, twee jaar na de datum in geding van 27 juli 2022. Uit de medische gegevens blijkt niet dat appellant klachten had passend bij een (beginnende) hernia op de datum in geding, en de destijds betrokken medisch specialisten hebben ook geen aanleiding gezien dit te onderzoeken. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt dat de hernia al op
Kan iemand met beperkte kennis van het Nederlands toch verplicht worden de geduide functies te vervullen?
Ja, voor functies op opleidingsniveau 1 mag worden verwacht dat de betrokkene de benodigde mondelinge beheersing van de Nederlandse taal binnen zes maanden aanleert. Het gaat om eenvoudige en routinematige functies waarbij minimale eisen worden gesteld aan taalbeheersing, zoals de functie inpakker (SBC-code 111190) waarbij een HACCP-cursus intern wordt gevolgd via beelden zonder invullen van tekst.
Waarom zijn er geen beperkingen aangenomen voor de psychische klachten van appellant?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft geen beperkingen aangenomen omdat de ervaren beperkingen in aandacht en geheugen niet zijn waargenomen tijdens het spreekuurcontact. Appellant heeft bovendien geen medische informatie overgelegd waarmee zijn psychische klachten medisch objectiveerbaar zouden zijn gemaakt.
Welke functies zijn er voor appellant geduid?
De uitspraak noemt inpakker (handmatig) met SBC-code 111190 en huishoudelijk medewerker gebouwen met SBC-code 111334 als geduide functies. Beide zijn op opleidingsniveau 1. Overige geduide functies worden in de uitspraak niet met naam of code vermeld.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid15 juli 2026
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025


