Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid

Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 8 september 2022 op 41,72%. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:961Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
15 juli 2026

In het kort

  • Het Uwv stelde de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 8 september 2022 vast op 41,72% en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe.
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde vast dat slechts sprake is van lichte degeneratieve afwijkingen, zonder aanwijzingen voor botontkalking of zenuwbek
  • De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep lichtte toe dat een naaimachine bij de functie textielproductenmaker (SBC-code 111160) geen risico geeft op ernstig letse
  • Een trauma in augustus 2023 leidde later tot PTSS en volledige arbeidsongeschiktheid per 8 september 2024, maar de Raad verbindt daaraan geen gevolgen voor de b
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 mei 2025.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante, voormalig schoonmaakster voor 38,29 uur per week, meldde zich op 10 september 2020 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het Uwv stelde haar mate van arbeidsongeschiktheid per 8 september 2022 vast op 41,72% en kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellante bestreed dit oordeel en voerde aan dat zij meer beperkingen had dan het Uwv aannam, zodat zij de geduide functies niet kon vervullen.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde vast dat appellante geen nek- en rughernia met botontkalking heeft. Uit medische informatie en lichamelijk onderzoek bleek slechts sprake van lichte degeneratieve afwijkingen aan de nek- en borstwervels en lichte tot matige afwijkingen aan de lage rug, zonder aanwijzingen voor botontkalking of zenuwbeknelling. Op grond daarvan waren geen aanvullende beperkingen voor hoofdbewegingen, het hoofd in een bepaalde stand houden, reikafstand of buigafstand geïndiceerd.

Ten aanzien van de functieduiding oordeelde de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep dat het gebruik van een naaimachine bij de functie van textielproductenmaker (SBC-code 111160) geen verhoogd persoonlijk risico oplevert en geen risico geeft op ernstig letsel. Voor de functies van productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) en medewerker tuinbouw (SBC-code 111010) werd toegelicht dat de belasting ten aanzien van staan, lopen en werken boven schouderhoogte binnen de vastgestelde FML-mogelijkheden bleef.

Appellante wees er in hoger beroep op dat haar per 8 september 2024 een WGA-vervolguitkering naar volledige arbeidsongeschiktheid was toegekend. De verzekeringsarts bezwaar en beroep legde uit dat appellante in augustus 2023 een trauma had doorgemaakt waardoor depressieve klachten sterk toenamen en PTSS werd gediagnosticeerd, en dat bij een herbeoordeling in 2024 haar herstel gestagneerd bleek. De Raad zag geen reden om aan deze latere ontwikkeling consequenties te verbinden voor de beoordeling op de datum in geding.

De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 mei 2025 en liet het arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand, ook al is appellante later volledig arbeidsongeschikt verklaard. De Raad oordeelde dat de verslechtering het gevolg was van een trauma in augustus 2023 en dat dit geen terugwerkende kracht heeft op de eerdere beoordeling. Aanvullende beperkingen voor nek, hoofd, reiken en buigen werden niet gehonoreerd omdat uit het medisch onderzoek slechts lichte degeneratieve afwijkingen bleken zonder zenuwbeknelling.

Vragen over deze uitspraak

Waarom telt de latere volledige arbeidsongeschiktheid niet mee voor de eerdere beoordeling?

De Raad ziet geen reden om aan de vervolguitkering consequenties te verbinden voor de beoordeling per 8 september 2022. Het verslechtering was het gevolg van een trauma in augustus 2023, bijna een jaar na de datum in geding, waardoor depressieve klachten sterk toenamen en PTSS werd gediagnosticeerd. Elke periode wordt op zijn eigen datum beoordeeld.

Waarom zijn er geen extra beperkingen aangenomen voor de nek en het hoofd?

Uit medische informatie en lichamelijk onderzoek bleek slechts sprake van lichte degeneratieve afwijkingen aan de nek- en borstwervels, zonder aanwijzingen voor botontkalking of zenuwbeknelling vanuit de wervelkolom. De verzekeringsarts bezwaar en beroep vond daarin geen grond voor beperkingen voor hoofdbewegingen of het hoofd in een bepaalde stand houden.

Waarom is de functie textielproductenmaker toch geschikt, ook al werkt men met een naaimachine?

De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep lichtte toe dat een naaimachine niet als een gevaarlijke machine moet worden beschouwd en geen risico geeft op ernstig letsel. Het verhoogd persoonlijk risico is van belang bij ziektebeelden waarbij prikken of het ontstaan van wondjes bezwaarlijk is, maar dat was hier niet aan de orde.

Wat was de maatmanfunctie van appellante en hoeveel uur werkte zij daarin?

Appellante heeft voor het laatst gewerkt als schoonmaakster voor 38,29 uur per week. Zij meldde zich op 10 september 2020 ziek met psychische en lichamelijke klachten.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket