Centrale Raad van Beroep
Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is ondanks discussie over rubricering prikkelgevoeligheid in de FML
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Benoeming deskundige.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:947Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 9 juli 2026
In het kort
- Het Uwv weigerde appellante per 16 maart 2021 een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 15,2%, ruim onder de drempel van 35%.
- Onafhankelijk deskundige Roos-Vervoort onderschreef de FML van 29 november 2021, inclusief de duurbelastbaarheid van dertig uur per week en maximaal acht uur pe
- De deskundige constateerde dat prikkelgevoeligheid beter gerubriceerd had moeten worden onder punt 1.8.1 van de FML in plaats van onder de punten 3.6 en 3.8, ma
- Latere diagnostiek van GGZ Delfland uit 2025-2026, waaronder PTSS en een neurocognitieve stoornis, leidde niet tot bijstelling van de beoordeling per de datum i
- De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante meldde zich op 19 maart 2019 ziek na een ongeluk en werkte daarvoor als medewerker klantenservice voor gemiddeld 30,12 uur per week. Het Uwv weigerde haar per 16 maart 2021 een WIA-uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 15,2%, ruim onder de drempel van 35%. De rechtbank Rotterdam liet dit besluit in stand; appellante stelde in hoger beroep dat zij meer beperkingen had dan in de FML waren opgenomen en de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De Centrale Raad van Beroep benoemde verzekeringsarts M. Roos-Vervoort als onafhankelijk deskundige. De deskundige stelde vast dat op de datum in geding sprake was van een postcommotioneel syndroom dan wel Whiplash Associated Disorder graad II, een depressieve stoornis dan wel somatisch-symptoomstoornis, PTSS, astma, eczeem en veneuze insufficiëntie. Zij concludeerde dat de FML van 29 november 2021 op één punt niet juist was: de prikkelgevoeligheid was gerubriceerd onder geluidsbelasting (punt 3.6) en overige beperkingen van de fysieke aanpassingsmogelijkheden (punt 3.8), terwijl een beperking op punt 1.8.1 (geen afleiding door activiteiten van anderen) meer op zijn plaats was. Voor het overige onderschreef de deskundige de FML, waaronder de duurbelastbaarheid van dertig uur per week en maximaal acht uur per dag.
Over de later ingediende informatie van GGZ Delfland, waaronder een behandelplan van 20 januari 2026 met de beschrijvende diagnoses PTSS en neurocognitieve stoornis, oordeelde de deskundige dat deze betrekking heeft op het toestandsbeeld van appellante in 2025-2026 en niets zegt over haar toestandsbeeld per de datum in geding. De huisarts meldde slechts eenmalig een spreekuurcontact in 2021 in verband met psychische klachten, wat eerder wees op beperkte problematiek op dat moment.
De Raad volgde de deskundige. Ook als de FML op punt 1.8.1 zou worden aangevuld, zijn de geselecteerde functies passend: de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep had toereikend en navolgbaar gemotiveerd dat in die functies geen sprake is van afleiding door activiteiten van anderen, en dat visuele en auditieve prikkels verder kunnen worden beperkt met schotten en gehoorbescherming. Het hoger beroep slaagt niet, de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De weigering van de WIA-uitkering per 16 maart 2021 blijft in stand omdat de arbeidsongeschiktheid op 15,2% is vastgesteld en de geselecteerde functies passend zijn bevonden. Latere medische informatie, ook als die nieuwe diagnoses bevestigt, leidt niet automatisch tot herziening van de beoordeling op de datum in geding; bepalend is het medische toestandsbeeld op dat moment. Een verslechtering in de gezondheidssituatie na de datum in geding kan wel aanleiding geven voor een nieuwe melding bij het Uwv, zoals de Raad opmerkt bij de beoordeling van de deskundigenrapporten.
Vragen over deze uitspraak
Waarom kreeg appellante geen WIA-uitkering?
Haar arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 15,2%, terwijl voor een WIA-uitkering ten minste 35% arbeidsongeschiktheid vereist is. Het Uwv selecteerde vijf functies waarmee zij nog voldoende kon verdienen ten opzichte van haar vroegere loon.
Wat vond de onafhankelijke deskundige van de FML?
De deskundige onderschreef de FML van 29 november 2021 grotendeels, maar had twijfel over de rubricering van de prikkelgevoeligheid. Volgens haar hoorde een beperking op punt 1.8.1 (geen afleiding door activiteiten van anderen) in de FML in plaats van, of naast, de beperkingen op de punten 3.6 en 3.8. Dit was echter niet van invloed op de geschiktheid van de geselecteerde functies.
Telt een diagnose die later is gesteld mee voor de beoordeling op de datum in geding?
Niet automatisch. De deskundige oordeelde dat het behandelplan van GGZ Delfland uit 2026 betrekking heeft op het toestandsbeeld van appellante op dat moment en niets zegt over haar toestandsbeeld per 16 maart 2021. Navraag bij de huisarts over de periode rondom de datum in geding leverde geen aanvullende informatie op die wees op een ernstiger toestandsbeeld.
Wat gebeurt er als de FML een beperking op de verkeerde plek heeft staan?
De Raad oordeelde dat een onjuiste rubricering in de FML niet automatisch betekent dat de geselecteerde functies niet passend zijn. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep had toereikend en navolgbaar gemotiveerd dat de functies ook bij een correcte rubricering onder punt 1.8.1 passend bleven.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Uwv moet arbeidsongeschiktheid van appellante opnieuw beoordelen omdat deskundige psychiater concludeert dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft29 april 2026
- Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid blijft in stand; deskundige bevestigt FML en afwezigheid toegenomen beperkingen11 maart 2026


