Centrale Raad van Beroep
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid blijft in stand; deskundige bevestigt FML en afwezigheid toegenomen beperkingen
Beëindiging WIA-uitkering. Weigering herleving WIA-uitkering. Terecht geoordeeld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat er geen sprake is van…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:325Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 11 maart 2026
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante werkte als orderpicker/productiemedewerker voor 38,50 uur per week en meldde zich ziek in april 2016. Vanaf mei 2018 ontving zij een loongerelateerde WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%, omdat zij geen benutbare mogelijkheden had. Na herbeoordeling op verzoek van de werkgeefster stelde het Uwv in augustus 2020 een nieuwe FML op en berekende de arbeidsdeskundige een arbeidsongeschiktheidspercentage van 0%. Het Uwv beëindigde de WIA-uitkering per 24 december 2020 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Een afzonderlijke aanvraag om herbeoordeling wegens toegenomen klachten (melding 18 november 2020) werd afgewezen omdat over de periode 24 december 2020 tot en met 21 januari 2021 geen toename van beperkingen was vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep benoemde verzekeringsarts drs. M. Vervoort als deskundige. De deskundige concludeerde dat de gewijzigde beoordeling per 24 december 2020 wordt bevestigd door de beschikbare medische informatie. Ten opzichte van 2018 en 2019, toen appellante kampte met volledig disfunctioneren zonder benutbare mogelijkheden, speelde in 2020 een ander psychisch beeld: psychische problematiek was aanwezig, maar appellante had wel mogelijkheden tot functioneren. Op lichamelijk vlak bleek bij aanvullend onderzoek door de orthopeed geen ernstige pathologie te bestaan. De deskundige zag geen aanleiding voor een urenbeperking, onderbouwd aan de hand van de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid, en geen aanleiding voor verdergaande cognitieve of sociale beperkingen dan reeds aangenomen in de FML van 22 april 2021.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige. Het rapport werd zorgvuldig, inzichtelijk en consistent geacht. De reactie van appellante op het rapport bevatte geen medische informatie of nieuwe argumenten die de deskundige niet al had meegewogen. Ook de arbeidskundige beoordeling hield stand: de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep had voldoende gemotiveerd dat de geduide functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijden. Het hoger beroep slaagt niet; de beëindiging van de WIA-uitkering en de weigering een nieuwe uitkering toe te kennen blijven in stand.


