Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv moet arbeidsongeschiktheid van appellante opnieuw beoordelen omdat deskundige psychiater concludeert dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft

Tussenuitspraak. Arbeidsongeschiktheid ten onrechte op 51,43% vastgesteld. Raad volgt door de hem ingeschakelde psychiater.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:505Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
29 april 2026

In het kort

  • Het Uwv stelde de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 22 maart 2022 vast op 51,43% en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe.
  • Deskundige psychiater Hernandez-Dwarkasing concludeerde op 22 september 2025 dat appellante een somatisch-symptoomstoornis met voornamelijk pijn heeft en niet i
  • De deskundige achtte een inzet van vijf uur per dag en twintig uur per week vanuit psychiatrisch oogpunt niet haalbaar.
  • De Raad volgt de deskundige en oordeelt dat het bestreden besluit van 17 februari 2023 op een ondeugdelijke medische grondslag berust.
  • Het Uwv moet binnen zes weken het gebrek herstellen en de arbeidsongeschiktheid per 22 maart 2022, inclusief de duurzaamheid van de beperkingen, opnieuw beoorde

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante werkte als productiemedewerkster voor gemiddeld 34,21 uur per week en meldde zich op 24 maart 2020 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het Uwv stelde haar arbeidsongeschiktheid per 22 maart 2022 vast op 51,43% en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. De ex-werkgever maakte bezwaar, waarna het Uwv het arbeidsongeschiktheidspercentage bij besluit van 17 februari 2023 naar beneden bijstelde van volledig naar 51,43%. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het beroep van appellante ongegrond.

In hoger beroep benoemde de Raad psychiater I.S. Hernandez-Dwarkasing als onafhankelijk deskundige. De deskundige concludeerde op 22 september 2025 dat bij appellante, zowel op de datum in geding als actueel, sprake is van een somatisch-symptoomstoornis met voornamelijk pijn. Voor een persoonlijkheidsstoornis, een (persisterende depressieve) stemmingsstoornis of een angststoornis zag de deskundige onvoldoende aanwijzingen. De deskundige onderschreef de beperkingen in de FML van 29 september 2023, maar voegde een beperking op het beoordelingspunt uiten van eigen gevoelens (2.7) toe. Belangrijker: de deskundige achtte een inzet van vijf uur per dag en twintig uur per week vanuit psychiatrisch oogpunt niet haalbaar en oordeelde dat appellante gezien haar dagelijkse zeer beperkte functioneren en passieve en afhankelijke coping niet in staat is arbeidsmatig te functioneren.

De Raad volgt dit deskundigenoordeel. Het rapport geeft blijk van een zorgvuldig en volledig onderzoek: dossierstudie, spreekuurcontact, anamnese en weging van de beschikbare medische informatie. De Raad acht van belang dat de deskundige afdoende motiveerde dat de gezondheidstoestand van appellante op het moment van onderzoek niet wezenlijk verschilt van haar toestand op de datum in geding. De zienswijze van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 26 november 2025, die de urenbeperking aanpaste naar vier uur per dag en twintig uur per week, volstaat niet: hij onderbouwde onvoldoende dat pas ná de datum in geding een verslechtering plaatsvond.

De Raad concludeert dat het bestreden besluit op een ondeugdelijke medische grondslag berust en draagt het Uwv op het gebrek binnen zes weken te herstellen. Het Uwv moet de mate van arbeidsongeschiktheid en de aanspraken op een WIA-uitkering per 22 maart 2022 opnieuw beoordelen, met inbegrip van de duurzaamheid van de beperkingen. Een oordeel over de proceskosten en het verzoek om schadevergoeding volgt in de einduitspraak.

Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?

De ex-werkgever had bezwaar gemaakt tegen de oorspronkelijke toekenning van een volledige WGA-uitkering, waarna het Uwv de arbeidsongeschiktheid bijstelde naar 51,43%. De Raad draagt het Uwv nu op dit besluit opnieuw te beoordelen op basis van het deskundigenrapport, waarbij de conclusie luidt dat appellante geen benutbare mogelijkheden heeft. Voor de ex-werkgever betekent dit dat de definitieve vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage, en daarmee de financiële gevolgen van de WGA-uitkering, nog niet vaststaat.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Raad oordeelt dat appellante meer beperkt moet worden geacht dan het Uwv heeft aangenomen, en dat het bestreden besluit op een ondeugdelijke medische grondslag berust. Het Uwv moet de arbeidsongeschiktheid per 22 maart 2022 opnieuw vaststellen met inachtneming van de conclusie van de deskundige dat appellante geen benutbare arbeidsmogelijkheden heeft. Een oordeel over de proceskosten en het verzoek om schadevergoeding volgt pas in de einduitspraak.

Vragen over deze uitspraak

Wat concludeerde de deskundige over de belastbaarheid van appellante?

De deskundige oordeelde dat appellante zowel op de datum in geding als actueel niet in staat is arbeidsmatig te functioneren. De conclusie is voornamelijk gebaseerd op energetische klachten voortkomend uit pijnklachten, in combinatie met inadequate coping. Een inzet van vijf uur per dag en twintig uur per week achtte de deskundige vanuit psychiatrisch oogpunt niet haalbaar.

Waarom legde de Raad het oordeel van de verzekeringsarts naast zich neer?

De verzekeringsarts bezwaar en beroep onderbouwde onvoldoende dat pas sinds de datum in geding een verslechtering had plaatsgevonden en appellante daarom op die datum voor vier uur per dag en twintig uur per week belastbaar was. Bovendien week zijn lezing van het dagverhaal wezenlijk af van wat de echtgenoot van appellante verklaarde tijdens het onderzoek van arts Wijers.

Welke diagnose stelde de deskundige psychiater vast?

De deskundige stelde een somatisch-symptoomstoornis met voornamelijk pijn vast, zowel op de datum in geding als actueel. Voor een persoonlijkheidsstoornis, een stemmingsstoornis of een angststoornis zag zij onvoldoende aanwijzingen.

Wat moet het Uwv nu concreet doen?

Het Uwv moet binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak het gebrek in het besluit van 17 februari 2023 herstellen. Daarbij moet het Uwv, met inachtneming van de conclusies van de deskundige, de mate van arbeidsongeschiktheid en de aanspraken op een WIA-uitkering per 22 maart 2022 opnieuw beoordelen en ook de duurzaamheid van de beperkingen beoordelen.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket