Centrale Raad van Beroep
WIA-uitkering terecht geweigerd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML voldoende rekening houdt met haar pijnklachten
Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. van een medisch-objectieve onderbouwing voor het aannemen van aanvullende…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:898Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 1 juli 2026
In het kort
- Het arbeidsongeschiktheidspercentage van appellante is vastgesteld op 15,26%, waarmee zij onder de WIA-drempel van 35% blijft.
- De FML van 28 mei 2020 bevat forse arbeidsbeperkingen op grond van neuropatische pijn, chronische rugpijn, PTSS en een aanpassingsstoornis.
- Rapporten van neuroloog Niewold en pijnspecialist prof. dr. Huygen geven de Raad geen aanleiding meer beperkingen aan te nemen, omdat een medisch-objectieve ond
- Een urenbeperking is niet aangewezen omdat geen sprake is van een ernstige aandoening van energetische aard, verlengde recuperatietijd of een situatie waarin he
- Het hoger beroep slaagt niet; de aangevallen uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 9 juni 2023 wordt bevestigd en het verzoek om wettelijke rente afgew
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, voormalig assistent supervisor voor 40 uur per week, meldde zich op 15 juni 2018 ziek. Na het doorlopen van de WIA-procedure weigerde het Uwv haar per 12 juni 2020 een WIA-uitkering, omdat haar arbeidsongeschiktheidspercentage op 15,26% werd berekend. In bezwaar, beroep en hoger beroep bleef die weigering in stand.
De kern van het geschil is of appellante meer medische beperkingen heeft dan het Uwv in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 28 mei 2020 heeft opgenomen, en of daarom een urenbeperking had moeten worden aangenomen. Appellante beriep zich op rapporten van neuroloog Niewold en pijnspecialist prof. dr. Huygen, die volgens haar aantoonden dat haar klachten logisch en consistent uit het ziektebeeld voortvloeien en dat een verdergaand vermoeidheidsprobleem aan de orde is.
De Raad oordeelt dat de gronden in hoger beroep in essentie een herhaling zijn van wat in beroep naar voren is gebracht, en onderschrijft de overwegingen van de rechtbank. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat sprake is van neuropatische pijn in het onderbeen, aspecifieke chronische rugpijn, PTSS en een aanpassingsstoornis, en heeft daarvoor forse beperkingen in de FML opgenomen. Voor de conclusie dat die beperkingen zijn onderschat, vindt de Raad geen aanknopingspunt in de medische stukken.
Niewold heeft volgens de Raad niet toegelicht op basis van welke medisch objectieve gegevens meer beperkingen moeten worden aangenomen, en lijkt zich vooral te hebben laten leiden door de anamnese en het dagverhaal. Huygen baseerde zijn conclusies over functieverlies op een door appellante zelf ingevulde zelfevaluatie, zonder nadere medische onderbouwing. De Raad bevestigt dat pijnklachten op zichzelf niet voldoende zijn voor het aannemen van meer beperkingen.
Ten aanzien van de urenbeperking stelt de Raad vast dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep navolgbaar heeft toegelicht dat er geen medische noodzaak bestaat, omdat geen sprake is van een ernstige aandoening van energetische aard, een aandoening met verlengde recuperatietijd of een aandoening waarbij het preventieve aspect aan de orde is, en de beschikbaarheid niet in het geding is. De geduide functies worden door de Raad passend geacht. Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente wordt afgewezen.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De WIA-uitkering blijft geweigerd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is bevonden. De Raad oordeelt dat de FML de klachten voldoende weergeeft en dat rapporten van eigen deskundigen alleen gewicht in de schaal leggen als zij steunen op medisch objectieve gegevens, niet uitsluitend op de anamnese of een door de betrokkene zelf ingevulde vragenlijst. Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente is afgewezen.
Vragen over deze uitspraak
Waarom krijgt appellante geen urenbeperking terwijl zij een pijnsyndroom heeft?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft navolgbaar uitgelegd dat er geen medische noodzaak is, omdat geen sprake is van een ernstige aandoening van energetische aard, een aandoening met een verlengde recuperatietijd of een situatie waarbij het preventieve aspect aan de orde is, en de beschikbaarheid niet in het geding is. De Raad volgt die toelichting.
Is het rapport van een door de werknemer ingeschakelde deskundige voldoende om meer beperkingen af te dwingen?
Nee, niet zonder medisch objectieve onderbouwing. De Raad oordeelt dat Niewold niet heeft toegelicht op basis van welke medisch objectieve gegevens meer beperkingen moeten worden aangenomen, en dat Huygen zijn conclusies baseerde op een door appellante zelf ingevulde zelfevaluatie zonder nadere onderbouwing.
Wat betekent het dat pijnklachten op zichzelf niet voldoende zijn voor meer beperkingen?
De rechter bevestigt dat het hebben van pijnklachten niet automatisch leidt tot zwaardere beperkingen in de FML. Daarvoor is een medisch objectiveerbare grondslag vereist die in dit geval niet is aangetoond.
Kan appellante nog een vergoeding krijgen voor haar proceskosten of het griffierecht?
Nee. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Uwv moet arbeidsongeschiktheid van appellante opnieuw beoordelen omdat deskundige psychiater concludeert dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft29 april 2026
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025


