Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Weigering WIA-uitkering blijft in stand: minder dan 35% arbeidsongeschikt na verkeersongeval

Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:804Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
10 juni 2026

In het kort

  • Appellant, voormalig gastheer voor 23,10 uur per week, ontvangt geen WIA-uitkering omdat hij per 4 november 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
  • De gewijzigde FML van 30 april 2024 bevat een urenbeperking van maximaal twintig uur per week en vier uur per dag op energetische gronden en vanwege een verstoo
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam extra beperkingen aan op intensief samenwerken, beroepsmatig vervoer en nekbelastende persoonlijke beschermingsmiddele
  • Een draaistoel geldt als een voorziening die in alle redelijkheid van een werkgever kan worden gevergd, waarmee een overschrijding op hoofdbewegingen is op te l
  • De ongedateerde fysiotherapeutbrief die na de zitting op 31 maart 2026 werd overgelegd, biedt onvoldoende grond om te twijfelen aan de medische beoordeling van

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant meldde zich op 6 november 2021 ziek na een verkeersongeval, met whiplashgerelateerde klachten. Hij werkte voor die tijd als gastheer bij een sportschool voor 23,10 uur per week. Na het doorlopen van de wachttijd weigerde het Uwv hem per 4 november 2023 een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. In hoger beroep stelde appellant dat het Uwv onvoldoende rekening had gehouden met zijn medische beperkingen en dat de geselecteerde functies niet passend waren.

De verzekeringsarts stelde beperkingen vast op stressbelasting, verhoogd persoonlijk risico door duizeligheidsklachten, fysiek zwaar werk en een urenbeperking van maximaal twintig uur per week en vier uur per dag op energetische gronden en vanwege een verstoorde nachtrust. De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam naar aanleiding van informatie van Mediant extra beperkingen aan op intensief samenwerken, beroepsmatig vervoer, nekbelastende persoonlijke beschermingsmiddelen en houdingsveranderingen. Deze beperkingen werden vastgelegd in de gewijzigde FML van 30 april 2024. Een verdere urenbeperking achtte de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet aangewezen.

De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was. De na de zitting overgelegde brief van de fysiotherapeut, ongedateerd, bevatte geen onderbouwing van de stelling dat appellant met rechts maximaal twaalf maal een handeling kan herhalen, en gaf ook anderszins geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de bevindingen van het Uwv.

Voor de arbeidskundige beoordeling bevestigde de Raad dat de geselecteerde functies passend zijn binnen de vastgestelde FML. Een mogelijke overschrijding op het aspect hoofdbewegingen is op te lossen met een draaistoel. De Raad verwees daarvoor naar vaste rechtspraak: bij een schatting mag ervan worden uitgegaan dat een werkgever voorzieningen treft die in redelijkheid van hem verwacht mogen worden, en een draaistoel is zo een voorziening. De overige arbeidskundige bezwaren van appellant kwamen erop neer dat hij meer medische beperkingen had dan aangenomen, wat de Raad al had verworpen.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Overijssel van 28 januari 2025 wordt bevestigd en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?

Deze uitspraak bevestigt dat bij de geschiktheidsbeoordeling van functies mag worden aangenomen dat een werkgever eenvoudige voorzieningen treft, zoals een draaistoel, als dat in redelijkheid van hem verwacht mag worden. Een dergelijke voorziening hoeft op de datum in geding nog niet aanwezig te zijn, als aannemelijk is dat ze kan worden verkregen.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De weigering van de WIA-uitkering per 4 november 2023 blijft in stand: appellant is minder dan 35% arbeidsongeschikt bevonden. Medische stukken die na de zitting worden overgelegd, worden door de Raad meegewogen, maar alleen als ze ook daadwerkelijk aanknopingspunten bieden voor twijfel aan de beoordeling van het Uwv; een ongedateerde en inhoudelijk onvoldoende onderbouwde brief volstaat daarvoor niet.

Vragen over deze uitspraak

Waarom krijgt appellant geen WIA-uitkering?

Appellant is minder dan 35% arbeidsongeschikt bevonden, wat de drempel is voor een WIA-uitkering op grond van artikel 5 van de Wet WIA. Het Uwv heeft dit vastgesteld op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, en zowel de rechtbank als de Raad hebben dit oordeel in stand gelaten.

Welke beperkingen zijn vastgelegd in de FML?

In de gewijzigde FML van 30 april 2024 zijn onder meer beperkingen opgenomen op stressbelasting, verhoogd persoonlijk risico door duizeligheidsklachten, fysiek zwaar werk, intensief samenwerken, beroepsmatig vervoer, nekbelastende persoonlijke beschermingsmiddelen en houdingsveranderingen. Daarnaast geldt een urenbeperking van maximaal twintig uur per week en vier uur per dag.

Mag een arbeidsdeskundige een overschrijding in een functie oplossen met een hulpmiddel zoals een draaistoel?

Ja, dat mag. Bij een schatting mag ervan worden uitgegaan dat een werkgever voorzieningen treft die in redelijkheid van hem verwacht mogen worden. Een draaistoel is volgens de Raad zo'n voorziening, ook als die op de datum in geding nog niet aanwezig is.

Weegt een brief van een fysiotherapeut mee als bewijs van extra beperkingen?

In dit geval niet. De overgelegde fysiotherapeutbrief was ongedateerd en bevatte geen onderbouwing van de gestelde beperking dat appellant met rechts maximaal twaalf maal een handeling kan herhalen. De Raad oordeelde dat de brief ontoereikend was om te twijfelen aan de bevindingen van het Uwv.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket