Centrale Raad van Beroep
Raad bevestigt weigering WIA-uitkering ondanks aanvullende beperkingen in FML na deskundigenonderzoek
Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Minder dan 35% arbeidsongeschikt. De Raad volgt het oordeel van de door haar ingeschakelde deskundige.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1494Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 1 oktober 2025
In het kort
- De Raad bevestigt de weigering van de WIA-uitkering per 30 september 2019 en per 26 november 2019 omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg
- Deskundige Greveling-Fockens nam aanvullende beperkingen aan voor persoonlijk risico, lopen, staan en trappenlopen, maar zag geen grond voor een urenbeperking.
- Een urenbeperking wegens dysthymie werd afgewezen omdat het onderzoek van partijdeskundige Wijers meer dan drie jaar na de data in geding plaatsvond en niet wer
- Het Uwv paste de FML aan op 17 juni 2024; de arbeidsdeskundige concludeerde dat de eerder geduide functies ook met de nieuwe FML passend bleven.
- Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van 6.367,30 euro vanwege toepassing van artikel 6:22 Awb.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante meldde zich op 2 oktober 2017 ziek als verkoopmedewerker met aangezichtspijn en kaakklachten. Het Uwv weigerde haar per 30 september 2019 en per 26 november 2019 een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank Amsterdam liet die weigeringen in stand. In hoger beroep benoemde de Raad een onafhankelijke deskundige, verzekeringsarts Greveling-Fockens.
De deskundige stelde vast dat de belastbaarheid op beide data in geding gelijk was en dat sprake was van een beperkte belastbaarheid als gevolg van atypische aangezichtspijn rechts en een carpaal tunnelsyndroom rechts. In aanvulling op de FML van 27 januari 2021 nam de deskundige beperkingen aan voor persoonlijk risico vanwege medicatiegebruik, lopen tijdens het werk, staan tijdens het werk en trappenlopen vanwege de chronische pijnklachten. Een urenbeperking werd niet aangenomen: het onderzoek van partijdeskundige Wijers naar dysthymie dateerde van meer dan drie jaar na de data in geding en werd niet bevestigd door de behandelend sector. Appellante had bovendien tijdens het spreekuur zelf aangegeven geen psychische klachten te hebben.
Het Uwv paste de FML aan conform het deskundigenoordeel (FML van 17 juni 2024). Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerde dat de eerder geselecteerde functies ook met de aangevulde FML passend bleven, zodat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd minder dan 35% bedroeg.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige. Het aanvullend rapport van opvolgend deskundige Wolff-Van der Ven, die zich aansloot bij de conclusies van Greveling-Fockens, gaf eveneens blijk van een zorgvuldig onderzoek. Het verzoek van appellante om een psychiater als deskundige te benoemen wees de Raad af omdat geen twijfel bestond over de medische beoordeling. De Raad passeerde een schending van de motiveringsplicht (artikel 7:12, eerste lid, Awb) met toepassing van artikel 6:22 Awb, omdat de afdoende motivering pas in hoger beroep werd gegeven maar appellante daardoor niet was benadeeld. Het hoger beroep slaagt niet. Vanwege de toepassing van artikel 6:22 Awb veroordeelde de Raad het Uwv wel in de proceskosten van appellante tot een bedrag van 6.367,30 euro.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Raad bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering per 30 september 2019 en per 26 november 2019. Hoewel de deskundige aanvullende beperkingen vaststelde ten opzichte van de oorspronkelijke FML, bleven de eerder geduide functies passend en bleef de mate van arbeidsongeschiktheid onder de 35%-grens. Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werd afgewezen. Het Uwv moet wel de proceskosten van appellante vergoeden tot een bedrag van 6.367,30 euro en het griffierecht van 136 euro.
Vragen over deze uitspraak
Waarom kreeg appellante geen urenbeperking ondanks vermoeidheidsklachten door chronische pijn?
De deskundige zag geen aanleiding voor een urenbeperking omdat een stoornis in de energiehuishouding niet meteen leidt tot een beperkte duurbelastbaarheid in algemene zin. De verminderde energetische belastbaarheid was al verwerkt in de beperkingen van de fysieke belastbaarheid, en het af en toe in slaap vallen staat niet gelijk aan extra recuperatiebehoefte.
Waarom werd dysthymie niet meegenomen in de beoordeling?
Het onderzoek van partijdeskundige Wijers dateerde van meer dan drie jaar na de data in geding en werd niet bevestigd door de behandelend sector. Appellante gaf bovendien tijdens het spreekuur aan geen psychische klachten te hebben en dat haar stemming neutraal was.
Wat veranderde er in de FML na het deskundigenonderzoek in hoger beroep?
De deskundige nam aanvullende beperkingen aan voor persoonlijk risico vanwege medicatiegebruik en voor lopen tijdens het werk, staan tijdens het werk en trappenlopen vanwege chronische pijnklachten. Het Uwv verwerkte deze beperkingen in een aangepaste FML van 17 juni 2024.
Moet het Uwv de proceskosten betalen als het hoger beroep wordt afgewezen?
In dit geval wel, omdat de Raad een schending van artikel 7:12, eerste lid, Awb constateerde doordat pas in hoger beroep een afdoende motivering werd gegeven. Die schending werd gepasseerd met artikel 6:22 Awb, maar gaf wel aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van 6.367,30 euro.
Verwante uitspraken
- Appellante krijgt per 16 maart 2020 terecht een WGA-uitkering en geen IVA-uitkering, ondanks aanvullende beperkingen in de FML na deskundigenonderzoek5 maart 2026
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Uwv moet arbeidsongeschiktheid van appellante opnieuw beoordelen omdat deskundige psychiater concludeert dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft29 april 2026


