Centrale Raad van Beroep
Raad volgt onafhankelijk deskundige en bevestigt weigering WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:57Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 14 januari 2026
In het kort
- Het Uwv stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 28,39%, ruim onder de drempel van 35%, en weigerde de WIA-uitkering per 15 juni 2021.
- De onafhankelijk deskundige drs. Vervoort concludeerde op 13 mei 2025 dat er geen medische grond is voor aanpassing van de FML van 9 december 2021.
- Van Amelsfoort stelde een urenbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week voor, maar de deskundige vond daarvoor geen steun in de objectieve medische gegeven
- De Raad volgt de onafhankelijk deskundige omdat het rapport zorgvuldig, inzichtelijk en concludent is en de reactie van Van Amelsfoort geen nieuwe argumenten be
- De geselecteerde functies worden, uitgaande van de FML van 9 december 2021, in medisch opzicht geschikt geacht voor appellant.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant, werkzaam geweest als halmedewerker voor 40 uur per week, meldde zich op 18 juni 2019 ziek met pijnklachten aan zijn linkerheup. Het Uwv stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 28,39% en weigerde een WIA-uitkering, omdat de drempel van 35% niet werd gehaald. Appellant bestreed dit en stelde dat zijn pijn- en vermoeidheidsklachten aan schouder, rechterbeen, onderrug en heup een verdergaande urenbeperking rechtvaardigen.
De door appellant ingeschakelde verzekeringsarts Van Amelsfoort stelde een eigen FML op met aanvullende beperkingen en een urenbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week. Op basis van die FML concludeerde arbeidsdeskundige Overduin dat geen van de geselecteerde functies geschikt zijn voor appellant. Het Uwv bleef bij zijn standpunt.
Vanwege het verschil in medisch inzicht benoemde de Raad drs. M. Vervoort, verzekeringsarts, als onafhankelijk deskundige. Vervoort bracht op 13 mei 2025 rapport uit en concludeerde dat er geen medische grond is voor aanpassing van de FML van 9 december 2021. De objectief vastgestelde bevindingen, waaronder radiologische afwijkingen, beenlengteverschil, scoliose en pijn bij provocatie, worden volgens de deskundige voldoende weergegeven in de FML van het Uwv. Van Amelsfoort leek bij zijn verdergaande beperkingen te zijn uitgegaan van anamnestisch gestelde belemmeringen, zonder voldoende steun in de objectieve medische gegevens.
Voor de rechterschouder constateerde de deskundige een inconsistent en weinig verifieerbaar klachtenbeeld zonder medische documentatie. De rugklachten werden geduid als secundair aan de heupproblematiek en als houdingsafhankelijke spiergerelateerde problemen waarvoor geen absolute beperkingen gelden. Het gehoorverlies had geen functionele consequenties. Voor een urenbeperking bestond geen medische grond; het wegnemen van onregelmatige diensten en nachtdiensten werd voldoende geacht.
De Raad volgde de deskundige, omdat het rapport blijk geeft van een zorgvuldig onderzoek en inzichtelijk en concludent is. De aanvullende reactie van Van Amelsfoort bevatte geen nieuwe medische informatie of argumenten die niet al waren meegewogen. Uitgaande van de juistheid van de FML van 9 december 2021 zijn de geselecteerde functies in medisch opzicht geschikt. Het hoger beroep slaagt niet en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De weigering van de WIA-uitkering per 15 juni 2021 blijft in stand, omdat de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 28,39% en daarmee onder de drempel van 35% blijft. De onafhankelijk deskundige heeft de FML van 9 december 2021 bevestigd, inclusief de beperkingen voor nacht- en avonddiensten en de fysieke beperkingen, maar zonder urenbeperking. Het inbrengen van een eigen verzekeringsarts leidde niet tot een ander resultaat, omdat de Raad de argumenten van die arts niet overtuigender achtte dan de conclusie van de door hem benoemde deskundige.
Vragen over deze uitspraak
Waarom krijgt appellant geen WIA-uitkering?
De vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 28,39% blijft onder de wettelijke drempel van 35%. De onafhankelijk deskundige bevestigde dat de FML de klachten van appellant voldoende weergeeft en dat geen verdergaande beperkingen of urenbeperking medisch zijn onderbouwd.
Hoe zwaar weegt het rapport van de eigen verzekeringsarts van appellant?
De Raad volgde het rapport van Van Amelsfoort niet, omdat hij volgens de deskundige te veel uitging van anamnestisch gestelde belemmeringen en onvoldoende steun vond in de objectieve medische gegevens. De aanvullende reactie van Van Amelsfoort bevatte bovendien geen nieuwe informatie of argumenten die de deskundige niet al had meegewogen.
Wanneer wijkt de Raad af van het oordeel van een door hem benoemde deskundige?
Als uitgangspunt geldt dat de Raad het oordeel van een onafhankelijk deskundige volgt als de motivering hem overtuigend voorkomt, tenzij bijzondere omstandigheden afwijking rechtvaardigen. In deze zaak zag de Raad geen reden voor een uitzondering.
Was er een urenbeperking vastgesteld in de FML?
Nee. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de eerder vastgestelde urenbeperking van 8 uur per dag en 40 uur per week in de gewijzigde FML van 9 december 2021 verwijderd. De onafhankelijk deskundige bevestigde dat er ook op preventieve basis geen medische reden is voor een urenbeperking.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid15 juli 2026
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025


