Centrale Raad van Beroep
Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is
Weigering WIA-uitkering. De Raad volgt het standpunt appellante niet dat zij meer (medische) beperkingen heeft dan het Uwv heeft aangenomen en komt tot het…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:489Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 22 april 2026
In het kort
- Appellante werkte als orderpicker 38,70 uur per week en meldde zich op 10 juni 2020 ziek met rugklachten en knieklachten.
- Het Uwv weigerde per 8 juni 2022 een WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde bij appellante een chronisch pijnsyndroom vast en nam in bezwaar een extra beperking op wegens astma.
- De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat raadpleging van de behandelend sector niet aangewezen was.
- De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 april 2025; de WIA-weigering blijft in stand.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, die als orderpicker werkte voor 38,70 uur per week, meldde zich op 10 juni 2020 ziek met rugklachten en knieklachten. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek weigerde het Uwv haar per 8 juni 2022 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante stelde dat het Uwv haar pijnklachten onvoldoende had onderzocht, dat geen informatie was ingewonnen bij de behandelend sector, en dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hadden gehouden met haar mentale klachten.
Bij het bestreden besluit van 23 mei 2024 handhaafde het Uwv de weigering. Hieraan lagen een nieuwe FML van 7 mei 2024 en rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde vast dat bij appellante sprake is van een chronisch pijnsyndroom met pijnklachten aan de rechterkant van het lichaam. Voor pijnklachten in het hoofd, handen, benen en op cardiologisch gebied ontbreekt een duidelijke medische verklaring. In bezwaar werd een extra beperking opgenomen voor langdurige blootstelling aan ongunstige omgevingseisen wegens astma, en werd de arm-, rug- en beenbelasting bijgesteld op basis van specialistische informatie.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond. De Raad bevestigt die uitspraak. Het medisch onderzoek was zorgvuldig: de verzekeringsarts bezwaar en beroep deed dossieronderzoek, zag appellante op het spreekuur en voerde een lichamelijk en psychisch onderzoek uit. Raadpleging van de behandelend sector was niet aangewezen, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep beschikte over de door appellante overgelegde gegevens van de behandelende sector.
Het standpunt dat de verzekeringsartsen onvoldoende rekening hielden met mentale klachten volgt de Raad niet, omdat appellante voor die klachten op de datum in geding niet onder behandeling stond en zij de onjuistheid van de beperkingsinschatting ook in hoger beroep niet met objectief medische gegevens heeft onderbouwd. In hoger beroep zijn geen arbeidskundige gronden aangevoerd; de geduide functies worden in medisch opzicht passend geacht.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De WIA-uitkering wordt niet toegekend omdat de Raad de arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% stelt. Het niet overleggen van objectief medische gegevens die de inschatting van de verzekeringsarts bezwaar en beroep weerspreken, bleek bepalend: de Raad oordeelt dat appellante de onjuistheid van het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook in hoger beroep niet met objectief medische gegevens heeft onderbouwd. Voor mentale klachten geldt dat het ontbreken van een behandelrelatie op de datum in geding een rol speelde in het oordeel dat daarvoor geen verdergaande beperkingen hoefden te worden aangenomen.
Vragen over deze uitspraak
Waarom werd geen informatie opgevraagd bij de behandelend sector?
Raadpleging was niet aangewezen omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep al beschikte over de door appellante overgelegde gegevens van de behandelende sector. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek daarmee zorgvuldig is geweest en dat geen aanwijzingen bestaan dat medische informatie ontbreekt.
Waarom werden de mentale klachten van appellante niet meegenomen in de beperkingen?
Appellante stond voor haar mentale klachten op de datum in geding niet onder behandeling. Bovendien heeft zij de onjuistheid van de inschatting van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook in hoger beroep niet met objectief medische gegevens onderbouwd.
Wat veranderde er in de FML ten opzichte van het primaire besluit?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam een extra beperking op voor langdurige blootstelling aan ongunstige omgevingseisen wegens de astma van appellante. Daarnaast werden de arm-, rug- en beenbelasting bijgesteld op grond van specialistische informatie die in bezwaar beschikbaar was.
Zijn de geduide functies nog ter discussie gesteld in hoger beroep?
Nee, in hoger beroep zijn geen arbeidskundige gronden aangevoerd. De Raad oordeelt dat wat appellante heeft aangevoerd geen aanleiding geeft voor het oordeel dat de geselecteerde functies in medisch opzicht niet geschikt zijn voor haar.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat toegenomen beperkingen voortkomen uit deconditionering en niet uit verslechtering van het onderliggende ziektebeeld14 juli 2026


