Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat toegenomen beperkingen voortkomen uit deconditionering en niet uit verslechtering van het onderliggende ziektebeeld

Weigering WIA-uitkering toe te kennen. Geen toegenomen klachten uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na beëindiging van de WIA-uitkering.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:962Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
14 juli 2026

In het kort

  • De WIA-uitkering van appellante was per 30 januari 2017 beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was; zij meldde zich opnieuw op 27 maart 2021 met t
  • Reumatoloog Van Laar concludeerde dat de subjectief ervaren achteruitgang niet te verklaren is door progressie van het hypermobiliteitssyndroom, maar door decon
  • Verzekeringsarts Vervoort stelde dat de toegenomen beperkingen op deconditionering berusten die pas maanden na de val tot uiting kwamen, zodat er per datum in g
  • Aanvullend werd een beperking voor schroefbewegingen met rechterhand en arm opgenomen vanwege regelmatige luxatie van de rechterschouder; de arbeidsdeskundige s
  • Het besluit was aanvankelijk in strijd met artikel 7:12 Awb wegens ondeugdelijke motivering, maar dit gebrek is gepasseerd op grond van artikel 6:22 Awb; het Uw

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante werkte als medewerker bediening voor 29,71 uur per week en meldde zich in 2012 ziek met lichamelijke klachten in verband met zwangerschap. Zij ontving een WGA-uitkering die per 30 januari 2017 werd beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Op 27 maart 2021 meldde appellante zich opnieuw bij het Uwv met toegenomen klachten met ingang van 6 maart 2020, na een val op haar stuitje. Het Uwv weigerde een WIA-uitkering omdat de beperkingen niet waren toegenomen binnen vijf jaar na beëindiging, zoals vereist op grond van artikel 57, eerste lid, onderdeel b, onder 1°, van de Wet WIA. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep voerde appellante aan dat de verzekeringsartsen onvoldoende kennis hebben van het Ehlers Danlos syndroom en dat haar belastbaarheid onjuist is ingeschat.

De Raad benoemde reumatoloog Van Laar als onafhankelijk deskundige. Van Laar stelde vast dat de subjectief ervaren toename van klachten en beperkingen tussen 2017 en 2020 niet te verklaren is door progressie van het hypermobiliteitssyndroom in sensu strictu, maar door een negatieve spiraal na de val, gevolgd door gewichtstoename en deconditionering. Van Laar achtte zich als reumatoloog onvoldoende bekwaam om de FML inhoudelijk te beoordelen, maar kon zich niet aan de indruk onttrekken dat de ernst van het hypermobiliteitssyndroom was onderschat.

Omdat Van Laar geen uitspraak deed over een urenbeperking, benoemde de Raad aanvullend verzekeringsarts Vervoort als onafhankelijk deskundige. Vervoort concludeerde dat de FML al vergaande beperkingen op dynamische en statische handelingen bevat en dat aanvullend een beperking voor schroefbewegingen gerechtvaardigd is vanwege regelmatige luxatie van de rechterschouder. De toegenomen ervaren beperkingen berusten volgens Vervoort op deconditionering die pas maanden na de val tot uiting is gekomen, zodat er per datum in geding geen medische grond bestaat voor een urenbeperking.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam de beperking op schroefbewegingen over. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep selecteerde op 19 januari 2026 nieuwe functies. De Raad volgde de deskundigenrapporten, die overtuigend, inzichtelijk en consistent gemotiveerd werden bevonden. Het hoger beroep slaagt niet. Omdat de afdoende motivering pas in hoger beroep werd gegeven, is het besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, maar dit gebrek wordt gepasseerd op grond van artikel 6:22 van de Awb. Het Uwv moet het griffierecht van in totaal 185 euro vergoeden.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Raad oordeelde dat de weigering van een WIA-uitkering in stand blijft, ook al was het oorspronkelijke besluit niet deugdelijk gemotiveerd. De toegenomen beperkingen die appellante ervaart, komen volgens de onafhankelijke deskundigen voort uit deconditionering na de val en niet uit een medisch objectiveerbare verslechtering van het hypermobiliteitssyndroom per 6 maart 2020. Aanvullend is wel een beperking voor schroefbewegingen met rechterhand en arm in de FML opgenomen, en zijn nieuwe functies geselecteerd. Het Uwv moet het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal 185 euro vergoeden.

Vragen over deze uitspraak

Waarom kreeg appellante geen WIA-uitkering na haar val in 2020?

De toegenomen beperkingen zijn niet het gevolg van verslechtering van het onderliggende ziektebeeld, maar van deconditionering die pas maanden na de val tot uiting kwam. Omdat dit geen medisch objectiveerbare verslechtering per datum in geding oplevert, bestaat er geen grond voor herleving van het recht op een WGA-uitkering op grond van artikel 57, eerste lid, onderdeel b, van de Wet WIA.

Wat heeft de onafhankelijke reumatoloog gezegd over de belastbaarheid van appellante?

Van Laar kon zich als reumatoloog niet aan de indruk onttrekken dat de ernst van het hypermobiliteitssyndroom was onderschat, maar achtte zich onvoldoende competent om de FML te beoordelen of een urenbeperking te duiden. Hij stelde dat de subjectief ervaren achteruitgang niet door progressie van het hypermobiliteitssyndroom wordt verklaard, maar door deconditionering en gewichtstoename na de val.

Waarom is het besluit van het Uwv toch in stand gebleven ondanks de motiveringsgebreken?

De afdoende medische en arbeidskundige onderbouwing werd pas in hoger beroep gegeven, zodat het besluit in strijd was met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. De Raad passeerde dit gebrek op grond van artikel 6:22 van de Awb omdat aannemelijk is dat appellante door de aanvulling van de motivering niet is benadeeld.

Is er een urenbeperking opgenomen in de FML van appellante?

Nee, Vervoort concludeerde dat er per datum in geding geen medische grond bestaat om een urenbeperking toe te kennen. De deconditionering die de toegenomen beperkingen veroorzaakte, is pas na langere tijd van inactiviteit ontstaan en kon niet per datum in geding worden verondersteld.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket