Centrale Raad van Beroep
Uwv hoeft geen WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML en functieduiding standhouden
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1467Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 1 oktober 2025
In het kort
- Appellante meldde zich op 31 maart 2020 ziek als productiemedewerker slachterij en het Uwv stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 11,12%.
- Het Uwv weigerde per 29 maart 2022 een WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
- De FML dateert van 27 juni 2023 en is vastgesteld door de verzekeringsarts bezwaar en beroep na heroverweging in bezwaar.
- Huisartsenbrieven en medische informatie van neurochirurg en neuroloog uit 2021 geven geen aanleiding de belastbaarheid per 29 maart 2022 te wijzigen, omdat er
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt op 1 oktober 2025 de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 oktober 2024.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante werkte als productiemedewerker slachterij voor gemiddeld 37,5 uur per week. Op 31 maart 2020 meldde zij zich ziek met rugklachten en uitstralingspijn in benen, voeten, armen en handen. Het Uwv stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 11,12% en weigerde per 29 maart 2022 een WIA-uitkering toe te kennen. In bezwaar bleef dit besluit in stand op basis van een aangepaste FML van 27 juni 2023 en een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 30 juni 2023. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft en volledig arbeidsongeschikt is. Zij voerde aan dat haar psychische en lichamelijke beperkingen onvoldoende zorgvuldig in kaart zijn gebracht, onder meer vanwege ernstige slaapproblemen, een zware depressie, chronische pijn en sufmakende medicatie. Ter onderbouwing verwees zij naar een huisartsenbericht van 15 september 2023 en medische informatie van een neurochirurg en neuroloog uit 2021.
De Raad oordeelt dat de gronden in hoger beroep in essentie een herhaling zijn van wat in beroep naar voren is gebracht, en onderschrijft het oordeel en de overwegingen van de rechtbank. De huisartsenbriefvan 15 september 2023 leidt niet tot twijfel aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, omdat die informatie niet is toegespitst op de datum in geding van 29 maart 2022.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep reageerde in een rapport van 22 juli 2025 op de informatie van de neurochirurg en neuroloog uit 2021. Daaruit bleek dat er geen anatomisch substraat voor de geuite klachten werd gevonden en dat appellante in augustus 2021 door de neurochirurg werd terugverwezen naar de huisarts. De Raad oordeelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep hiermee toereikend heeft gemotiveerd dat deze informatie geen reden geeft tot wijziging van de vastgestelde belastbaarheid per datum in geding.
Uitgaande van de juistheid van de beperkingen in de FML van 27 juni 2023 oordeelt de Raad dat de rechtbank terecht heeft vastgesteld dat de geselecteerde functies voor appellante geschikt zijn. Het hoger beroep slaagt niet en de weigering van de WIA-uitkering per 29 maart 2022 blijft in stand.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De WIA-uitkering per 29 maart 2022 wordt geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 11,12%, ruim onder de drempel van 35%. Medische informatie die appellante inbracht, waaronder een huisartsbrief en rapporten van neurochirurg en neuroloog, heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht omdat die informatie niet specifiek zag op de peildatum of geen anatomisch substraat voor de klachten aantoonde. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Vragen over deze uitspraak
Waarom telt de huisartsbrief van 15 september 2023 niet mee voor de beoordeling?
De brief is niet toegespitst op de datum in geding van 29 maart 2022 en leidt daarom niet tot twijfel aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Raad benadrukt dat medische informatie betrekking moet hebben op de peildatum om mee te kunnen wegen.
Waarom verandert een later WIA-besluit over dezelfde persoon niets aan deze beoordeling?
Het latere besluit heeft een peildatum van 22 december 2023, die anderhalf jaar na de peildatum in deze procedure ligt. Omdat een verslechtering van de psychische gezondheid is vastgesteld tussen die twee peildata, vormt dat besluit geen grond voor een nieuw onderzoek naar de beperkingen per 29 maart 2022.
Wat was het oordeel over de geselecteerde functies?
Uitgaande van de juistheid van de beperkingen in de FML van 27 juni 2023 zijn de geselecteerde functies voor appellante geschikt. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank op dit punt zonder nadere motivering toe te voegen.
Wat betekende het ontbreken van een anatomisch substraat voor de uitkomst?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde in het rapport van 22 juli 2025 dat uit de informatie van de neurochirurg en neuroloog bleek dat er geen anatomisch substraat voor de geuite klachten werd gevonden. Dit was voor de Raad voldoende onderbouwing dat de eerder vastgestelde belastbaarheid per datum in geding niet hoefde te worden gewijzigd.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026


