Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

WIA-uitkering terecht geweigerd omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is

Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1874Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
18 december 2025

In het kort

  • Appellante werkte 29 uur per week als afwasser en meldde zich op 3 september 2020 ziek.
  • De verzekeringsarts legde de beperkingen vast in een FML van 30 maart 2023 en achtte een urenbeperking niet geïndiceerd.
  • De arbeidsdeskundige berekende de mate van arbeidsongeschiktheid op 0%, waarmee de WIA-drempel van 35% niet wordt gehaald.
  • Informatie van de orthopeed van 19 december 2023 dateert van na de datum in geding van 1 september 2022 en gaf geen aanleiding voor wijziging van de beperkingen
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 18 februari 2025 en wijst het hoger beroep af.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante, die werkzaam was als afwasser voor 29 uur per week, meldde zich op 3 september 2020 ziek. Na het doorlopen van de wachttijd vroeg zij een WIA-uitkering aan. Het Uwv weigerde die uitkering per 1 september 2022 omdat de mate van arbeidsongeschiktheid op 0% werd berekend, en daarmee minder dan 35% bedraagt.

De verzekeringsarts stelde in zijn rapport van 30 maart 2023 vast dat de klachten van appellante plausibel en consistent zijn met zijn bevindingen, maar dat geen sprake is van Geen Benutbare Mogelijkheden. De beperkingen zijn vastgelegd in een FML van 30 maart 2023. Een urenbeperking werd niet geïndiceerd geacht, omdat appellante niet voldoet aan de criteria van de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid en de energetische beperkingen zijn verdisconteerd in de andere rubrieken van de FML. Informatie van de orthopeed van 19 december 2023 dateert van ver na de datum in geding en gaf ook op inhoudelijke gronden geen aanleiding voor wijziging van de beperkingen.

De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante niet geschikt is voor haar eigen werk als afwasser, selecteerde vijf functies en berekende op basis van de drie functies met de hoogste lonen de arbeidsongeschiktheid op 0%. Bezwaar en beroep bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant liepen zonder resultaat voor appellante af.

De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest, dat de FML rekening houdt met het geobjectiveerde deel van de klachten, en dat appellante geen medische gegevens heeft overgelegd die aanknopingspunten bieden om aan de vastgestelde belastbaarheid te twijfelen. Ten aanzien van de functieduiding stelde de rechtbank vast dat bij alle geselecteerde functies enkel bij de werktijden een signalering is opgenomen, maar dat de werktijden binnen de in de FML opgenomen marge vallen, en dat geen van de functies een signalering kent voor het relevante persoonlijk risico.

In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere gronden. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen volledig. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De WIA-uitkering is terecht geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheid op 0% is berekend en daarmee onder de drempel van 35% blijft. Het enkele feit dat een werknemer zich niet in staat acht te werken, is volgens de Raad onvoldoende als de verzekeringsartsen de beperkingen zorgvuldig hebben vastgesteld en de werknemer geen medische gegevens overlegt die aanknopingspunten bieden om aan de vastgestelde belastbaarheid te twijfelen. Medische informatie die dateert van na de datum in geding wordt bij de beoordeling van die datum niet betrokken.

Vragen over deze uitspraak

Waarom krijgt appellante geen WIA-uitkering?

De arbeidsdeskundige heeft de mate van arbeidsongeschiktheid berekend op 0%, en daarmee minder dan de vereiste 35%. Het Uwv heeft op basis daarvan de uitkering per 1 september 2022 geweigerd.

Waarom is er geen urenbeperking opgenomen in de FML?

Appellante voldoet niet aan de criteria van de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft vastgesteld dat de energetische beperkingen zijn verdisconteerd in de andere rubrieken van de FML.

Telt de informatie van de orthopeed mee bij de beoordeling?

Nee, die informatie telt niet mee. De orthopeed leverde zijn informatie op 19 december 2023, wat ver na de datum in geding van 1 september 2022 is; bovendien gaf die informatie ook op inhoudelijke gronden geen aanleiding voor wijziging van de beperkingen.

Zijn de geselecteerde functies passend voor appellante?

Ja, de rechtbank heeft vastgesteld dat bij alle geselecteerde functies enkel bij de werktijden een signalering is opgenomen, maar dat de werktijden vallen binnen de in de FML opgenomen marge, en dat geen van de functies een signalering kent voor het relevante persoonlijk risico bij appellante.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket