Centrale Raad van Beroep
Uwv terecht geen WIA-uitkering toegekend omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is
Weigering toekenning WIA-uitkering terecht. Geen twijfel dat geselecteerde functies in medisch opzicht geschikt zijn.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:496Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 23 april 2026
In het kort
- Appellante werkte als apothekersassistente voor 39,77 uur per week en meldde zich op 12 februari 2021 ziek met een gebroken pols, psychische klachten en stressi
- Het Uwv weigerde per 10 februari 2023 een WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
- De Raad oordeelt dat geen beperking op FML-item 3.8 nodig is omdat stressincontinentie optreedt bij drukverhoging en gebruik van incontinentiemateriaal volstaat
- Een urenbeperking is niet geïndiceerd: er is sprake van een matig-ernstige depressie en het dagverhaal toont geen slaapbehoefte overdag.
- Beperkingen op aandacht en concentratie (items verdelen en vasthouden) zijn alleen aan de orde bij een ernstige stoornis; daarvan is bij appellante geen sprake.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante werkte als apothekersassistente voor gemiddeld 39,77 uur per week en meldde zich op 12 februari 2021 ziek met een gebroken pols. Zij heeft daarnaast psychische klachten en stressincontinentie. Het Uwv weigerde per 10 februari 2023 een WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. In bezwaar, beroep en hoger beroep betwistte appellante de vastgestelde beperkingen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege stressincontinentie beperkt had moeten worden op item 3.8 (overige beperkingen van de fysieke aanpassingsmogelijkheden), dat haar beperkingen op aandacht en concentratie waren onderschat, dat ten onrechte geen beperkingen waren aangenomen op de FML-items 2.6 en 2.7 (emotionele problemen van anderen hanteren en eigen gevoelens uiten), en dat een urenbeperking op energetische gronden geïndiceerd was vanwege verhoogde recuperatiebehoefte en slaperigheid door medicatie.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd waarom geen beperking op item 3.8 nodig is: stressincontinentie treedt op bij intra-abdominale drukverhoging zoals hoesten of niezen, en appellante kan incontinentiemateriaal gebruiken zonder dat directe wisseling noodzakelijk is. Ten aanzien van de urenbeperking overwoog de Raad dat sprake is van een matig-ernstige depressie en dat uit het dagverhaal geen slaapbehoefte overdag blijkt. Beperkingen voor concentratie en aandacht zijn volgens de Basisinformatie Claim Beoordelings- en Borgingssysteem alleen aan de orde bij mensen met een ernstige stoornis, waarvan hier geen sprake is; tijdens de spreekuuronderzoeken zijn ook geen concentratieproblemen vastgesteld. De beperking op beroepsmatig een voertuig besturen vloeit voort uit medicatiegebruik dat het reactievermogen kan beïnvloeden, maar dit impliceert geen bredere concentratiebeperking.
Over de items 2.6 en 2.7 verduidelijkte de verzekeringsarts bezwaar en beroep in een rapport van 6 februari 2026 dat het volgen van groepstherapie niet doorslaggevend of van belang is voor de afweging, maar dat een depressieve stoornis op zich geen aanleiding is voor beperkingen op deze items. De Raad zag geen reden dit standpunt voor onjuist te houden. Appellante onderbouwde haar stellingen niet met medische stukken. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 maart 2025 en de weigering van de WIA-uitkering bleef in stand.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De weigering van de WIA-uitkering per 10 februari 2023 blijft in stand: de Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep ongegrond verklaard. De Raad bevestigde dat de vastgestelde FML, zonder beperking op item 3.8 en zonder urenbeperking, voldoende is gemotiveerd. Omdat het hoger beroep niet slaagt, worden de proceskosten en het griffierecht niet vergoed.
Vragen over deze uitspraak
Waarom kreeg appellante geen urenbeperking terwijl zij medicatie gebruikt die slaperigheid veroorzaakt?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep zag geen reden voor een urenbeperking omdat sprake is van een matig-ernstige depressie en uit het dagverhaal niet blijkt van een slaapbehoefte overdag. De Raad vond geen aanknopingspunten om deze motivering in twijfel te trekken.
Wanneer moet een verzekeringsarts een beperking op aandacht en concentratie aannemen?
Volgens de Basisinformatie Claim Beoordelings- en Borgingssysteem is een beperking in het vasthouden van de aandacht, het verdelen van de aandacht en herinneren alleen aan de orde bij mensen met een ernstige (psychische) stoornis. Bij appellante was van een dergelijke ernstige stoornis geen sprake en tijdens de spreekuuronderzoeken zijn geen concentratieproblemen vastgesteld.
Telt het volgen van groepstherapie mee bij de beoordeling van beperkingen op emotioneel functioneren?
Nee. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 6 februari 2026 verduidelijkt dat het volgen van groepstherapie niet doorslaggevend of van belang is voor de afweging op items 2.6 en 2.7. Een depressieve stoornis op zich geeft ook geen aanleiding voor beperkingen op deze items.
Waarom werd geen beperking aangenomen voor frequent toiletbezoek vanwege stressincontinentie?
Stressincontinentie treedt op bij intra-abdominale drukverhoging zoals hoesten of niezen. Appellante kan gebruik maken van incontinentiemateriaal en er is daarom geen noodzaak om dat kort na het optreden van stressincontinentie te wisselen, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026


