Centrale Raad van Beroep
WIA-uitkering terecht geweigerd: arbeidsongeschiktheid van metaalzetter vastgesteld op 19,62 procent, onder de drempel van 35 procent
Weigering WIA-uitkering toe te kennen terecht. Minder dan 35% arbeidsongeschikt.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1475Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 2 oktober 2025
In het kort
- Het Uwv weigerde appellant per 19 april 2019 een WIA-uitkering; de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 19,62 procent, ruim onder de drempel van 35 procent
- Deskundige verzekeringsarts Van der Planken achtte zwaardere fysieke beperkingen van toepassing dan het Uwv, maar zag geen aanleiding voor een urenbeperking.
- Het gebruik van krukken is niet als beperking in de FML opgenomen, omdat krukken niet bij alle handelingen van meerwaarde zijn.
- De drie geduide functies, waaronder productiemedewerker textiel geen kleding (SBC-code 272043) en wikkelaar (SBC-code 267053), zijn passend bevonden.
- De redelijke termijn is met twee jaar en vier maanden overschreden; de totale schadevergoeding bedraagt 2.500 euro.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant werkte als metaalzetter voor 39,85 uur per week en viel op 8 juli 2016 uit na een heftruckongeluk met letsel aan zijn linkervoet. Het Uwv weigerde hem per 19 april 2019 een WIA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid onder de 35 procent bleef. In bezwaar paste de verzekeringsarts bezwaar en beroep de FML aan vanwege verdergaande mobiliteitsbeperkingen; de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 19,62 procent op basis van drie resterende functies.
In beroep benoemde de rechtbank verzekeringsarts Van der Planken als deskundige. Hij achtte zwaardere fysieke beperkingen van toepassing dan het Uwv, maar zag geen aanleiding voor een urenbeperking. Wel beperkte hij appellant voor avond- en nachtwerk wegens slaapproblemen. Het Uwv paste de FML aan conform het deskundigenadvies, met uitzondering van het item knielen of hurken (4.22). De rechtbank liet de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.
In hoger beroep stelde appellant dat in de functies van productiemedewerker textiel, geen kleding (SBC-code 272043) en wikkelaar (SBC-code 267053) overschrijdingen plaatsvonden, onder meer omdat geen rekening was gehouden met het gebruik van krukken. De Raad benoemde Van der Planken opnieuw als deskundige. Deze legde uit dat krukken niet bij alle handelingen van meerwaarde zijn en dat appellant de belastende handelingen in de geduide functies kan uitvoeren met steun op het gezonde rechterbeen met een lichte bijdrage van de linkervoet.
De Raad volgt het deskundigenoordeel. Er is geen aanleiding voor een urenbeperking zolang appellant binnen de gestelde fysieke beperkingen blijft. De drie geduide functies zijn voldoende passend gemotiveerd. Het hoger beroep slaagt niet.
De procedure duurde vanaf het bezwaarschrift op 3 juni 2019 tot de uitspraak op 2 oktober 2025 zes jaar en bijna vier maanden, waarmee de redelijke termijn met twee jaar en vier maanden is overschreden. De totale schadevergoeding bedraagt 2.500 euro, waarvan 89,29 euro voor rekening van het Uwv en 2.410,71 euro voor rekening van de Staat.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Raad bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat zijn arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 19,62 procent en daarmee onder de wettelijke drempel van 35 procent blijft. De Raad kent appellant wel een schadevergoeding toe van in totaal 2.500 euro wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan 89,29 euro door het Uwv wordt betaald en 2.410,71 euro door de Staat. Daarnaast vergoedt het Uwv de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van 3.095,74 euro en het griffierecht van 136 euro.
Vragen over deze uitspraak
Waarom is het gebruik van krukken niet in de FML opgenomen?
De deskundige heeft krukken niet opgenomen omdat ze niet bij alle handelingen van meerwaarde zijn. Hij ging er wel van uit dat appellant met krukken meer actieradius heeft voor staan en lopen, maar achtte opname bij die items niet noodzakelijk.
Waarom krijgt appellant geen urenbeperking, ook al heeft hij slaapproblemen?
De deskundige stelde dat appellant overdag feitelijk niet recupereert, zodat een urenbeperking niet nodig is. Wel is een beperking aangenomen voor avond- en nachtwerk vanwege de slaapproblemen, mits appellant binnen de gestelde fysieke beperkingen blijft.
Hoe hoog is de schadevergoeding voor overschrijding van de redelijke termijn en wie betaalt die?
De totale vergoeding bedraagt 2.500 euro. Het Uwv betaalt 89,29 euro (1/28e deel) en de Staat betaalt 2.410,71 euro (27/28e deel), berekend volgens de methode uit het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016.
Kan een werknemer met een voetletsel en krukken worden aangewezen op functies waarbij incidenteel geknield of gebogen moet worden?
Volgens de deskundige kan appellant handelingen zoals het naar de grond brengen van een rol koperdraad uitvoeren met steun op het gezonde rechterbeen vanuit bukken, met een lichte bijdrage van de linkervoet en zonder krukken. De Raad ziet geen aanleiding om deze conclusie niet te volgen.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026


