Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

WIA-uitkering terecht geweigerd: minder dan 35% arbeidsongeschikt ondanks fibromyalgie, astma en urenbeperking-claim

Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:925Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
8 juli 2026

In het kort

  • Het Uwv weigerde appellante per 10 augustus 2023 een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
  • De FML dateert van 25 juli 2023 en is opgesteld na ziekmelding op 29 oktober 2020 wegens zwangerschapsgerelateerde klachten.
  • De diagnose fibromyalgie leidt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet tot aanvullende beperkingen boven de al vastgestelde FML.
  • Een urenbeperking wegens verhoogde rustbehoefte is afgewezen omdat een verhoogde rustbehoefte niet is geobjectiveerd met verhoogde recuperatiemomenten.
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigt op 8 juli 2026 de uitspraak van de rechtbank Limburg van 30 mei 2025.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante, werkzaam geweest als warehouse operator voor 40 uur per week, meldde zich op 29 oktober 2020 ziek met zwangerschapsgerelateerde klachten. Na een periode van ZW- en WAZO-uitkering vroeg zij een WIA-uitkering aan. Het Uwv stelde via een verzekeringsarts een Functionele Mogelijkhedenlijst op van 25 juli 2023 en concludeerde bij besluit van 27 juli 2023 dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna de WIA-uitkering werd geweigerd per 10 augustus 2023.

Appellante stelde dat haar beperkingen waren onderschat. Zij voerde aan dat de diagnose fibromyalgie tot aanvullende beperkingen voor handelingen en statische houdingen zou moeten leiden, dat aanvullende beperkingen nodig waren voor fysieke omgevingseisen vanwege astma en allergische reactie op stof, en dat een urenbeperking aangewezen was op grond van een verhoogde rustbehoefte. Ter onderbouwing legde zij contra-expertises over van Het Expertise Orgaan, waaronder een rapport van 25 maart/10 april 2026.

De Raad oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft voldoende gemotiveerd waarom de diagnose fibromyalgie niet leidt tot aanvullende beperkingen en waarom subjectieve klachten niet één op één kunnen worden vertaald naar beperkingen. Daarbij is uitgegaan van het geheel van factoren die van invloed zijn op het functioneren, waaronder het dagverhaal, eigen observaties en de psychosociale problematiek. De algemene klachtbeschrijving bij fibromyalgie uit de informatie van Het Expertise Orgaan weegt hier niet tegenop.

Ten aanzien van de urenbeperking oordeelt de Raad dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk heeft gemotiveerd dat appellante is aangewezen op fysiek lichter werk, maar dat een verhoogde rustbehoefte niet is geobjectiveerd met verhoogde recuperatiemomenten. Voor astma geldt dat appellante door haar goed werkende medicatie niet verder beperkt is; zij was al langer bekend met astma en heeft daar altijd mee gewerkt. De geselecteerde functies zijn in medisch opzicht geschikt bevonden.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De WIA-uitkering blijft geweigerd: de Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de geselecteerde functies in medisch opzicht kan vervullen. De diagnoses fibromyalgie en astma leveren geen aanvullende beperkingen op bovenop de vastgestelde FML, en een urenbeperking is niet toegekend omdat een verhoogde rustbehoefte niet is geobjectiveerd. Contra-expertises van Het Expertise Orgaan hebben de beoordeling van het Uwv niet doorbroken.

Vragen over deze uitspraak

Waarom leidt fibromyalgie hier niet tot extra beperkingen in de FML?

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd dat subjectieve klachten niet één op één vertaald kunnen worden naar beperkingen en dat moet worden uitgegaan van het geheel van factoren dat het functioneren beïnvloedt. De algemene beschrijving van klachten bij fibromyalgie in de informatie van Het Expertise Orgaan weegt daar niet tegenop. Wel is al rekening gehouden met een beperking tot fysiek lichter werk, met inachtneming van lopen en staan.

Waarom is er geen urenbeperking opgelegd?

Een verhoogde rustbehoefte is niet geobjectiveerd met verhoogde recuperatiemomenten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft dit inzichtelijk gemotiveerd, zodat de Raad geen aanleiding zag voor een urenbeperking.

Waarom tellen de klachten van astma en stofovergevoeligheid niet mee voor extra beperkingen?

Uit het dagverhaal bleek dat de medicatie voor astma goed werkt en appellante daardoor niet verder beperkt is. Appellante was al langer bekend met astma en heeft daar altijd mee gewerkt.

Welk gewicht krijgt een contra-expertise van Het Expertise Orgaan in deze beoordeling?

Het Expertise Orgaan heeft meerdere rapporten uitgebracht, waaronder op 8 september 2023, 3 april 2025 en 25 maart/10 april 2026, maar geen ervan leidde tot een ander oordeel. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd heeft waarom de contra-expertise niet leidt tot aanpassing van de beperkingen, en dat algemene klachtbeschrijvingen bij fibromyalgie onvoldoende zijn tegenover een op de situatie van appellante toegespitste motivering.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket