Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

WIA-uitkering terecht beëindigd: knieklachten en discriminatieberoep op inkomensverschil slagen niet

Beëindiging WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:796Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
11 juni 2026

In het kort

  • De WIA-uitkering van appellante is per 8 augustus 2023 beëindigd omdat haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% is vastgesteld.
  • Het gebruik van krukken is niet medisch noodzakelijk geacht op de datum in geding, 14 april 2022; appellante legde geen tegenbewijs over.
  • De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in een rapport van 2 december 2024 aanvullend gemotiveerd dat de belasting in de geduide functies de belastbaarheid
  • Het beroep op artikel 14 EVRM en artikel 1 van de Grondwet wegens ongelijke behandeling naar inkomen slaagt niet; de Wet WIA is een inkomensdervingsverzekering
  • Uit het Uwv-rapport 'Wel ziek, geen WIA' blijkt dat laagbetaalden ook een grotere kans hebben in de categorie 80-100 te komen, zodat de gestelde systematische b

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante werkte als schoonmaakster voor gemiddeld 32,79 uur per week. Haar WIA-uitkering werd per 8 augustus 2023 beëindigd omdat het Uwv haar arbeidsongeschiktheid op minder dan 35% vaststelde. In hoger beroep betwistte zij de FML, de geschiktheid van de geduide functies en voerde zij aan dat de Wet WIA onrechtmatig onderscheid maakt naar inkomen.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank Amsterdam dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest. Zowel de primaire verzekeringsarts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep hebben appellante fysiek onderzocht en de medische stukken betrokken in hun beoordeling. Appellante stelde dat het gebruik van krukken medisch noodzakelijk is, en dat hieruit ook beperkingen voor zitten, verzitten en kniebewegingen volgen. De Raad oordeelt dat uit de voorhanden zijnde medische informatie niet blijkt van een medische noodzaak voor het gebruik van de krukken op de datum in geding, 14 april 2022, en dat appellante ook in hoger beroep geen medische gegevens heeft ingebracht die aanleiding geven tot twijfel aan dit standpunt.

Voor de arbeidskundige beoordeling oordeelt de Raad dat het Uwv voldoende en inzichtelijk heeft gemotiveerd dat de geduide functies passend zijn, gelet op de voor appellante vastgestelde beperkingen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in een aanvullend rapport van 2 december 2024 de signaleringen in de geduide functies nader gemotiveerd en aangetoond dat de belasting de belastbaarheid niet overschrijdt.

Appellante betoogde verder dat de Wet WIA verzekerden met een laag inkomen systematisch benadeelt ten opzichte van verzekerden met een hoog inkomen, en dat dit in strijd is met artikel 14 EVRM en artikel 1 van de Grondwet. De Raad verwerpt dit betoog. Appellante heeft haar stelling niet onderbouwd, en uit het Uwv-rapport "Wel ziek, geen WIA" blijkt dat de stelling niet zonder meer aannemelijk is: laagbetaalden hebben een grotere kans om in de categorie 35-min terecht te komen, maar ook in de categorie 80-100. Bovendien is de Wet WIA een inkomensdervingsverzekering waarbij de wetgever bewust een koppeling heeft gelegd tussen beperkingen en het verlies aan inkomen. De Raad oordeelt dat de wetgever met dit systeem de grenzen van zijn ruime beoordelingsmarge niet heeft overschreden.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De WIA-uitkering van appellante is per 8 augustus 2023 beëindigd en de Raad laat die beëindiging in stand. Wie het niet eens is met de vastgestelde beperkingen in de FML, moet daarvoor medische gegevens aanleveren die de conclusies van de verzekeringsarts weerleggen; het ontbreken van zulk tegenbewijs was in deze zaak doorslaggevend. Een beroep op ongelijke behandeling van mensen met een laag inkomen ten opzichte van mensen met een hoog inkomen slaagt niet, omdat de Wet WIA een inkomensdervingsverzekering is en de wetgever daarvoor een ruime beoordelingsmarge heeft.

Vragen over deze uitspraak

Waarom is het gebruik van krukken niet meegenomen als beperking in de FML?

Uit de beschikbare medische informatie bleek geen medische noodzaak voor het gebruik van krukken op de datum in geding, 14 april 2022. Appellante heeft in hoger beroep geen medische gegevens ingebracht die aanleiding gaven om dit standpunt te herzien.

Kan iemand met een laag inkomen met succes aanvoeren dat de WIA discrimineert ten opzichte van hoogverdienenden?

De Raad heeft dit betoog verworpen. De Wet WIA is een inkomensdervingsverzekering waarbij de wetgever bewust een koppeling heeft gemaakt tussen het oude inkomen en de mate van arbeidsongeschiktheid; dat is geen verboden onderscheid. Het Uwv-rapport 'Wel ziek, geen WIA' toont bovendien dat laagbetaalden ook vaker in de categorie 80-100 terechtkomen, zodat de gestelde systematische benadeling niet zonder meer aannemelijk is.

Wat gebeurt er als de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep pas in hoger beroep aanvullend motiveert?

De Raad heeft de aanvullende motivering uit het rapport van 2 december 2024 bij zijn oordeel betrokken en geoordeeld dat daarmee de geschiktheid van de geduide functies voldoende is aangetoond. Een aanvullend rapport in de hogerberoepsfase kan dus alsnog de arbeidskundige grondslag completeren.

Welke datum is gehanteerd als datum in geding bij de beoordeling van de beperkingen?

De Raad hanteert 14 april 2022 als datum in geding. Op die datum beoordeelt de Raad of het gebruik van krukken medisch noodzakelijk was en of de vastgestelde beperkingen in de FML juist zijn.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket