Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de bewegingsangst geen afzonderlijke medische beperking oplevert

WIA-uitkering terecht niet toegekend omdat sprake is van minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:858Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
1 juli 2026

In het kort

  • Appellant meldde zich op 28 april 2021 ziek vanuit werkloosheid als koerier (42,56 uur per week) met rugklachten en jicht; het Uwv weigerde per 26 april 2023 ee
  • In bezwaar werd het arbeidsongeschiktheidspercentage bijgesteld van 0,82% naar 1,87% door een herziening van de maatman, maar het rechtsgevolg bleef ongewijzigd
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam wel beperkingen aan voor verminderde mentale flexibiliteit en inspanningstolerantie, maar beschouwde bewegingsangst en
  • Het radiologiebericht van 17 december 2024 leidde niet tot andere conclusies omdat de informatie al bekend was en bij de beoordeling was betrokken.
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 7 maart 2025: het hoger beroep slaagt niet.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant, voormalig koerier voor 42,56 uur per week, meldde zich op 28 april 2021 ziek vanuit werkloosheid met rugklachten en jicht. Het Uwv weigerde hem per 26 april 2023 een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. In bezwaar werd het arbeidsongeschiktheidspercentage bijgesteld van 0,82% naar 1,87% als gevolg van een herziening van de omvang van de maatman, maar het rechtsgevolg bleef ongewijzigd.

De kern van het geschil betreft de FML van 27 juli 2023. Appellant stelde dat zijn angst- en bewegingsklachten tot meer beperkingen hadden moeten leiden, zodat hij de geduide functies niet kan vervullen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep erkende een discrepantie tussen het geclaimde fysieke onvermogen en de feitelijk aanwezige lichamelijke klachten, en nam wel een beperking aan passend bij verminderde mentale flexibiliteit en inspanningstolerantie als gevolg van stemmings- en angstklachten met piekergedrag. De disfunctionele coping en bewegingsangst werden niet als zelfstandige ziekte of gebrek aangemerkt, waardoor daarvoor geen aanvullende beperkingen werden opgenomen.

Het door appellant in beroep overgelegde radiologiebericht van 17 december 2024 leidde niet tot een andere beoordeling. De verzekeringsarts bezwaar en beroep gaf aan dat deze informatie reeds bekend was en bij de beoordeling betrokken. Appellant en zijn gemachtigde konden niet toelichten hoe de geclaimde fysieke beperkingen uit dat bericht zouden moeten blijken en in hoeverre het relevant is voor de datum in geding.

De Raad oordeelt dat de gronden in hoger beroep een herhaling vormen van wat in beroep is aangevoerd en dat appellant ook in hoger beroep geen medische stukken heeft ingebracht die aantonen dat hij op de datum in geding verdergaand beperkt was dan door de verzekeringsartsen aangenomen. De geselecteerde functies worden in medisch opzicht geschikt geacht. Tot slot bevestigt de Raad dat van herroeping van het primaire besluit in de zin van artikel 7:15 van de Awb geen sprake is, zodat er geen grond bestaat voor vergoeding van de kosten van bezwaar.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Raad bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De bewegingsangst en disfunctionele coping worden niet als zelfstandige ziekte of gebrek erkend en leveren daarmee geen aanvullende beperkingen in de FML op. Wie de FML wil betwisten, moet dat doen met medische stukken die betrekking hebben op de datum in geding; een radiologiebericht dat al bekend was bij het Uwv en waarvan de relevantie niet nader kon worden toegelicht, is daarvoor onvoldoende.

Vragen over deze uitspraak

Waarom levert bewegingsangst geen extra beperking op in de FML?

Bewegingsangst werd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet als ziekte of gebrek op zichzelf aangemerkt, waardoor er geen aanleiding was om daarvoor beperkingen op te nemen. De verzekeringsarts stelde dat bewegingsangst geen absolute belemmering is om fysiek actief te zijn, omdat dit meer oorzaken kan hebben. Wel werd een beperking aangenomen passend bij verminderde mentale flexibiliteit en inspanningstolerantie als gevolg van de stemmings- en angstklachten.

Waarom krijgt appellant de kosten van zijn bezwaar niet vergoed, ook al werd het percentage verhoogd?

Vergoeding van bezwaarkosten vereist op grond van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb dat het primaire besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Het wijzigen van het percentage had geen invloed op het rechtsgevolg: appellant had zowel voor als na het bezwaar geen recht op een WIA-uitkering, zodat van herroeping geen sprake is.

Welk gewicht krijgt een radiologiebericht dat de werknemer pas in beroep indient?

Het radiologiebericht van 17 december 2024 leidde niet tot een ander oordeel, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep aangaf dat deze informatie reeds bekend was en bij de beoordeling van het Uwv was betrokken. Appellant en zijn gemachtigde konden bovendien niet toelichten hoe de geclaimde fysieke beperkingen daaruit zouden moeten blijken en in hoeverre het bericht relevant is voor de datum in geding.

Wat moet een werknemer aanleveren om de FML succesvol te betwisten?

De Raad stelt dat appellant ook in hoger beroep niet met medische stukken heeft onderbouwd dat hij op de datum in geding verdergaand beperkt was dan door de verzekeringsartsen aangenomen. Zonder zulke onderbouwing bestaat er geen aanleiding te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket