Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Herbeoordeling in bezwaar leidt tot lagere arbeidsongeschiktheid zonder schending reformatio in peius omdat de verlaging pas per toekomende datum ingaat

Mate van arbeidsongeschiktheid per 12 september 2022 terecht vastgesteld op 52,33%.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:355Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
26 maart 2026

In het kort

  • De mate van arbeidsongeschiktheid is per 12 september 2022 vastgesteld op 52,33%, maar de WGA-loonaanvullingsuitkering wijzigt niet vóór 1 januari 2026.
  • Het verbod van reformatio in peius is niet geschonden omdat een WIA-besluit één ondeelbaar rechtsgevolg kent en de verslechtering pas per toekomende datum ingaa
  • Psychiater drs. S. Berk bracht op 22 augustus 2023 een expertiserapport uit, waarna de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 24 oktober 2023 een nieuwe FML opst
  • Het Uwv heeft bij besluit van 28 januari 2026 de restverdiencapaciteit opnieuw vastgesteld en een loonaanvullingsuitkering naar 80 tot 100% toegekend doorlopend
  • De beroepsgrond over de functie medewerker bloemzaadproductie (SBC-code 111010) is door appellant ter zitting ingetrokken.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant werkte als laboratoriummedewerker voor gemiddeld 40 uur per week en meldde zich op 31 juli 2012 ziek na een arbeidsongeval. Vanaf 29 juli 2014 ontving hij een WGA-loonaanvullingsuitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Op verzoek van de ex-werkgever vond op 12 september 2022 een herbeoordeling plaats. De verzekeringsarts stelde een FML op, maar de arbeidsdeskundige kon onvoldoende functies duiden; de uitkering bleef per besluit van 20 maart 2023 ongewijzigd.

Appellant maakte bezwaar omdat hij meende recht te hebben op een IVA-uitkering vanwege volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. In het kader van dit bezwaar liet het Uwv een psychiatrische expertise uitvoeren door psychiater drs. S. Berk (rapport 22 augustus 2023). De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde op 24 oktober 2023 een nieuwe FML op. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep duidde op basis van die FML functies en berekende een arbeidsongeschiktheid van 52,33%. Bij besluit van 27 december 2023 herriep het Uwv het eerdere besluit en stelde de mate van arbeidsongeschiktheid per 12 september 2022 vast op 52,33%, maar bepaalde dat de hoogte van de WGA-loonaanvullingsuitkering niet wijzigt tot 1 januari 2026.

De Raad oordeelt dat het verbod van reformatio in peius niet is geschonden. Een WIA-besluit kent één ondeelbaar rechtsgevolg en is niet op te splitsen in afzonderlijke besluitonderdelen. Bovendien mag een in de bezwaarfase vastgestelde verslechtering per toekomende datum worden geëffectueerd als het Uwv ook los van het bezwaar bevoegd is de uitkering te verlagen. Omdat de verlaging pas per 1 januari 2026 ingaat, is het rechtszekerheidsbeginsel niet geschonden.

De beroepsgrond over de indexering van het maatmaninkomen behoeft geen verdere bespreking. Appellants gemachtigde bevestigde ter zitting dat herindexering per de data van het arbeidskundig onderzoek niet leidt tot een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, en bovendien heeft het Uwv bij besluit van 28 januari 2026 de restverdiencapaciteit opnieuw vastgesteld en een loonaanvullingsuitkering naar een mate van 80 tot 100% toegekend tot en met 31 januari 2028.

De stelling dat appellant volledig arbeidsongeschikt is, is niet met nadere medische gegevens onderbouwd. De arbeidskundige gronden over de geselecteerde functies zijn een herhaling van wat in beroep is aangevoerd. De Raad volgt het oordeel van de rechtbank dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijden. De beroepsgrond over de functie medewerker bloemzaadproductie (SBC-code 111010) heeft appellant ter zitting ingetrokken.

Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?

De ex-werkgever had om herbeoordeling verzocht, wat leidde tot vaststelling van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 52,33% per 12 september 2022. De Raad bevestigt dat het Uwv bij zo'n herbeoordeling ook in de bezwaarfase een volledig nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek mag verrichten en de uitkering mag verlagen, mits de verlaging pas per toekomende datum ingaat. De hoogte van de WGA-loonaanvullingsuitkering wijzigt daardoor niet vóór 1 januari 2026.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

Appellant ontvangt ondanks de lagere vastgestelde arbeidsongeschiktheid (52,33%) tot 1 januari 2026 dezelfde WGA-loonaanvullingsuitkering als voorheen. Het Uwv heeft bij besluit van 28 januari 2026 bovendien een loonaanvullingsuitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% toegekend doorlopend tot en met 31 januari 2028. De stelling dat het indienen van bezwaar niet mag leiden tot een verslechtering is door de Raad verworpen, omdat de WIA-uitkering als één ondeelbaar besluit wordt beschouwd en de feitelijke verslechtering pas per toekomende datum ingaat.

Vragen over deze uitspraak

Mag het Uwv in bezwaar een lager arbeidsongeschiktheidspercentage vaststellen dan in het primaire besluit?

Ja, mits de verlaging pas per een toekomende datum ingaat en het Uwv ook los van het bezwaar bevoegd zou zijn geweest de uitkering te verlagen. De Raad oordeelt dat een WIA-besluit één ondeelbaar rechtsgevolg kent en niet in afzonderlijke onderdelen te splitsen is. Omdat de verlaging hier pas per 1 januari 2026 ingaat, is het verbod van reformatio in peius niet geschonden.

Hoe werkt het verbod van reformatio in peius bij een WIA-besluit?

Een verslechtering van de rechtspositie mag in de bezwaarfase worden geëffectueerd per toekomende datum, als het Uwv ook los van het bezwaar bevoegd is te verlagen. De Raad benadrukt dat een WIA-besluit één ondeelbaar rechtsgevolg kent, zodat het bezwaarorgaan de volledige zaak mag heroverwegen. Het rechtszekerheidsbeginsel is niet geschonden zolang de verslechtering niet met terugwerkende kracht plaatsvindt.

Wat heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep uitgelegd over de functie huishoudelijk medewerker?

De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft toegelicht dat drie van de vier te werken uren in staande houding worden gewerkt, afgewisseld met lopen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft bevestigd dat met de aanvullende urenbeperking en de mogelijkheid tot recuperatie na vier uur werken de totaalbelasting binnen de mogelijkheden blijft. Het CBBS gaf voor deze functie geen signaleringen op de beperkingen voor deadlines, productiepieken en gevaarlijke machines.

Wat is er beslist over de indexering van het maatmaninkomen?

De Raad heeft deze beroepsgrond niet verder besproken. Appellants gemachtigde bevestigde ter zitting dat herindexering per de data van het arbeidskundig onderzoek niet leidt tot een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, waardoor de discussie louter theoretisch is. Bovendien heeft het Uwv bij besluit van 28 januari 2026 de restverdiencapaciteit opnieuw vastgesteld en een loonaanvullingsuitkering naar 80 tot 100% toegekend tot en met 31 januari 2028.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket