Centrale Raad van Beroep
Uwv weigert terecht WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML de beperkingen juist weergeeft
Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:899Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 2 juli 2026
In het kort
- Appellante werkte als leerling kraamverzorgende voor gemiddeld 23,30 uur per week en meldde zich op 12 oktober 2020 ziek.
- Het Uwv weigerde per 10 oktober 2022 een WIA-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid op 0,00% werd berekend, ruim onder de drempel van 35%.
- De FML van 16 februari 2023 bevat een groot aantal beperkingen in rubriek 1 en rubriek 2 vanwege complexe psychische klachten; een urenbeperking werd niet aange
- Het Beoordelingsrapport sollicitatieplicht WSNP van verzekeringsarts Van der Horst levert geen bewijs voor verdergaande beperkingen op de datum in geding.
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt op 2 juli 2026 de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland en laat de weigering van de WIA-uitkering in stand.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, die voor het laatst werkte als leerling kraamverzorgende voor gemiddeld 23,30 uur per week, meldde zich op 12 oktober 2020 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het Uwv weigerde haar met ingang van 10 oktober 2022 een WIA-uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid op 0,00% werd berekend. In bezwaar en beroep werd het besluit in stand gehouden. In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen onvoldoende waren meegenomen, dat een urenbeperking en nachtwerktbeperking hadden moeten worden aangenomen, en dat de geduide functies niet passend zijn.
De Raad oordeelt dat de medische beoordeling deugdelijk is. In de FML van 16 februari 2023 zijn in verband met de complexe psychische klachten een groot aantal beperkingen aangenomen in rubriek 1 (persoonlijk functioneren) en rubriek 2 (sociaal functioneren). Van psychische decompensatie was op de datum in geding echter geen sprake. Appellante heeft niet met nadere medische stukken onderbouwd dat sprake was van verdergaande psychische klachten op de datum in geding.
Het Beoordelingsrapport sollicitatieplicht WSNP van verzekeringsarts Van der Horst, waarop appellante een beroep deed, baat haar niet. Uit dat rapport blijkt niet op welke punten appellante beperkt moet worden geacht, zodat daaruit niet kan worden geconcludeerd dat de verzekeringsartsen onvoldoende beperkingen hebben aangenomen. De niet-belastbaarheid die Van der Horst aannam, hield verband met een actueel heftig PTSS samen met de verwachte start van de behandeling, en daarvan was op de datum in geding geen sprake.
Voor een urenbeperking bestaat evenmin aanleiding. De verzekeringsarts bezwaar en beroep lichtte toe dat er geen medische indicatie is voor het slapen in de middag en dat meer sprake lijkt te zijn van gewenning. Een tijdelijke pauze om ervaringen te verwerken en de verzorging van een kind zijn geen medische gronden voor een urenbeperking. De Raad volgt deze motivering.
De arbeidskundige beoordeling houdt stand omdat de kanttekeningen van appellante bij de geduide functies uitgaan van beperkingen die niet door het Uwv zijn gesteld. Nu de FML juist is vastgesteld, bestaat geen aanleiding om aan de geschiktheid van de geduide functies te twijfelen. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De weigering van de WIA-uitkering per 10 oktober 2022 blijft in stand omdat de arbeidsongeschiktheid op 0,00% is vastgesteld en appellante niet met medische stukken heeft onderbouwd dat zij op die datum verdergaande beperkingen had. Een rapport dat ziet op een latere datum of dat niet specificeert op welke punten iemand beperkt is, volstaat niet om de FML ter discussie te stellen. Voor een urenbeperking of nachtwerktbeperking is een concrete medische indicatie nodig die los staat van persoonlijke omstandigheden zoals mantelzorg of de wens om te herstellen.
Vragen over deze uitspraak
Waarom telde het WSNP-rapport van de verzekeringsarts niet mee voor de WIA-beoordeling?
Het rapport ziet op een beoordelingsdatum na de datum in geding en vermeldt niet op welke punten appellante beperkt moet worden geacht. Bovendien hield de daarin aangenomen niet-belastbaarheid verband met een actueel heftig PTSS samen met de verwachte start van de behandeling, waarvan op de datum in geding geen sprake was. De regelgeving van de WSNP wijkt daarnaast af van die van de Wet WIA.
Op welke grond werd een urenbeperking afgewezen?
Er is geen medische indicatie voor het slapen in de middag en er lijkt meer sprake te zijn van gewenning. Een tijdelijke pauze om ervaringen te verwerken en de verzorging van een kind zijn geen medische gronden voor een urenbeperking.
Waarom worden de geduide functies toch geschikt geacht ondanks de psychische klachten?
De kanttekeningen die appellante bij de geduide functies maakte, gaan uit van beperkingen die niet door het Uwv zijn gesteld. Omdat de FML van 16 februari 2023 de belastbaarheid op juiste wijze weergeeft, bestaat geen aanleiding om aan de geschiktheid van de geduide functies te twijfelen.
Wat moet een werknemer aanleveren om verdergaande beperkingen aangetoond te krijgen?
Nadere medische stukken waaruit blijkt dat sprake was van verdergaande medisch objectiveerbare beperkingen op de datum in geding. Het enkel niet eens zijn met de vastgestelde beperkingen of het overleggen van informatie over behandelingen die na de datum in geding zijn gestart, is onvoldoende.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid15 juli 2026
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025


