Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv hoeft geen WIA-uitkering toe te kennen als de verzekeringsarts bezwaar en beroep minder beperkingen aanneemt dan de primaire verzekeringsarts en dat deugdelijk motiveert

Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:793Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
10 juni 2026

In het kort

  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde op 11 juli 2024 een nieuwe FML op met minder beperkingen dan de primaire verzekeringsarts.
  • De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep berekende de mate van arbeidsongeschiktheid op 34,70%, waardoor appellant onder de WIA-drempel van 35% valt.
  • De Raad oordeelt dat een verzekeringsarts bezwaar en beroep bevoegd is om minder medische beperkingen aan te nemen dan de primaire verzekeringsarts, mits deugde
  • Een urenbeperking wegens vermoeidheidsklachten door de ziekte van Crohn is niet aan de orde, omdat er geen sprake is van sterk energieverlies of een sterk toege
  • Omdat appellant geen medische gegevens heeft overgelegd die twijfel oproepen aan de FML van 11 juli 2024, bestaat geen aanleiding een deskundige te benoemen.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant werkte als chauffeur personenvervoer en meldde zich op 27 januari 2021 ziek vanuit de WW met lichamelijke en psychische klachten. Na de wachttijd stelde het Uwv de arbeidsongeschiktheid vast op 24,73%, onvoldoende voor een WIA-uitkering. In bezwaar herberekende de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de mate van arbeidsongeschiktheid aanvankelijk op 49,66%, wat het Uwv deed voorstellen alsnog een uitkering toe te kennen. Nadat appellant had aangegeven volledig arbeidsongeschikt te zijn, volgde nader onderzoek. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde op 11 juli 2024 een nieuwe FML op, waarbij een aantal eerder aangenomen beperkingen werd geschrapt. Op basis daarvan berekende de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de arbeidsongeschiktheid op 34,70%, zodat het Uwv het bezwaar bij besluit van 15 juli 2024 ongegrond verklaarde.

Appellant bestreed het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep op meerdere punten. Hij voerde aan dat de beoordeling te veel steunde op waarneming tijdens de hoorzitting anderhalf jaar na de datum in geding, dat de vermoeidheidsklachten door de ziekte van Crohn een urenbeperking rechtvaardigden, dat ten onrechte geen beperkingen voor psychische klachten waren aangenomen, en dat de beperkingen op zwaar fysiek werk ten onrechte waren vervallen. Verder betoogde hij dat de tegenstrijdigheid tussen de twee verzekeringsartsrapporten reden had moeten zijn om een onafhankelijk deskundige te benoemen.

De Raad volgt appellant niet. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep is bevoegd om in het kader van de heroverweging minder beperkingen aan te nemen dan de primaire verzekeringsarts. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 11 juli 2024 duidelijk en inzichtelijk beargumenteerd waarom bepaalde beperkingen zijn komen te vervallen. De Crohn-ziekte was rondom de datum in geding goed beheersbaar en gaf nauwelijks klachten; de beperking tot werken in de nabijheid van een toilet werd voldoende geacht. Voor psychische beperkingen ontbraken tekenen van psychopathologie en behandeling. Voor een urenbeperking wegens vermoeidheid ontbrak een aandoening met sterk energieverlies of een sterk toegenomen recuperatienoodzaak. Appellant heeft geen medische gegevens overgelegd die doen twijfelen aan de juistheid van de FML. De Raad ziet geen aanleiding een deskundige in te schakelen en onderschrijft ook het oordeel over de geschiktheid van de geselecteerde functies.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Raad bevestigt dat appellant geen WIA-uitkering krijgt, omdat zijn arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 34,70% en daarmee onder de drempel van 35% blijft. Wie het niet eens is met een herziene FML waarin de verzekeringsarts bezwaar en beroep minder beperkingen aanneemt, zal medische gegevens moeten overleggen die concreet twijfel oproepen aan die FML; zonder zulke gegevens volgt de rechter het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Vragen over deze uitspraak

Mag een verzekeringsarts bezwaar en beroep beperkingen schrappen die de primaire verzekeringsarts wel had aangenomen?

Ja, een verzekeringsarts bezwaar en beroep is bevoegd om in het kader van de heroverweging minder medische beperkingen aan te nemen dan de primaire verzekeringsarts. De Raad stelt dat voorop en benadrukt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep dit wel duidelijk en inzichtelijk moet beargumenteren.

Wanneer moet de rechter een onafhankelijk deskundige inschakelen als twee verzekeringsartsen tot verschillende conclusies komen?

Niet automatisch bij een verschil van inzicht tussen de primaire verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Raad oordeelt dat er pas aanleiding bestaat voor benoeming van een deskundige als er twijfel bestaat over de juistheid van de medische beperkingen, en die twijfel is er niet als de verzekeringsarts bezwaar en beroep zijn afwijkende oordeel deugdelijk heeft gemotiveerd en de betrokkene geen medische gegevens overlegt die het oordeel ondergraven.

Is een urenbeperking gerechtvaardigd als iemand vermoeidheidsklachten heeft door de ziekte van Crohn?

Niet zonder meer. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd dat er geen sprake was van een aandoening die gepaard gaat met sterk energieverlies en dat er geen sterk toegenomen recuperatienoodzaak waarneembaar was. Op basis daarvan achtte de Raad een urenbeperking niet aan de orde.

Welke beperking is in de FML opgenomen voor de ziekte van Crohn als de klachten goed beheersbaar zijn?

In de FML van 11 juli 2024 is opgenomen dat appellant zijn werkzaamheden moet kunnen verrichten in de nabijheid van een toilet. De verzekeringsarts bezwaar en beroep achtte daarmee voldoende rekening gehouden met de ziekte en zag geen reden meer voor een beperking op beroepsmatig vervoer.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket